Overige baten en lasten - Beheer algemene middelen

Beleidskaders, -monitors en wetgeving

Binnen het taakveld Overige baten en lasten - Beheer Algemene Middelen geeft de gemeente invulling aan een sluitende begroting met een gezond meerjarenperspectief. Dit taakveld bevat de Algemene reserve, bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam / Rotterdamse Investeringsmotor, bestemmingsreserve Verkoopopbrengst Eneco, bestemmingsreserve taakmutaties gemeentefonds, concernbrede stelposten en de post onvoorzien.

Weerstandsvermogen

Eén van de uitgangspunten van het gevoerde financieel beleid is dat het weerstandsvermogen minimaal 1,0 bedraagt. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Omwille van een sluitend financieel meerjarenbeeld is op dit taakveld tot toevoegingen en onttrekkingen aan de Algemene reserve besloten.

 

Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering

Gemeenten worden voor grote maatschappelijke en organisatorische opgaven gesteld. Een aantal daarvan is beter te realiseren als gemeenten gezamenlijk optrekken. Daarom zijn gemeenten (VNG) in 2018 gestart met de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU), waarvoor er jaarlijks een fonds beschikbaar wordt gesteld voor de financiering van collectieve activiteiten om de uitvoering in alle gemeenten te versterken. Deze activiteiten worden geïmplementeerd door de gemeenten zelf, in samenwerking met partners, zoals de Rijksoverheid. Het gaat bijvoorbeeld om: gemeenten ondersteunen bij digitale veiligheid, gemeenten ondersteunen bij het voldoen aan nieuwe wetgeving door middel van uitvoeringstoetsen, impactanalyses en implementatieondersteuning, beheer van voorzieningen die beschikbaar zijn voor alle gemeenten, zoals het 14+ netnummer, de taxatiewijzer WOZ, het gemeentelijk gegevensknooppunt in het sociaal domein, de raamcontracten in het sociaal domein en standaarden zoals de Gemeentelijke ICT Inkoopvoorwaarden (GIBIT). Daarnaast wordt ingezet op de opzet en uitvoering van een meerjarig programma voor de vernieuwing van de
informatievoorziening van gemeenten (Common ground). Dit is nodig is voor betere dienstverlening, versterking van de samenwerking in de ketens van werk en inkomen en de omgevingswet en het voorkomen van onnodige dataduplicatie. De bijdrage per inwoner per jaar is ca. € 2,5 exclusief BTW.

Ontwikkelingen 2021-2024

De algemene uitkering van het gemeentefonds is geïndexeerd op basis van de loon- en prijsontwikkelingen van het Centraal Planbureau (CPB) zoals verwerkt in de meicirculaire gemeentefonds 2020.  Als onderdeel van het fixeren van het gemeentefonds voor de jaren 2020 en 2021 worden deze percentages/bedragen niet meer bijgesteld.

De begroting 2021 is gebaseerd op inschattingen van inflatiepercentages van het Centraal Planbureau (CPB) van juni 2020. Nog niet gepubliceerde werkgeverspremies (met name pensioenpremies) én een nog niet afgesloten cao gemeenteambtenaren vanaf het jaar 2021 kunnen nog leiden tot financiële consequenties. Dit wordt meegenomen bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2021. 

Wat kost het

Overzicht van baten en lasten Overige baten en lasten - Beheer algemene middelenRealisatie 2019Begroting
2020 (2e Herz.)
Begroting
2021
Raming
2022
Raming
2023
Raming
2024
Baten exclusief reserves000000

Overige baten 0 0 0 0 0 0
Lasten exclusief reserves5.88059.0276.6535.0405.581-1.694

Programmalasten 5.880 59.027 6.653 5.040 5.581 -1.694
Inkopen en uitbestede werkzaamheden 1.969 3.124 6.653 5.040 5.581 -1.694
Kapitaallasten 8 0 0 0 0 0
Overige programmalasten 0 52.000 0 0 0 0
Subsidies en inkomensoverdrachten 3.903 3.903 0 0 0 0
Saldo voor vpb en reserveringen -5.880 -59.027 -6.653 -5.040 -5.581 1.694
Saldo voor reserveringen -5.880 -59.027 -6.653 -5.040 -5.581 1.694
Reserves17.700-1.229.05064.628-11.761-64.446-63.699

Onttrekking reserves 8.614 81.413 92.324 21.582 5.070 8.600
Toevoeging reserves 16.500 1.377.651 44.749 50.643 86.817 84.599
Vrijval reserves 25.586 67.188 17.053 17.300 17.300 12.300
Saldo 11.820 -1.288.077 57.975 -16.801 -70.028 -62.006

