Onderwijsbeleid en leerlingzaken

Beleidskaders, -monitors en wetgeving

1. Het bieden van een passend, toegankelijk, gedifferentieerd en kwalitatief hoogwaardig onderwijsaanbod in de hele stad

2. Voldoende goede leraren, pedagogisch medewerkers, schoolleiders en instructeurs

3. Het verminderen van schooluitval

Wat willen we bereiken

Effect indicatoren

Wat gaan we daar voor doen

Prestatie indicatoren

Omschrijving taakveld

Binnen het Taakveld Onderwijsbeleid en Leerlingzaken voert de gemeente wettelijke taken uit, zoals leerlingenvervoer, voor- en vroegschoolse educatie (vve), voortijdig schoolverlaten (vsv) en onderwijs aan kinderen van statushouders en asielzoekers. Daarnaast ontwikkelt de gemeente stedelijk beleid – waarvoor ze zowel gemeentelijke als rijksmiddelen inzet - ter verbetering van onderwijsresultaten, kansengelijkheid in het onderwijs, talentontwikkeling, burgerschap, vermindering van het lerarentekort, passend onderwijs en vermindering van schooluitval. Ook voert de gemeente stedelijk beleid uit voor schoolzwemmen.

Effect indicatoren

Beschrijving effectindicator Realisatie 201720182019202020212022
1. Meer kinderen/jongeren bereiken een hoger onderwijsniveau (collegetarget)
1.A Het percentage 3-jarige doelgroeppeuters dat gebruik maakt van het extra aanbod 'spelen en leren' blijft minimaal gelijk (89%). Streefwaarde89%89%89%89%
Realisatie 89%
1.B. Het aantal Rotterdamse basisschoolleerlingen op het streefniveau van de referentieniveaus stijgt in 2021 naar het landelijk gemiddelde van 2017. StreefwaardeTaal:
55,3% Lezen:
62,4% Rekenen:
35,5%
Taal: 55,8% Lezen:
63,9% Rekenen:
36,2%
Taal:
56,3% Lezen:
65,4% Rekenen:
37,0%
Taal:
56,9% Lezen:
67,4% Rekenen:
37,8%
Realisatie Taal:
54,9%Lezen:
60,9%Rekenen:
34,8%
1.C. Het percentage leerlingen in het derde leerjaar van het vo dat zit op het niveau van het advies van de basisschool of hoger stijgt van 77% in 2017 naar 80% in 2021.Streefwaarde80%
Realisatie 77%
1.D. Het aandeel Rotterdamse jongeren dat de beroepsbegeleidende leerweg volgt aan een Rotterdamse mbo-instelling stijgt van 13,5% in 2017 naar 18,0% in 2021.Streefwaarde14% (2017-2018)15,5% (2018-2019)17,0% (2019-2020)18,0% (2020-2021)
Realisatie13,5%(2016-2017)
2. Aantal jongeren/kinderen dat langer dan 3 maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs- en/of zorgStreefwaarden.v.t.110 (2018-2019)55 (2019-2020)28 (2020-2021)14 (2021-2022)
Realisatien.v.t.
3. NPRZ Onderwijsbeleid: Een hogere gemiddelde score op de Centrale EindtoetsStreefwaarde531,9 (2021-2022)531,9 (2021-2022)
Realisatie530,8 (2015-2016)

Toelichting effect indicatoren

De resultaten die in het verleden zijn behaald bij het verhogen van de Rotterdamse onderwijsprestaties geven aan dat we op de goede weg zijn. We weten ook uit tal van onderzoeksrapporten dat het opleidingsniveau in belangrijke mate van invloed is op toekomstige gezondheid, kansen op werk en andere maatschappelijke situaties waarin mensen verkeren (o.a. SCP, 2018). We streven naar een passend onderwijsniveau voor alle kinderen. Rotterdam heeft de afgelopen jaren een inhaalslag gemaakt, maar we zijn nog niet klaar. Het gemiddelde opleidingsniveau van Rotterdamse leerlingen loopt nog niet in de pas met het niveau in de G4 en/of de rest van Nederland. Het collegetarget is dan ook:

1. Meer kinderen/jongeren bereiken een hoger onderwijsniveau
Hieronder vallen vier meetbare subtargets voor de verschillende sectoren van de onderwijsportefeuille:
1. A. Het percentage 3-jarige doelgroeppeuters dat gebruik maakt van het extra aanbod ‘spelen en leren’ blijft minimaal gelijk.
Het percentage 3-jarige Rotterdamse doelgroeppeuters dat gebruik maakt van het extra aanbod ‘spelen en leren’ blijft minimaal gelijk (89% in 2017). Het extra aanbod spelen en leren is het wettelijk verplichte aanbod voorschoolse educatie aan peuters met het risico op een taalachterstand (zogenaamde doelgroeppeuters).

