Begroting 2026

Financiering

Paginanummer in website: 212

Financiering

De treasuryfunctie gaat over het geldbeheer van de gemeente. De gemeente moet altijd genoeg geld hebben om haar verplichtingen op tijd te betalen, zoals uitkeringen, subsidies, salarissen en facturen. Als er tijdelijk extra geld nodig is, kan de gemeente kortlopende leningen afsluiten. Deze kortlopende leningen moeten binnen een jaar worden terugbetaald. Voor investeringen in de stad kan de gemeente langlopende leningen afsluiten. De langlopende leningen hebben meestal looptijden van 5 tot 25 jaar. Het financieringsbeleid zorgt ervoor dat de rente op de leningen zo laag mogelijk blijft en dat financiële risico’s worden beperkt. De treasuryfunctie omvat ook het verstrekken van leningen aan en het geven van garanties voor organisaties die voor de gemeente een publieke taak uitvoeren.

 

Beleid

Financiering

De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) bepaalt de regels voor het geldbeheer van gemeenten en andere overheden. Belangrijk is dat elke gemeente voorzichtig omgaat met publiek geld. Daarom moeten gemeenten letten op risico’s van renteontwikkelingen en zich houden aan regels zoals de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Ook schrijft de wet voor dat gemeenten alleen zaken mogen doen met betrouwbare partijen en gebruik maken van veilige financieringsinstrumenten.

Soms heeft de gemeente tijdelijk meer geld dan nodig op de bank. Als het boven een bepaalde grens komt, moet dit geld bij het ministerie van Financiën gestald worden. Dit heet 'verplicht schatkistbankieren'.

Artikel 212 van de Gemeentewet verplicht de gemeente de gemeentelijke regelgeving voor de financieringsfunctie vast te leggen. Dit heeft de gemeente gedaan in de Verordening financiën Rotterdam 2021. De regels zijn verder uitgewerkt in het Treasurystatuut Rotterdam 2021

De gemeente betaalt haar investeringen in eerste instantie met eigen geld, dat ze al gespaard heeft in reserves en voorzieningen. Dit wordt interne financiering genoemd. Als er extra geld nodig is, leent de gemeente geld van buitenaf. Door eigen geld te gebruiken in plaats van te lenen, bespaart de gemeente op rente. In plaats van rente te betalen, rekent de gemeente een fictieve rente over het gespaarde geld, de ‘bespaarde rente’. Deze rente wordt toegevoegd aan de speciale spaarpot voor investeringen, de bestemmingsreserve Rotterdamse Investeringsmotor (RIM). Dit zorgt voor het behoud van de koopkracht van deze reserve, zodat de gemeente in de toekomst nieuwe investeringen kan blijven doen.

De totale financieringskosten van de gemeente bestaan uit de rente over de leningen en de bespaarde rente over het eigen geld. De gemeente werkt met een omslagrentemethodiek. De financieringskosten worden van het programma Algemene Middelen doorgerekend aan de overige gemeentelijke programma’s. Dit gebeurt via de omslagrente, die wordt berekend op basis van de boekwaarde van de investeringen op de balans.

De percentages van de omslagrente en de bespaarde rente worden elk jaar vastgesteld volgens de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In 2025 waren de percentages voor zowel de omslagrente als de bespaarde rente gelijk aan 2,5%. Daarnaast zijn er regels voor de rente op de Voorziening pensioenen bestuurders. Dit percentage was voor 2025 vastgesteld op 2,325%.

Leningverstrekking en garantieverlening

Gemeenten mogen volgens de Wet fido alleen leningen verstrekken en garanties geven als het gaat om een publieke taak. De gemeenteraad bepaalt of er sprake is van zo'n taak en of overheidssteun nodig is. Dit is het geval als een externe partij de financiering voor deze taak niet zelf kan regelen. De gemeenteraad kijkt of de te ondersteunen activiteiten belangrijk zijn voor de inwoners van de gemeente en of de gemeente de juiste partij is om te helpen. De gemeente is terughoudend en gebruikt het “nee, tenzij” principe. De regels voor het geven van leningen en garanties aan organisaties zijn vastgelegd in de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam 2014.

In sommige gevallen, zoals bij sportverenigingen, kan onder de Subsidieregeling investeringssubsidies breedtesport-, scouting- en speeltuinverenigingen 2024 naast een subsidie ook een lening worden verstrekt. Bij het verstrekken van leningen en garanties let de gemeente goed op de risico’s en probeert deze zoveel mogelijk te beperken.

