We willen dat zoveel mogelijk werkzoekenden toegang hebben tot betaald werk op de (bij voorkeur reguliere) arbeidsmarkt. Deze aanpak levert een bijdrage door het bevorderen van de toegankelijkheid van de arbeidsmarkt en door het versterken van het werkzoekendenaanbod. De dienstverlening richt zich aan de ene kant op het scheppen van gunstige arbeidsmarktvoorwaarden en het faciliteren van werkgevers. Aan de andere kant richt de dienstverlening zich op ondersteuning van werkzoekende Rotterdammers, waaronder Rotterdammers met een arbeidsbeperking.

IndicatorSoort indicatorMonitorRealisatie 2017Doel 2018Realisatie 2018
Uitstroom naar werkCollege-doelstellingMonitor Werk en Inkomen4.5134.500 4.506
Aantal jongeren met bijstandsuitkering OverigMonitor Werk en Inkomen2.7842.5352.235
Nieuw Beschut
   
 
Overig  17254

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan?

Arbeidsmarkt
Om de arbeidsmarktpositie van werkzoekenden in de bijstand duurzaam te versterken is ingezet op het verbeteren en effectiever maken van de aanpak van arbeidsontwikkeling met als doel werkzoekenden meer competitief te maken voor de arbeidsmarkt. Ook zoekt de gemeente vanuit de werkgeversaanpak specifieker naar sociale werkgevers die kansen willen creëren voor onze doelgroep.
Het volume bijstandsuitkeringen bedroeg op 31 december 2018 35.292. Ten opzichte van de beginstand 2018 (37.667) is het uitkeringenbestand tot en met december met 2.375 uitkeringen gedaald. De totale uitstroom in 2018 bedraagt 9.561 en is lager dan de uitstroom in 2017 (9.815). De afname in de uitstroom komt vooral doordat er minder Rotterdammers in de bijstand zitten en er daardoor ook minder verhuizingen zijn naar buiten de gemeente Rotterdam of beëindigde uitkeringen door onvoldoende inlichtingen of medewerking. Belangrijkste factor in de uitstroom is dat de doelstelling ‘uitstroom naar werk’ in 2018 is gerealiseerd (4.506). De lagere instroom in de bijstand leidt ertoe dat er meer inspanningen nodig zijn om de bestaande groep bijstandsgerechtigden aan een baan te helpen.

 

Jeugdwerkgelegenheid
In deze snel veranderende maatschappij met steeds hogere eisen aan werknemers en een sterke doorontwikkeling naar beroepen voor de toekomst, blijft aandacht voor de aanpak van kwetsbare jongeren richting werk of school een aandachtspunt. Dit geldt niet alleen voor jongeren met een bijstands- of WW-uitkering, maar ook voor jongeren zonder uitkering en jongeren op het praktijkonderwijs (PRO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Bij deze aanpak is sprake van een nauwe samenwerking vanuit Werk en Inkomen met het Jongerenloket, de onderdelen Onderwijs en Jeugd en de programma’s Elke Jongere Telt en Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). In 2018 is de extra inzet voor het terugdringen van de jeugdwerkloosheid in Rotterdam doorgezet.
In december is de Doorontwikkeling Jeugdwerkgelegenheid gepresenteerd aan de raad. De ambitie van de Doorontwikkeling Jeugdwerkgelegenheid is dat jongeren direct na het verlaten van school een baan hebben en niet in een uitkering terecht komen: 'Geen jongere zonder baan van school’. Een succesvolle dóórontwikkeling kan de gemeente niet alleen, er is gelijkwaardig partnerschap nodig met onderwijs, bedrijfsleven en de jongeren om wie het gaat. In dat opzicht is er geen sprake van een gemeentelijke aanpak maar van een gezamenlijk opdrachtgeverschap en gelijkwaardig partnerschap: de gemeente heeft hier vooral een regisserende en faciliterende rol.
Tot en met 31 december 2018 zijn 1.514 jongeren de bijstandsuitkering ingestroomd. Dit betekent dat in vergelijking met 2017 in 2018 28% minder jongeren de bijstand zijn ingestroomd. Op 31 december is het aantal jongeren met een bijstandsuitkering teruggebracht tot 2.235. Dit maakt dat de jaardoelstelling om het bestandsvolume terug te brengen tot 2.535 jongeren niet alleen is behaald, maar met 13% positief is overschreden. Van de jongeren die zijn uitgestroomd zijn er tot en met 31 december in totaal 623 begeleid naar betaald werk. Dit betekent dat ook de jaardoelstelling om minimaal 600 jongeren naar werk te begeleiden, ruimschoots is behaald.