Financiële bijstellingen

2e HerzieningBegroting 2021
Bijstellingen Overige baten en lasten - Beheer algemene middelenBegroting 2020Begroting 2021Raming
2022
Raming
2023
Raming
2024
Eerste Herziening 2020 -1.181.271 -20.547 -13.659 -96.147 -96.147
Bijstellingen Tweede Herziening 2020 / Begroting 2021 -106.806 78.522 -3.142 26.120 34.142
Aanpassing jaarschijf 2024 Investeringsfonds Rotterdam Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 0 0 0 0 18.545
Actualisatie Gemeentefonds Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 0 -31.500 -30.500 -30.500 -30.500
Bestuurlijke wens inzake koers van de stad Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 0 -1.000 0 0 0
Financiële effecten verkoop aandelen Eneco Groep B.V. Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 0 7.403 6.403 5.403 4.403
Invulling stelpost bestuursopdracht Vastgoed Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 0 -14.800 -14.800 -14.800 -14.800
Kapitaallasten investeringsbeleid 2024 Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 0 0 0 0 -4.530
Nieuwe stelpost bestuursopdracht Vastgoed vanaf 2024 Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 0 0 0 0 11.690
Vrijval stelpost indexatie 2020 Ramingsbijstellingen onvermijdelijk 1.500 0 0 0 0
Algemene Reserve Reserves -108.357 90.172 7.888 38.691 21.893
Bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam Reserves 0 226 226 226 226
Conversie centrale bestemmingsreserves Reserves 0 0 0 0 0
Voorziening Warmtebedrijf Rotterdam Reserves 0 0 0 0 0
Technische wijzigingen Technische wijzigingen 51 28.021 27.641 27.100 27.215
Begroting na wijzigingen -1.288.077 57.975 -16.801 -70.028 -62.006

Toelichting financiële bijstellingen

Aanpassing jaarschijf 2024 Investeringsfonds Rotterdam
In de Voorjaarsnota 2019 is besloten om het weerstandsvermogen sluitend en op norm te krijgen en te houden. Daartoe vindt er voor meerdere jaren een kasschuif ten laste van de Bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam (IFR) plaats. Deze kasschuif heeft betrekking op de periode tot en met begrotingsjaar 2023. Vanaf begrotingsjaar 2024 vallen de middelen hierdoor vrij.

 

Actualisatie gemeentefonds
Op basis van de meicirculaire is voor de jaren 2020 en verder jaarlijks een bedrag van € 46,5 mln geraamd ten behoeve van indexatie/inflatieverwachtingen. Door de coronacrisis zijn de inflatieverwachtingen in de CPB-juniraming aanzienlijk naar beneden bijgesteld. Hierdoor bedraagt het indexeren in 2021 € 31,5 mln; voor de jaren 2022 en verder bedraagt dit € 30,5 mln. Door het fixeren van het gemeentefonds voor de jaren 2020 en 2021 vallen deze middelen vrij naar de algemene middelen.

 

Bestuurlijke wens inzake Koers van de Stad
Op 7 november 2019 heeft de raad de motie Koers van de stad aangenomen. Met de motie wordt beoogd de raad de gelegenheid te geven om voorafgaand aan het opstellen van de Voorjaarsnota aan het college wensen en bedenkingen mee te geven. Door de coronacrisis kan pas bij begroting 2021 voor het eerst invulling aan deze motie gegeven worden. De wensen voor 2021 zijn door het college raadsbreed geïnventariseerd, maar bij het opstellen van de begroting was er nog geen besluit genomen over het definitieve voorstel vanuit de raad. Derhalve is er voor gekozen om voor 2021 eenmalig € 1 mln te reserveren. Bij een volgend P&C-product wordt de invulling hiervan verdeeld en verwerkt op de betreffende taakvelden. 

 

Financiële effecten verkoop aandelen Eneco Groep B.V.
Als gevolg van de verkoop van de aandelen Eneco zal de gemeente vanaf 2021 minder inkomsten uit dividend realiseren. In de begroting en meerjarenraming 2020 is nog rekening gehouden met een jaarlijks dividend van € 14,85 mln. Tegelijkertijd levert de verkoop voor langere tijd een financieringsvoordeel op. Dit voordeel wordt geraamd op structureel € 6,45 mln. Per saldo leidt de verkoop van Eneco tot een structureel begrotingsknelpunt van € 8,4 mln.
Met de vaststelling van de Beleidsnota Investeringen Rotterdam 2020 heeft de raad besloten dat, indien met de verkoop van bezit begrote inkomsten wegvallen, de verkoopopbrengst kan worden ingezet om de begrotingstegenvaller op te vangen. Op grond hiervan wordt voorgesteld om een deel van de verkoopopbrengst Eneco (€ 30,9 mln) aan te wenden voor het geleidelijk – gedurende een periode van 8 jaar - opvangen van het eerder genoemde structurele begrotingsknelpunt van € 8,4 mln.