 

Ontwikkeling financiering

De behoefte aan externe financieringsmiddelen zal de komende jaren stijgen. Dit komt doordat de gemeente veel investeert in de stad.

De onderstaande tabel laat zien hoe de waarde van de gemeentelijke langlopende bezittingen zich ontwikkelt. Dit gaat over de investeringen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. Immateriële vaste activa zijn bijvoorbeeld bijdragen aan projecten van derden, zoals Hart van Zuid (zwembad en kunstenpand) en voorbereidingskosten voor projecten die nog niet gestart zijn. Materiële vaste activa zijn bijvoorbeeld de terreinen, gebouwen en voertuigen van de gemeente. Financiële vaste activa bestaan voornamelijk uit aandelen in deelnemingen van de gemeente en leningen die de gemeente aan anderen heeft verstrekt.

De bezittingen worden gefinancierd met zowel intern als extern geld. Interne financieringsmiddelen komen uit de gespaarde gelden in reserves en voorzieningen. Ook het werkkapitaal telt mee als intern financieringsmiddel. Het werkkapitaal in de onderstaande tabel wordt berekend als het verschil tussen de kortlopende bezittingen en de kortlopende schulden, zonder de bankrekeningen en de korte leningen. De kortlopende bezittingen zijn de voorraden (zoals grondexploitaties), debiteuren, vooruitbetaalde en nog te ontvangen bedragen. De kortlopende schulden bestaan uit de crediteuren, de vooruitontvangen en de nog te betalen bedragen. Omdat deze kortlopende schulden hoger zijn dan de kortlopende bezittingen, is het werkkapitaal een intern financieringsmiddel.

De bezittingen zullen de komende jaren met € 2 mld groeien. Er wordt veel geld geïnvesteerd in de stadsprojecten, verschillende huisvestingsplannen, het vervangen van rioleringen en de bouw van nieuwe onderwijsgebouwen. Meer informatie over de investeringen staat in de paragraaf Investeringen. Van de € 2 mld wordt € 0,2 mld opgevangen door meer interne financiering. Voor de rest wordt externe financiering aangetrokken.

Financieringsbalans (standen ultimo jaar) Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Vaste activa          
Immateriële vaste activa 47.493 44.166 41.274 43.329  
Materiële vaste activa 2.974.312 3.218.307 3.480.856 3.986.926  
Financiële vaste activa 545.004 561.291 575.473 576.383  
Totaal vaste activa 3.566.809 3.823.765 4.097.603 4.606.638  
           
Financieringsmiddelen          
Reserves 2.814.556 2.652.115 2.618.089 2.521.768  
Voorzieningen 120.291 146.202 130.410 133.347  
Werkkapitaal -103.864 270.217 244.939 81.551  
Interne financieringsmiddelen 2.830.983 3.068.533 2.993.437 2.736.667  
Externe financieringsmiddelen 735.826 755.232 1.104.165 1.869.971  
Totaal financieringsmiddelen 3.566.809 3.823.765 4.097.603 4.606.638  

 

Externe financieringsmiddelen

De ontwikkeling van de externe financieringsmiddelen is te zien in de onderstaande tabel. Externe financieringsmiddelen zijn vaste schulden en de kortlopende leningen. De vaste schuld bestaat uit de huidige langlopende leningen, de overige langlopende schuld en het financieringstekort.

De huidige langlopende leningen worden in de komende jaren geleidelijk afgelost. De overige langlopende schuld bestaat vooral uit de ontvangen afkoopsommen van erfpacht. De gemeente moet deze afkoopsommen als schuld op de balans zetten en elk jaar in het resultaat laten vrijvallen.

Het financieringstekort is het bedrag dat de gemeente extra moet lenen als de andere balansposten, zoals investeringen, reserves, voorzieningen en de overige externe financieringsmiddelen, zich volgens de begroting ontwikkelen. Dit financieringstekort zal de komende jaren oplopen tot € 1,9 mld.

De gemeente gebruikt totaalfinanciering. Dit betekent dat leningen worden aangetrokken of geld wordt gestald bij de schatkist op basis van de werkelijke totale geldbehoefte (het verschil tussen uitgaven en ontvangsten). Gezien de beschikbare kredietlijnen wordt uitgegaan van een gemiddeld volume van kortlopende geldleningen van € 300 mln.