 

Nieuw Beschut
Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wet sociale werkvoorziening per 1 januari 2015 afgesloten voor nieuwe instroom. Beschut werk is expliciet als instrument in de Participatiewet opgenomen vanuit het oogpunt dat er altijd een groep mensen is die wel loonwaarde heeft, maar deze loonwaarde uitsluitend in een beschutte omgeving kan realiseren. Elke gemeente heeft vanaf 1 januari 2017 bij ministeriële regeling een verplicht aantal te realiseren werkplekken aangewezen gekregen.
Tot en met 31 december 2018 zijn 54 werkplekken voor nieuw beschut werken gerealiseerd. De doelstelling voor 2018 was om 172 werkplekken te realiseren. Een belangrijke reden voor het achterblijven van de realisatie is dat nog niet alle werkzoekenden die tot de doelgroep behoren direct werkgeschikt blijken te zijn. Eind 2018 zaten er ruim 50 werkzoekenden met een advies voor indicatie ‘Beschut werk’ van het UWV in een traject naar beschut werk. De organisatie Rotterdam Inclusief staat klaar om de werkzoekenden met een indicatie een geschikte werkplek te bieden. Verder blijven we investeren in het herkennen en kennen van de doelgroep bij de diverse gemeentelijke loketten. Overigens blijven vrijwel alle gemeenten ruimschoots achter bij de doelstellingen van het Rijk en loopt er landelijk onderzoek naar de werkelijke omvang van de doelgroep.

 

Co-creatie
De gemeente vraagt de markt steeds vaker om mee te denken over innovatieve oplossingen voor hardnekkige maatschappelijke problemen. Denk hierbij aan initiatieven als CityLab010, Social Impact Bonds maar ook Challenge 010. Het programma Co-creatie van Werk en Inkomen is gericht op het verbeteren van de samenwerking met initiatiefnemers die streven naar een inclusieve arbeidsmarkt. Deze andere manier van werken door de overheid vraagt ook een andere manier van werken, in de eerste plaats van onze eigen mensen. Zo ontvangt de gemeente niet alleen meer een subsidieverzoek of offerte en beoordeelt deze, maar ontstaat er een dialoog tussen overheid, markt en uitvoerders. Daarbij moet het commitment van twee kanten komen, de gemeente en de externe partij. Bij co-creatie sta je samen “aan de lat”. Het is een proces waarbij de gemeente samenwerkt met externe partijen. Het streven is naar een win-win situatie. Vooraf is niet altijd goed vast te stellen wat het proces oplevert. Co-creatie start met een te realiseren einddoel.  De beste manier om het einddoel te behalen wordt gaandeweg duidelijk. Met name vanuit wijkgestuurd werken zijn veel nieuwe initiatieven opgepakt. Ook intern krijgt co-creatie meer aandacht en interesse en de aansluiting bij andere clusters, afdelingen en externe partners (Rotterdam Partners) is gezocht. Naast interne (ambtelijke) doorontwikkeling heeft 2018 in het teken gestaan van de doorontwikkeling en professionalisering van CityLab en het Initiatievenplatform Rotterdam. Vanuit CityLab zijn in het voorjaar van 2018, 4 initiatieven positief beoordeeld en is een totaalbedrag van € 299,5 toegekend. In de najaar van 2018 zijn 5 initiatieven positief beoordeeld en is een totaalbedrag van € 311,7 toegekend.