Invulling stelpost Bestuursopdracht Vastgoed (-€14,8 mln) / Nieuwe stelpost Bestuursopdracht Vastgoed (-€11,7 mln)
In de Voorjaarsnota 2019 is besloten om voor de jaarschijven 2021 en verder € 14,8 mln toe te kennen aan vastgoed en de tegenhanger daarvan vooralsnog als concernbrede stelpost op dit taakveld te ramen. De opdracht binnen de Bestuursopdracht Vastgoed was te komen tot een toekomstbestendige begroting vastgoed: eenduidig opgebouwd, meerjarige doorrekening op basis van gemaakte afspraken en zonder stelposten. Er is een nieuwe meerjarenbegroting opgebouwd op basis van realistische inschatting van de kosten en baten. De nieuwe begroting vastgoed biedt mogelijkheden om de bij Voorjaarsnota 2019 opgenomen reeks (concernbrede) stelposten op te lossen: tot 2024 is dit mogelijk. Hierdoor resteert er echter een tekort van € 11,7 mln in 2024. Hiervoor wordt opnieuw een concernbrede stelpost opgenomen. Voorjaarsnota 2021 zal een oplossing bevatten hoe deze stelpost kan worden opgelost (zie ook taakveld Beheer overige gebouwen en gronden).

 

Kapitaallasten investeringsbeleid 2024
Met de vaststelling van de Beleidsnota Investeringen Rotterdam 2020 wordt vanaf 2024 1/3e deel van de reële groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en van de inkomsten uit belastingen ingezet voor het borgen van de investeringsruimte voor nieuwe, financieel onrendabele investeringen in de jaren 2020 e.v.. Dit leidt bij de huidige groeiverwachtingen tot een structurele claim van ca. € 4,5 mln in 2024.

 

Vrijval stelpost indexatie 2020
Doordat de inflatieverwachtingen naar beneden zijn bijgesteld kan dit deel van de stelpost indexatie in 2020 vrij vallen.

 

Algemene Reserve
Voor een sluitende meerjarenbegroting wordt het geraamde saldo verrekend met de Algemene reserve.

 

Bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam
Vanwege de Verzelfstandiging Sportbedrijf dient de toegekende dekking vanuit Investeringsfonds Rotterdam (IFR) / Rotterdamse Investeringsmotor (RIM) voor kapitaallasten anders verwerkt te worden. Op grond daarvan is de beoogde onttrekking omgezet in een lagere toevoeging aan het IFR / RIM.


Conversie centrale bestemmingsreserves
De jaarlijkse vrijval € 5 mln. bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam (IFR) voor 1e Tranche Nationaal Programma Rotterdam Zuid eindigt in 2023. Deze is in 2024 ongedaan gemaakt. In 2019 is besloten om € 62,8 mln. voor Energietransitie uit het IFR te lenen in afwachting van de verkoop van de aandelen Eneco. Nu deze verkoop is afgerond en een bestemmingsreserve is gevormd waaraan de verkoopopbrengsten zijn toegevoegd, wordt deze tijdelijke leningconstructie teruggedraaid.

 

Voorziening Warmtebedrijf Rotterdam
Vooruitlopend op de herstructurering van het Warmtebedrijf Rotterdam wordt een voorziening gevormd van € 52 mln. voor eventuele dekkingsproblematiek. Dekking hiervoor vindt plaats vanuit de Kredietrisicoreserve.

 

Technische wijzigingen
Het betreft saldoneutrale wijziging met betrekking tot indexering 2021 - 2024 en verwerking van de steunmaatregelen Ahoy en Blijdorp. Conform het voorstel van de aanwending van de eerste tranche van de Eneco-middelen wordt gespreid over 2020 en 2021 een bedrag van € 9,5 mln gereserveerd in de Kredietrisicoreserve voor de dekking van de risico's die samenhangen met te verstrekken leningen aan Blijdorp en Ahoy.

Beleidskaders, beleidsmonitoren en wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

Beleidskaders

Omschrijving taakveld

Dit taakveld bevat de Algemene Reserve, bestemmingsreserve Investeringsfonds Rotterdam / Rotterdamse Investeringsmotor, bestemmingsreserve Verkoopopbrengsten Eneco, bestemmingsreserve Taakmutaties gemeentefonds, concernbrede stelposten en de post onvoorzien.

De Algemene reserve behoort tot het weerstandsvermogen, dat middelen omvat die de gemeente vrij kan inzetten om het begrotingsbeeld sluitend te houden en om onvoorziene financiële risico’s af te dekken. Het onderdeel Reserves bevat het meerjarig verloop van deze reserve.

In het coalitieakkoord is als uitgangspunt opgenomen dat er gestuurd wordt op een weerstandsvermogen van minimaal 1,0. Daarbij is het weerstandsvermogen geënt op de financiële risico’s. Verwezen wordt naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het IFR (Investeringsfonds Rotterdam) is een bestemmingsreserve. De gelden in deze reserve zijn bedoeld om in het kader van de meerjarige investeringsplanning concernbrede investeringsprojecten te kunnen dekken.

Het BBV schrijft voor dat de begroting een post onvoorzien bevat, zonder hiervoor een maximale of minimale hoogte voor te schrijven. Rotterdam heeft in 2017 de hoogte van dit bedrag structureel begroot op € 600. Dit komt neer op € 1,00 per inwoner.