Op basis van de ontwikkeling van het financieringstekort zal het totaal aan externe financieringsmiddelen tot eind 2029 oplopen tot € 2,9 mld. Dit is ook te zien in de ontwikkeling van de netto schuldquote, die de netto schuldpositie deelt door het totaal van de baten. De netto schuldquote stijgt, met een maximum van 66,9% in 2028. Dit blijft onder grens van 90% en valt binnen de categorie 'minst risicovol' van de toezichthoudende provincie Zuid-Holland.

De solvabiliteitsratio, die het eigen vermogen deelt door het balanstotaal, daalt. Deze ratio blijft echter boven de 39,8%. Dit is ruim boven de risicogrens van 20%, zoals de toezichthouder dat beschouwt. Voor meer informatie over de kengetallen, zie de paragraaf Financiële kengetallen.

Externe financieringsmiddelen (standen ultimo jaar) Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Huidige langlopende leningen 638.658 628.922 903.847 888.570  
Overige langlopende schuld 38.326 38.823 37.989 36.885  
Financieringstekort 0 0 0 644.516  
Vaste schuld 676.983 667.744 941.837 1.569.971  
Kortlopende leningen 58.843 87.487 162.329 300.000  
Totaal externe financieringsmiddelen 735.826 755.232 1.104.165 1.869.971  

 

Overzicht kasstromen

Het onderstaande overzicht laat de kasstromen zien. Dat zijn de ontvangsten en betalingen van de gemeente. Het resultaat hiervan is het financieringssaldo. Als het financieringssaldo negatief is, betekent dit dat er een financieringstekort is.

De kasstroom uit operationele activiteiten is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven, waarbij rekening wordt gehouden met de afschrijvingen en veranderingen in voorzieningen. Deze worden erbij opgeteld, omdat ze geen daadwerkelijke uitgaven zijn (afschrijvingen en toevoegingen aan voorzieningen) of niet in de inkomsten en uitgaven worden meegenomen (onttrekkingen uit voorzieningen). Ook de veranderingen in het werkkapitaal worden meegeteld. Dit zijn bijvoorbeeld ontvangsten die al eerder zijn ontvangen van de overheid, maar pas later worden uitgegeven door de gemeente. Dit heeft een negatief effect op de kasstromen. Als er meer bouwgrond wordt verkocht dan aangekocht, heeft dit een positief effect op de kasstromen. Dit zijn de belangrijkste redenen voor veranderingen in het werkkapitaal.

De grootste invloed op de kasstromen komt van de investeringen. Nieuwe investeringen kosten geld, terwijl de verkoop van bestaande investeringen geld oplevert. Over het algemeen hebben investeringen een negatief effect op de kasstromen.

De kasstroom uit financieringsactiviteiten heeft te maken met de leningen die de gemeente heeft afgesloten. In 2025 zijn de ontvangsten uit kortlopende leningen en langlopende leningen groter dan de betalingen voor het aflossen van bestaande leningen. In de jaren daarna zorgen de aflossingen van leningen voor een negatieve kasstroom.

In de meeste jaren is de kasstroom negatief, behalve in het laatste jaar. Dit betekent dat er in die jaren een financieringstekort is. De gemeente zal dan nieuwe langlopende leningen moeten afsluiten. Uit ervaring blijkt dat sommige geplande investeringen trager verlopen dan verwacht, vooral door de huidige marktomstandigheden. Dit wordt planningsoptimisme genoemd. Het gevolg is dat de werkelijke geldbehoefte vaak lager is dan het begrote financieringstekort. Volgens de Wet Fido mag er pas worden geleend wanneer het geld echt nodig is. Ook moet de looptijd van de leningen passen bij hoe lang de geldbehoefte duurt. Alleen als de geldbehoefte langdurig is, worden langlopende leningen afgesloten.