1.B. Het aantal Rotterdamse basisschoolleerlingen op het streefniveau van de referentieniveaus stijgt in 2021 naar het landelijk gemiddelde van 2017.
De referentieniveaus beschrijven welke basiskennis en -vaardigheden leerlingen moeten beheersen voor taal, rekenen en lezen. Het streven is als volgt:

  • voor taal: stijging van 54,9% naar 56,9%
  • voor lezen: stijging van 60,9% naar 67,4%
  • voor rekenen: stijging van 34,8% naar 37,8%

1.C. Het percentage leerlingen in het derde leerjaar van het vo dat zit op het niveau van het advies van de basisschool of hoger stijgt van 77% in 2017 naar 80% in 2021.

Eén van de problemen in het onderwijs is de afstroom van leerlingen in het voortgezet onderwijs (leerlingen zakken een niveau in het onderwijs, bijvoorbeeld van havo naar vmbo). Met dit subtarget focussen we op het voorkomen van afstroom.

1.D. Het aandeel Rotterdamse jongeren dat de beroepsbegeleidende leerweg volgt aan een Rotterdamse mbo-instelling stijgt.
Het aandeel Rotterdamse jongeren dat de beroepsbegeleidende leerweg volgt aan een Rotterdamse mbo-instelling stijgt van 13,5% in 2017 naar 18,0% in 2021.

2. Aantal jongeren/kinderen dat langer dan 3 maanden thuis zit zonder passend aanbod van onderwijs- en/of zorg
Dit is het totaal aantal jeugdigen van 5-18 jaar dat langer dan 3 maanden thuiszat: of zij een passend aanbod hebben gekregen van onderwijs- en/of zorg. In 2017 waren er 221 jeugdigen thuis; toen is niet gemeten of zij passend aanbod hebben gekregen.

3. NPRZ Onderwijsbeleid: Een hogere gemiddelde score op de Centrale Eindtoets
Het hoofddoel van de pijler school van het NPRZ is hoger onderwijsresultaten. Op dit moment houden we vast aan de cito-eindtoets als indicator, maar de wens is om over stappen naar een betere indicatoren (niet iedere school hanteert de cito eindtoets). Deze indicator zal op termijn worden aangepast. Voorlopig is het doel om de gemiddelde score op de Centrale Eindtoets te verhogen naar 531,9 (was 530,8 in schooljaar 15-16).

Prestatie indicatoren

Beschrijving prestatie-indicator Realisatie 201720182019202020212022
1. Actie leerplichtambtenaar op ongeoorloofd verzuimmelding po en vo Streefwaarde100%100%100%100%100%
RealisatieN.v.t.
2. Actie leerplichtambtenaar op ongeoorloofd verzuimmelding mbo Streefwaarde100%100%100%100%100%
Realisatien.v.t.
3. Alle Rotterdamse vsv-ers zijn in beeld en we werken met hen aan een passende vervolgstap.Streefwaarde100%100%100%100%100%
Realisatien.v.t.

Overzicht baten en lasten

Overzicht van baten en lasten Onderwijsbeleid en leerlingzakenRealisatie
2017
Begroting
2018
Begroting
2019
Raming
2020
Raming
2021
Raming
2022
Baten exclusief reserves56.41967.34365.73168.57268.57268.572

Bijdragen rijk en medeoverheden 56.400 67.212 65.402 68.243 68.243 68.243
Overige opbrengsten derden 19 131 329 329 329 329
Lasten exclusief reserves110.694116.266126.981131.836124.962124.034

