Algemene middelen

Het overzicht Algemene dekkingsmiddelen levert een bijdrage aan de manier waarop het college werkt aan structureel houdbare gemeentefinanciën

TAAKVELD 1

Treasury

Tot dit taakveld behoren de activiteiten van de gemeente voor de treasury-functie en het beheer van deelnemingen en van verbonden partijen.

TAAKVELD 2

OZB Woningen

Dit taakveld bevat de onroerend zaakbelasting (OZB) op het eigendom van woningen.

TAAKVELD 3

OZB niet-woningen

Dit taakveld bevat de onroerend zaakbelasting (OZB) op het eigendom en het gebruik door bedrijven van onroerende zaken anders dan woningen.

TAAKVELD 4

Belastingen overig

Dit taakveld bevat de roerend zaakbelasting (RZB) op het eigendom en het gebruik van roerende zaken en de precario- en reclamebelasting.

TAAKVELD 5

Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

Tot het taakveld Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds behoren de uitkeringen uit het gemeentefonds

TAAKVELD 6

Overige baten en lasten - Beheer algemene middelen

Binnen het taakveld Overige baten en lasten - Beheer Algemene Middelen geeft de gemeente invulling aan een sluitende begroting met een gezond meerjarenperspectief

TAAKVELD 7

Vennootschapsbelasting (VpB)

Op dit taakveld boekt de gemeente de raming van het te betalen bedrag vennootschapsbelasting als last

TAAKVELD 8

Economische promotie - Opbrengsten Logiesbelasting

Dit taakveld bevat de logiesbelasting en de daarbij behorende uitvoeringskosten voor onder andere de heffing, inning en het afhandelen van bezwaar en beroep.

Omschrijving programma

Het overzicht Algemene dekkingsmiddelen levert een bijdrage aan de manier waarop het college werkt aan structureel houdbare gemeentefinanciën. Het overzicht Algemene dekkingsmiddelen gaat  in op de volgende zaken:

  • een sluitende begroting en meerjarenraming;
  • een gedegen beheer van deelnemingen en verbonden partijen;
  • een weerstandsvermogen van minimaal 1,0, waarbij het weerstandsvermogen is geënt op de financiële risico’s;
  • een stabiel beleid voor de gemeentelijke woonlasten en algemene belastingen;
  • een gedegen treasury-functie en financieringsbeleid;
  • zorgen voor voldoende en gedegen financiële ruimte om investeringen mogelijk te maken, om samen met andere partijen te kunnen werken aan de toekomst van de stad.

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat er bij programmabegrotingen een programmaplan hoort dat naast de verschillende programmakosten een overzicht bevat van de kosten voor overhead, een overzicht van algemene dekkingsmiddelen, het bedrag voor te betalen vennootschapsbelastingen en het bedrag voor onvoorzien.

Algemene dekkingsmiddelen onderscheiden zich van de andere dekkingsmiddelen doordat de gemeente deze middelen vrij kan aanwenden.

Het overzicht van algemene dekkingsmiddelen omvat:

  • de uitkeringen uit het gemeentefonds
  • de opbrengsten van de algemene belastingen
  • de opbrengsten uit deelnemingen
  • het treasury-resultaat
  • concernbrede bestemmingsreserves
  • concernbrede stelposten
  • te betalen bedragen vennootschapsbelasting
  • de post onvoorzien

Het overzicht Algemene dekkingsmiddelen is anders dan een programma beleidsarm en wijkt in opzet en inhoud hiervan af. In hoofdstuk 1 Financiële Beschouwingen en in de paragrafen Lokale heffingen, Weerstandsvermogen, Verbonden partijen en Financiering zijn de inhoudelijke doelstellingen, indicatoren en kengetallen opgenomen.

Voor het overzicht Algemene dekkingsmiddelen gelden de volgende indicatoren en kengetallen:

  • gemeentelijke woonlasten (één- en meerpersoonshuishouden)
  • gemiddelde WOZ-waarde woningen
  • weerstandsvermogen
  • structurele exploitatieruimte
  • solvabiliteitsrisico
  • EMU-saldo (vorderingensaldo)
  • kasgeldlimitet
  • renterisiconorm
  • netto schuldquote

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht gemeenten om een aantal door het Rijk voorgeschreven beleidsindicatoren in hun begroting op te nemen. Dit is verplicht gesteld om de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Alle gemeenten moeten gebruik maken van dezelfde bronnen en peildata.
Via de website van Waarstaatjegemeente is vergelijking met andere gemeenten mogelijk.
Voor het overzicht Algemene dekkingsmiddelen zijn de indicatoren 'gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden' en 'gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden' van toepassing, waarbij gemeentelijke woonlasten bestaan uit het totaal van de aanslag onroerend zaakbelasting (OZB)eigenaar woningen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De grootte van het huishouden heeft alleen invloed op de hoogte van het tarief afvalstoffenheffing.