Overzicht kasstromen Begroting 2025 Rekening 2025
Operationele activiteiten    
Saldo van baten en lasten voor reserveringen -96.320  
Aanpassing voor:    
Afschrijvingen en waardeverminderingen (im)materiële vaste activa 153.349  
Mutatie voorzieningen 2.937  
Subtotaal aanpassing 156.287  
Mutatie werkkapitaal -163.387  
Kasstroom uit operationele activiteiten -103.421  
     
Investeringsactiviteiten    
Investeringen (im)materiële vaste activa -735.539  
Desinvesteringen (im)materiële vaste activa en bijdragen derden 74.064  
Mutatie (im)materiële vaste activa -661.475  
Mutatie verstrekte leningen 13.609  
Mutatie kapitaalverstrekkingen -14.519  
Kasstroom uit investeringsactiviteiten -662.385  
     
Financieringsactiviteiten    
Mutatie kortlopende geldleningen (excl. liquide middelen en banksaldi) 125.000  
Aangetrokken langlopende leningen 729.516  
Aflossingen langlopende leningen -100.277  
Mutatie overige langlopende schuld -1.104  
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 753.135  
     
Totale kasstroom -12.671  

 

Rente

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2025 de beleidsrente in drie stappen verlaagd van 3,0% naar 2,0%. Door geopolitieke en economische ontwikkelingen blijft er echter veel onzekerheid bestaan. Hierdoor is de lange rente in 2025 gestegen, ondanks de renteverlagingen door de ECB. 

Renteresultaat

Het onderstaande renteschema geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat en de toerekening aan de gemeentelijke programma's. In de begroting is rekening gehouden met het planningsoptimisme door een correctie toe te passen op zowel de externe rentelasten als de toegerekende omslagrente.

In 2025 bedroeg het gemiddelde rentepercentage over de opgenomen korte en lange leningen 2,6%. Het percentage dat aan bespaarde rente is toegerekend aan de reserves en voorzieningen was 2,5%. Het percentage van de omslagrente, waarmee de financieringskosten intern zijn toegerekend aan de gemeentelijke programma's, was ook 2,5%.

Een lagere schuldpositie met daarbij horende lagere externe rentelasten heeft geleid tot een voordeel van € 10,9 mln ten opzichte van de begroting. De rentebaten op verstrekte leningen kwamen iets hoger uit dan begroot. Hieronder valt ook de ontvangen rentevergoeding over het geld dat was gestald bij de schatkist. De totaal toe te rekenen financieringskosten waren € 11,6 mln lager uit dan geraamd. De realisatie van de nieuwe investeringen bleef achter bij de verwachtingen waardoor € 1,4 mln minder omslagrente kon worden toegerekend. Het renteresultaat kwam € 9,8 mln hoger uit dan begroot.

Renteschema Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Rentelasten kortlopende en langlopende leningen -13.868 -15.375 -22.966 -38.704 -27.803
Rentebaten verstrekte leningen 2.592 5.161 4.372 3.018 3.378
Totaal externe rente -11.276 -10.214 -18.594 -35.687 -24.425
Bespaarde rente over reserves -34.966 -42.218 -53.042 -65.452 -65.452
Bespaarde rente over voorzieningen -148 -141 -97 -212 -212
Rentetoevoeging aan pensioenvoorziening -286 -1.060 -1.260 -1.026 -1.026
Totaal interne rente -35.400 -43.420 -54.399 -66.690 -66.690
Totaal toe te rekenen rente -46.675 -53.634 -72.993 -102.377 -91.116
Toegerekende omslagrente 49.221 51.269 72.830 100.090 98.670
Renteresultaat 2.546 -2.364 -163 -2.287 7.554

 

Wettelijke normen

In de Wet Fido staan drie belangrijke regels waar de gemeente aan moet voldoen. Ten eerste moeten banksaldi boven een bepaald bedrag worden gestald in de schatkist bij het Rijk. Ten tweede mag bij het aantrekken van kortlopende leningen (leningen met een looptijd van maximaal één jaar) het gemiddelde saldo aan kortlopende financieringsmiddelen de kasgeldlimiet niet langdurig overschrijden. Ten derde mag het totaal van de rente en aflossingen op bestaande lange leningen (leningen met een looptijd van één jaar of langer) niet hoger zijn dan de renterisiconorm.

Drempel schatkistbankieren
De gemeente mag een klein positief saldo op de bankrekeningen hebben, maar dit saldo mag niet te hoog zijn. Gemiddeld per kwartaal mag het banksaldo niet boven een bepaald bedrag uitkomen. Dit bedrag hangt af van de grootte van de begroting: 2% van de eerste € 500 miljoen en 0,2% van het meerdere daarboven. In 2025 was dit drempelbedrag voor de gemeente Rotterdam € 18,9 miljoen. Dagelijks is het saldo op de verschillende bankrekeningen bepaald. Een substantieel positief saldo werd gestald bij de schatkist. De gemiddelde banksaldi bleven ruim onder de drempel. Daarmee is geheel 2025 voldaan aan deze norm.