 

Statushouders
De Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019–2022 bevat alle basiscomponenten voor een succesvolle participatie in de samenleving. Want het college ziet toekomst in Rotterdamse statushouders. Wij willen dat ze zich veilig, nuttig en thuis voelen. Dat zij duurzaam en economisch zelfredzaam zijn en meedoen in de maatschappij. En dat zij regie over hun leven kunnen (her)nemen. Daarom bevorderen we hun integratie door een stabiele basis te bieden, hen de Nederlandse taal te leren, scholing en zorg te bieden en door maatwerk voor het vinden van betaald werk. Deze aanpak is voor alle vluchtelingen die vanaf 2013 een verblijfsvergunning kregen en in Rotterdam wonen.
In deze aanpak krijgt ‘werken’ een grotere rol dan voorheen. Werken helpt om volwaardig in te burgeren, de taal te leren, sociale contacten op te doen en een eigen bestaan op te bouwen. Maar anderzijds is een basisniveau van taal nodig om te kunnen gaan werken. Dat betekent dat werken en inburgeren elkaar versterken en het één niet vanzelf na het ander volgt.  Met de komst van de specialistische teams in 2018 is een intensieve maatwerkaanpak gericht op werk mogelijk en krijgen statushouders eerder in het proces een gesprek met de professionals op het gebied van werk en scholing. Ook zijn diverse kleinschalige pilots opgestart om te leren en te experimenteren met de doelgerichte arbeidsontwikkeling van statushouders.
Eind 2018 zijn we gaan experimenteren met geïntegreerde duale inburgeringstrajecten voor zonnepanelenmonteurs, waar op de locatie van de werkgever de lessen van de inburgeringscursus en de beroepsopleiding beiden plaatsvindt. De statushouder start met een proefperiode met behoud van uitkering van maximaal 8 weken. Daarna gaat de statushouder de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgen en is dan dus uit de uitkering. Het opleidingsfonds van de installatietechniek en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bekostigen de opleiding.
In 2018 zijn 335 uitkeringen beëindigd en zijn 534 statushouders parttime aan het werk. Van het totaal aantal instroom in de bijstand was in 2018 4,1% statushouder. Onder jongeren tot 27 jaar ligt dit percentage hoger: 7,2%. In 2016 was het aandeel van instromende statushouders in de uitkering op zijn hoogtepunt, sindsdien daalt het aandeel en is het in 2018 de eerste keer dat de instroom lager is dan de uitstroom.

Toelichtingen ontwikkelingen

Arbeidsmarkt
Het economisch beeld heeft in 2018 een gunstige ontwikkeling laten zien. Het vertrouwen van consumenten en producten ligt ruim boven het langjarig gemiddelde. Volgens recente informatie van het CBS kwam het landelijk aantal werklozen in december uit op 329.000. Eind 2017 kwam dit aantal nog uit op 395.000. Het aantal WW-uitkeringen in Rotterdam is verder gedaald in 2018. Het landelijk aantal vacatures heeft in het derde kwartaal van 2018 opnieuw een hoogtepunt bereikt. Ook het aantal banen is verder gegroeid. In het laatste tertaal is wel een lichte terugval waar te nemen op een aantal indicatoren: er is sprake van een lager aantal uitzenduren ten opzichte van vorig jaar, een toename in het aantal faillissementen en een afnemend consumentenvertrouwen.
 

Wat heeft het gekost?