 

(bedragen in euro's)

BBV indicatoren

IndicatorBeschrijving indicatorRealisatie 2017Prognose 2018Prognose 2019Naam monitor
BBVGemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden673,24669,42670,01COELO
BBVGemeentelijke woonlasten meerpersoons-huishouden712,94713,72744,11COELO
IndicatorBeschrijving indicatorNederlandRotterdamNaam monitor
BBVGemiddelde WOZ waarde woningen 2016254.000200.800CBS

Toelichting indicatoren

Uitgangspunt van het coalitieakkoord 2018 – 2022 is dat er geen nieuwe beleidsmaatregelen komen die zorgen voor een stijging van de woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB), behalve mogelijk private financiële consequenties van de energietransitie. Tevens is in het coalitieakkoord opgenomen dat de afvalstoffenheffing verder wordt gedifferentieerd. Dat wil zeggen dat er naast de tarieven voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens ook een tarief voor tweepersoonshuishoudens wordt geïntroduceerd. Het financiële gevolg hiervan is dat het voorgestelde tarief 2019 voor een tweepersoonshuishouden lager is dat het tarief 2018 voor een meerpersoonshuishouden. Het voorgestelde tarief 2019 voor een meerpersoonshuishoudens stijgt ten opzichte van het tarief 2018 voor een meerpersoonshuishouden. De totale gemiddelde woonlasten in 2019 stijgen voor een  meerpersoonshuishouden. (zie voor een nadere toelichting de paragraaf Lokale Heffingen).

Gemiddelde WOZ waarde

De gemiddelde WOZ-waarde van de woningen 2016 ligt in Rotterdam (€ 200.800) onder het landelijke gemiddelde (€ 254.000). In Rotterdam is sinds 2017 weer sprake van een stijging van de gemiddelde WOZ-waarde van woningen. Wanneer deze stijging de komende jaren relatief hoger is dan in de rest van Nederland zal de indicator dichter naar het landelijk gemiddelde groeien. Deze indicator is landelijk verplicht en betreft geen streefwaarde waar de gemeente Rotterdam op stuurt.

Overzicht baten en lasten

Overzicht van baten en lasten Algemene middelenRealisatie
2017
Begroting
2018
Begroting
2019
Raming
2020
Raming
2021
Raming
2022
Baten exclusief reserves1.953.3702.004.2852.059.6542.078.4872.079.2222.083.550

Bijdragen rijk en medeoverheden 1.520.448 1.604.810 1.660.123 1.677.283 1.676.499 1.694.380
Belastingen 248.466 250.957 257.601 259.249 259.749 260.249
Dividenden 114.136 109.139 102.864 104.231 105.626 105.626
Financieringsbaten 29.256 8.791 6.957 6.413 5.864 5.292
Overige opbrengsten derden 35.165 31.971 33.545 32.723 32.869 19.364
Overige baten 5.899 -1.384 -1.436 -1.412 -1.387 -1.361
Lasten exclusief reserves2.8857.82120.47533.34429.70828.868

Apparaatlasten 14.760 14.038 14.949 14.950 14.950 14.950
Inhuur 1.895 2.180 437 437 437 437
Overige apparaatslasten 316 498 588 588 588 588
Personeel 12.548 11.360 13.924 13.925 13.925 13.925
Interne resultaat -6.671 -6.123 -11.981 -11.981 -11.599 -11.599
Interne resultaat -6.671 -6.123 -11.981 -11.981 -11.599 -11.599
Programmalasten -5.204 -95 17.507 30.375 26.357 25.517
Financieringslasten 50.233 42.322 50.610 53.953 60.425 61.598
Inkopen en uitbestede werkzaamheden 2.253 6.358 13.558 28.654 24.303 24.640
Kapitaallasten -69.603 -61.202 -57.887 -61.456 -61.694 -62.044
Overige programmalasten 8.008 8.523 7.320 5.320 3.320 1.320
Subsidies en inkomensoverdrachten 3.905 3.905 3.905 3.905 2 2
Saldo voor vpb en reserveringen 1.950.485 1.996.464 2.039.179 2.045.143 2.049.514 2.054.682
Vennootschapsbelasting-788-800-800-800-800-800
Saldo voor reserveringen 1.949.696 1.995.664 2.038.379 2.044.343 2.048.714 2.053.882
Reserves43.431-35.38614.939-16.598-18.060-25.727
Onttrekking reserves 121.928 3.142 40.924 31.193 22.846 24.639
Toevoeging reserves 121.871 139.229 32.254 47.791 40.906 50.366
Vrijval Reserves 43.373 100.701 6.268 0 0 0
Saldo 1.993.128 1.960.278 2.053.318 2.027.745 2.030.654 2.028.155

Baten

De baten bestaan uit de belastingopbrengsten, bijdrage rijk en medeoverheden (o.a. het gemeentefonds), dividenden en financieringsbaten over verstrekte leningen en garanties.

Lasten

De apparaatslasten zijn voornamelijk uitgaven voor de uitvoering van het proces belastingheffing.
De twee grootste posten onder de programmalasten bestaan uit de financieringslasten over extern aangetrokken geldleningen en de kapitaallasten waaronder de interne verrekening van de omslagrente plaatsvindt. Verder zijn de belangrijkste posten onder ‘overige programmalasten’ de ingeschatte risico's voor verstrekte leningen en garanties en concernbrede stelposten. De concernbrede stelposten zijn bedoeld om de nog over de programma’s te verdelen taakstellingen en trendcorrecties op te vangen.

Reserves

De reserves die onder het programma Algemene middelen zijn opgenomen, zijn een aantal concernbrede reserves. Het gaat hoofdzakelijk om de Algemene reserve, Kredietrisicoreserve,  het Investeringsfonds Rotterdam (IFR) en de Bestemmingsreserves Taakmutaties.

Meerjarig verloop

De totale baten laten tussen 2019 en 2022 een stabiel beeld zien. Dit komt hoofdzakelijk door hogere verwachte rijksmiddelen en belastingen enerzijds en anderzijds door lagere financieringsbaten uit verstrekte leningen en garanties.
 

De totale lasten stijgen vanaf 2019. Zo stijgen per saldo de programmalasten. Dat komt vooral door de stijging van de financieringslasten door hogere investeringsvoornemens en een hogere externe rentelast.