Apparaatlasten 11.485 11.615 11.372 11.323 11.323 11.323
Inhuur 264 130 57 57 57 57
Overige apparaatslasten 228 242 239 238 238 238
Personeel 10.993 11.243 11.076 11.028 11.028 11.028
Interne resultaat 10.214 9.825 9.887 9.887 9.887 9.887
Interne resultaat 10.214 9.825 9.887 9.887 9.887 9.887
Programmalasten 88.995 94.827 105.722 110.626 103.752 102.824
Financieringslasten 0 500 500 0 0 0
Inkopen en uitbestede werkzaamheden 7.839 8.661 7.817 6.991 6.833 6.804
Kapitaallasten 116 112 0 0 0 0
Overige programmalasten -83 0 0 0 0 0
Sociale uitkeringen 7.644 7.066 7.066 7.066 7.066 7.066
Subsidies en inkomensoverdrachten 73.480 78.488 90.339 96.570 89.854 88.954
Saldo voor vpb en reserveringen -54.275 -48.923 -61.250 -63.264 -56.390 -55.462
Vennootschapsbelasting000000
Saldo voor reserveringen -54.275 -48.923 -61.250 -63.264 -56.390 -55.462
Reserves3453476551.84700
Onttrekking reserves 301 347 655 1.847 0 0
Vrijval Reserves 44 0 0 0 0 0
Saldo -53.930 -48.576 -60.596 -61.417 -56.390 -55.462

Bijstellingen

Bijstellingen (x1000)2019202020212022
Oorspronkelijke begroting-55.013-55.394-55.716-55.716
Coalitieakkoord: Basispad-161-161-161-161

Loonkostenproblematiek-161-161-161-161
Coalitieakkoord: Ramingsbijstellingen vermijdbaar836834835835

Trend836834835835
Coalitieakkoord: Intensiveringen-250-250-250-250

Faciliteren IT-campus0000
Digideal en programmeerlessen-250-250-250-250
Dagprogrammering Children's Zone0000
Coalitieakkoord: Bezuinigingen102160208236

Invulling structurele stelpost coalitieakkoord102160208236
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk-6.200-6.700-1.400-500

Financiële dekking subsidies schooljaar 2018-2019-5.000000
Verschuiving wegens extra taken voorschoolse educatie -1.200-6.700-1.400-500
Reserves0000

Bestemmingsreserve Cofinanciering Europese subsidies0000
Bestemmingsreserve Harmonisatie Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE)0000
Taakmutaties2000

Rijksbijdrage Wet Innovatie en kwaliteit kinderopvang2000
Technische wijzigingen88949494

Diverse technische mutaties 88949494
Begroting na wijzigingen-60.596-61.417-56.390-55.462

Coalitieakkoord: Basispad

Loonkostenproblematiek

De loonkosten worden sinds 2013 genormeerd begroot, het gehanteerde model is herijkt en wordt verder toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering.

Coalitieakkoord: Ramingsbijstellingen vermijdbaar

Trend

Als uitwerking van het coalitieakkoord is de bij de 4-maandsrapportage 2018 opgenomen trend/indexatie aangepast. Het percentage op de trendcategorie materieel is verlaagd van 0,9% naar 0%. Het trendpercentage subsidies is gehalveerd naar 2,1%.

Coalitieakkoord: Intensiveringen

Faciliteren IT campus

De gemeente stimuleert en faciliteert waar mogelijk de komst van een IT-Campus. Hiervoor is € 300 vrijgemaakt in 2019 én 2020.

Digi-deal en programmeerlessen

Het budget is structureel met € 250 verhoogd om te investeren via een digi-deal met het onderwijsveld in programmeerlessen.

Dagprogrammering Children's Zone

Het budget is structureel met € 11.000 toegenomen voor de dagprogrammering binnen het gebied van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. De dekking is afkomstig vanuit de Regio-envelop en is hierdoor saldo neutraal. Met het onderwijsveld en partijen als naschoolse opvang, huiswerkbegeleiding, culturele organisaties, sport en bedrijven stimuleren we talentontwikkeling en betere onderwijsresultaten in die wijken waar dat het hardst nodig is.

Coalitieakkoord: Bezuinigingen

Invulling structurele stelpost coalitieakkoord

Dit betreft een invulling van de in het coalitieakkoord opgenomen structurele stelpost van € 2,0 mln. Voor dit taakveld gaat het om € 102 in 2019 oplopend naar € 236 vanaf 2022.