Overzicht van baten en lasten

Overzicht baten en lasten WerkRekening
2017
Oorspr.
Begroting 2018
Bijgestelde
Begroting
2018
Realisatie
2018
Afwijking
Baten exclusief reserves21.58613.08319.23321.6762.442

Totaal baten 21.586 13.083 19.233 21.676 2.442
Bijdragen rijk en mede-overheden 9.402 4.178 8.010 8.676 666
Financieringsbaten 0 0 0 0 0
Opbrengsten derden 12.380 8.905 10.336 12.230 1.894
Overige baten -196 0 888 770 -118
Lasten exclusief reserves132.612124.321131.074135.0794.005

Apparaatslasten 60.144 51.598 55.360 61.827 6.468
Inhuur 21.844 5.673 15.995 21.980 5.986
Overige apparaatslasten 1.933 1.564 885 1.769 884
Personeel 36.366 44.360 38.480 38.078 -402
Interne Lasten -4.107 -7.461 -6.216 -4.699 1.517
Concernbrede bedrijfsvoeringskosten 0 0 0 0 0
Overige doorbelastingen -4.107 -7.461 -6.216 -4.699 1.517
Programmalasten 76.576 80.184 81.930 77.951 -3.979
Financieringslasten 0 0 0 0 0
Inkopen en uitbestede werkzaamheden 14.069 17.906 20.402 15.351 -5.051
Kapitaallasten 80 72 72 70 -2
Overige programmalasten -834 2.513 2.524 156 -2.368
Salarislasten WSW en WIW 59.291 56.819 55.987 57.793 1.806
Sociale uitkeringen 448 582 1.282 1.307 25
Subsidies en inkomensoverdrachten 3.522 2.293 1.662 3.273 1.611
Saldo voor vpb en reserveringen -111.026 -111.238 -111.840 -113.403 -1.563
Vennootschapsbelasting00000
Saldo voor reserveringen -111.026 -111.238 -111.840 -113.403 -1.563
Mutaties reserves5401.0001.5121.464-48
Onttrekking aan reserves 375 1.000 1.512 1.464 -48
Vrijval reserves 165 0 0 0 0
Saldo voor overhead -110.486 -110.238 -110.328 -111.939 -1.611

Toerekening overhead aan WerkRekening
2017
Oorspr.
begroting
2018
Bijgestelde
Begroting
2018
Realisatie
2018
Afwijking
Overhead concernondersteuning en concernhuisvesting 24.916 23.931 23.931 23.931 0
Overhead clustermanagement en ondersteuning 8.061 8.135 10.244 10.172 -71
Saldo na overhead -143.464 -142.304 -144.503 -146.042 -1.540

Overzicht van afwijkingen

Overzicht afwijkingenAfwijking batenAfwijking lastenAfwijking saldo
Afwijking baten en lasten  2.442    4.053 -  1.611
1. Afwijking baten  2.442           0    2.442
2. Overschrijding op apparaatslasten inhuur         0    5.986 -  5.986
3. Onderbesteding op programmalasten (excl. salarislasten WSW)         0 -  4.292    4.292
4. Salarislasten WSW         0    1.806 -  1.806
5. Overig         0       553 -    553
Afwijking reserves -     48 -        48   -        0
6. Mutatie reserves -     48  -      48 -        0
Saldo voor overhead  2.394   4.005 -  1.611

Toelichting op overzicht van afwijkingen

Toelichting per afwijking


 

1. Afwijking baten

De hogere opbrengsten worden voor € 1,2 mln veroorzaakt door een doorbelasting van kosten van ondergrondse containers aan deelnemende gemeenten. Daarnaast is een hogere omzet behaald bij de Sociale Werkvoorziening van € 620, onder andere door extra externe opdrachten. Ook zijn er extra baten gerealiseerd (€ 435) door een hogere bijdrage uit de compensatieregeling 'lage inkomensvoordeel' van de Belastingdienst, welke begroot staat bij de salarislasten SW.

 

2. Overschrijding op apparaatslasten inhuur

Met ingang van de jaarrekening 2018 worden de uitgaven aan uitzendkrachten, die voorheen onder programmalasten (als onderdeel van de regel 'inkopen en uitbestede werkzaamheden') stonden opgenomen, verantwoord als apparaatslasten. Deze overschrijding is dus hoofdzakelijk een presentatiekwestie; deze kosten stonden als programmalasten begroot. Het betreft hier uitzendkrachten, die werkzoekenden intensief begeleiden naar werk, en die via uitzendbureaus succesvol zijn gebleken in het laten uitstromen van werkzoekenden. Deze werkzoekenden worden ingezet als 're-integratie instrument' en stonden om die reden begroot onder 'inkopen en uitbesteed werk'.