Ramingsbijstellingen onvermijdelijk

Financiële dekking subsidies schooljaar 2018-2019

Door een intensieve lobby is de structurele korting op de regeling onderwijs achterstanden (oab) uitgebleven. Oorspronkelijk was er wel op het landelijk budget in 2018 een korting ingeboekt. Echter vanaf 2019 is er op landelijk niveau extra budget beschikbaar. Om te zorgen dat er in 2018 geen dip ontstaat heeft het Rijk besloten om een schuif te maken (middelen van 2019 worden naar 2018 geschoven). Doordat het Rijk deze kasschuif heeft doorgevoerd ontvangt de gemeente Rotterdam in 2019 eenmalig minder oab-middelen. De huidige verwachting is tussen de € 4 a € 5 mln minder budget in 2019. Na de zomer wordt de toekenning voor 2019 definitief bekend.
De subsidies aan het scholenveld worden per schooljaar verleend. Een korting van oab-middelen in 2019 kan niet resulteren in een korting op de subsidies 2018- 2019 (deze zijn reeds verleend). Ook zijn scholen niet in staat om hierop te anticiperen.
Binnen het programma Onderwijs is al enige tijd rekening gehouden met een mogelijke korting op oab-middelen. Op dit moment wordt er een overschot verwacht op het programma onderwijs in 2018. Het overschot wordt eenmalig aangewend ter dekking van het knelpunt in 2019. Een kasschuif is conform toezegging van het College bij vaststelling van het onderwijsbeleid 2018-2019. Op deze wijze kan het huidige onderwijsbeleid gecontinueerd worden om het scholenveld onrust te besparen.

Verschuiving wegens extra taken voorschoolse educatie

Met ingang van 2020 wordt het wettelijk verplicht om aan doelgroeppeuters 16 uur voorschoolse educatie per week te bieden. Om de uitgangspunten van het Rotterdamse stelsel in stand te houden en ter voorkoming van segregatie is gelijktijdige uitbreiding van het voorschoolse aanbod voor niet-doelgroeppeuters naar 8 uur onvermijdelijk.
Binnen het programma onderwijs zijn er mogelijkheden om bovenstaand knelpunt gedeeltelijk te dekken. Elk jaar wordt de reeks van onderwijshuisvesting geactualiseerd. Uit de actualisatie is gebleken dat er in de periode 2019 t/m 2022 overschotten worden verwacht op basis van het huidige tempo van investeringen.
Het overschot wordt aangewend ter dekking van het knelpunt van de voorschoolse educatie. Het onvermijdelijk tekort wordt hierdoor deels opgelost.

Reserves

Bestemmingsreserve Cofinanciering Europese subsidies

De gemeente Rotterdam heeft Europese subsidie gehonoreerd gekregen voor het project Bridge. De activiteiten moeten jongeren in Rotterdam Zuid helpen om opleidingen te kiezen waarmee ze in de toekomst werk kunnen vinden. Voorwaarde voor het ontvangen van deze subsidie is cofinanciering vanuit de gemeente Rotterdam. De vereiste cofinanciering vanuit het onderwijsbeleid is geactualiseerd voor de resterende jaren 2018 en 2019. In 2019 wordt er € 105 meer ingezet vanuit de bestemmingsreserve. Dit is saldo neutraal omdat zowel de baten als de lasten zijn geactualiseerd.

Bestemmingsreserve Harmonisatie Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

Naar aanleiding van extra wettelijke taken in de voorschoolse educatie vanaf 2020 is de inzet van de reserve Harmonisatie VVE geactualiseerd. Dit is saldo neutraal omdat zowel de baten als de lasten zijn geactualiseerd.

Taakmutaties

Rijksbijdrage Wet Innovatie en kwaliteit kinderopvang

Vanuit de septembercirculaire 2017 zijn middelen toegekend om tegemoet te komen aan de meerkosten die het toezicht op de nieuwe kwaliteitseisen vanwege de Wet Innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK) met zich meebrengt. Vanuit het onderwijsbeleid is restant dekking gevonden voor de formatie ophoging met betrekking tot de Wet IKK.

Technische wijzigingen

Diverse technische mutaties

Door de overgang van producten naar taakvelden, worden de apparaatsbudgetten herverdeeld over de verschillende taakvelden.
Verder heeft er een verschuiving plaats gevonden in formatie. Met deze organisatieaanpassing wordt de uitvoering van het leerlingenvervoer samen gebracht met de andere vervoersstromen van het doelgroepenvervoer. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de motie; “Centrale regie op het doelgroepenvervoer.”

Daarnaast zijn er nog diverse technische mutaties in de begroting verwerkt.