 

3. Onderbesteding op programmalasten (excl. salarislasten WSW)

Zoals toegelicht bij de overschrijding op apparaatslasten, van € 5.986, stond de inhuur van uitzendkrachten begroot als programmalasten, maar worden deze kosten met ingang van de jaarrekening 2018 verantwoord als apparaatslasten. Dit leidt tot een onderbesteding op de programmalasten. Het betreft hier vooral een presentatiekwestie.

Daarnaast zijn er hogere kosten (€ 1,2 mln) voor ondergrondse containers, die, zoals hierboven toegelicht, in rekening zijn gebracht bij andere gemeenten.

Los van de verschuiving in presentatie voor inhuur en de kosten van ondergrondse containers was er een feitelijke onderbesteding van € 700 op 'inkopen en uitbesteed werk' en 'overige programmalasten'. Er is sprake van een onderbesteding omdat er minder (dure) trajecten zijn ingekocht dan begroot voor onder andere ontwikkelnetwerken en taaltrainingen.

 

4. Salarislasten WSW

De salarislasten WSW zijn hoger uitgevallen dan begroot. Dit wordt deels (€ 435) opgevangen door een hogere bijdrage uit de compensatieregeling 'lage inkomensvoordeel' van de Belastingdienst.

 

5. Overig

Dit betreffen afwijkingen op diverse onderdelen.

 

6. Afwijking reserves

De lagere onttrekking uit de bestemmingsreserve hangt samen met de lagere kosten die voor de betreffende programmaonderdelen, onder andere Taal, zijn uitgegeven.

Bijstellingen

Overzicht bijstellingen Werk8-maands 201810-maands 2018Totaal
Coalitieakkoord: Basispad 2060 206
Incidentele huisvestingskosten 206 0 206
Ramingsbijstelling BUIG tekort 0 0 0
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk0 851 851
Bijstelling budget OMR-Magis 0 400 400
Bijstelling budget SW / Kwekerij 0 100 100
Bijstelling prognose Ontwikkelnetwerken 0 351 351
Geactualiseerde raming BUIG (augustus 2018) 0 0 0
Totaal 206 851 1.057

Toelichting op overzicht van bijstellingen

Incidentele huisvestingskosten

Bij de tweede herziening 2018 is er binnen programma Overhead melding gemaakt van incidenteel hogere huisvestingskosten van € 3,1 mln. Dit betrof niet activeerbare projectkosten van € 1,7 mln en € 1,4 mln hogere huisvestingslasten als gevolg van een langere overgangsperiode voor de verhuizing van het archief en de dienstverlening van de kredietbank naar de nieuwe Stadhuis XL+ winkel. Deze incidenteel hogere huisvestingslasten van € 3,1 mln zijn verdeeld over de programma’s. Voor de uiteindelijke realisatie van deze bijstelling wordt verwezen naar het programma Overhead.

 

Bijstelling budget Ontwikkelings Maatschappij Rijnmond (OMR-Magis)

Bij de 10-maandsrapportage 2018 is het begrote exploitatietekort van € 1,5 mln naar beneden bijgesteld met € 400. Het gerealiseerde tekort bedraagt € 1,1 mln.

 

Bijstelling budget SW / Kwekerij

Betreft een bijstelling voor aanpassingen in de kwekerij. De kosten voor deze aanpassing zijn bekostigd uit het investeringsbudget.

 

Bijstelling prognose Ontwikkelnetwerken

Als gevolg van minder aanmeldingen van werkzoekenden op deze trajecten, is het budget bij de 10-maandsrapportage naar beneden bijgesteld. Door een verder aantrekkende arbeidsmarkt en daardoor nog minder aanmeldingen, zijn de kosten over 2018 fors lager uitgevallen.