Drempelbedrag schatkistbankieren 2023 2024 2025 2025 Q1 2025 Q2 2025 Q3 2025 Q4
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 4.354.412 4.561.733 4.963.136 4.963.136 4.963.136 4.963.136 4.963.136
Drempelbedrag o.g.v. Wet fido 17.709 18.123 18.926 18.926 18.926 18.926 18.926
Gemiddelde banksaldi 5.003 7.731 8.474 12.037 8.470 5.530 7.860
Ruimte (+) / overschrijding (-)  12.706 10.392 10.452 6.889 10.456 13.396 11.067

Kasgeldlimiet

De gemeente mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. Daarom is er in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen, die een maximum stelt aan de netto kortlopende schuld. Deze limiet is 8,5% van de oorspronkelijke begroting van 2025 en bedroeg € 421,9 mln. De kasgeldlimiet mag niet langer dan drie kwartalen achter elkaar worden overschreden. Als er een risico is dat de limiet structureel wordt overschreden, zal de gemeente nieuwe langlopende leningen moeten aantrekken om dit te voorkomen.Gedurende het jaar heeft de gemeente regelmatig kortlopende leningen aangetrokken op de geldmarkt. In 2025 is voldaan aan de vereisten uit de Wet fido met betrekking tot de kasgeldlimiet. Geen enkel kwartaal is de kasgeldlimiet overschreden.

Kasgeldlimiet 2024 Q1 2024 Q2 2024 Q3 2024 Q4 2025 Q1 2025 Q2 2025 Q3 2025 Q4
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 4.561.733 4.561.733 4.561.733 4.561.733 4.963.136 4.963.136 4.963.136 4.963.136
Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,5% van grondslag 387.747 387.747 387.747 387.747 421.867 421.867 421.867 421.867
Gemiddelde vlottende schulden 191.756 187.944 82.895 125.878 178.375 152.021 160.112 170.841
Gemiddelde vlottende middelen -61.025 -42.123 -103.607 -41.950 -67.472 -43.770 -79.509 -61.722
Gemiddelde netto vlottende schulden 130.731 145.821 -20.712 83.928 110.904 108.251 80.603 109.120
In % begroting 2,9% 3,2% -0,5% 1,8% 2,2% 2,2% 1,6% 2,2%
Ruimte (+) / overschrijding (-) 257.017 241.927 408.459 303.819 310.963 313.616 341.264 312.747

Renterisiconorm

Bij het beheren van de langlopende schulden moet de gemeente rekening houden met de renterisiconorm. Deze norm is bedoeld om het risico van hoge rente in de toekomst te beperken door de aflossingen en renteherzieningen goed over de jaren te verdelen. Het is belangrijk te voorkomen dat er in één jaar te veel aflossingen en renteherzieningen op langlopende leningen plaatsvinden. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend door de renteherzieningen en aflossingen bij elkaar op te tellen. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 20% van de begroting. Het renterisicobedrag op de langlopende schuld kwam in 2025 uit op € 100,3 mln en bleef daarmee ruim onder de gestelde norm van € 992,6 mln. Nieuw afgesloten leningen zijn zo gestructureerd dat de renterisiconorm ook in de komende jaren niet wordt overschreden.

Renterisiconorm 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 4.354.412 4.561.733 4.963.136 5.106.027 5.106.027 5.106.027 5.106.027
Renterisiconorm o.g.v. wet Fido: 20% van grondslag 870.882 912.347 992.627 1.021.205 1.021.205 1.021.205 1.021.205
Renteherzieningen 0 0 0 0 50.000 0 0
Aflossingen 104.736 185.075 100.277 100.587 86.998 86.261 171.315
Risicobedrag 104.736 185.075 100.277 100.587 136.998 86.261 171.315
In % begroting 2,4% 4,1% 2,0% 2,0% 2,7% 1,7% 3,4%
Ruimte (+) / overschrijding (-) 766.146 727.272 892.350 920.619 884.207 934.944 849.890

 

Renterisicobeheer

Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de gemeente een renterisico. Dit betekent dat als de rente stijgt, de rentelasten hoger zullen worden. Dit risico bestaat ook wanneer de rente van een lopende lening opnieuw wordt vastgesteld. Om dit risico te beheersen, maakt de gemeente op beperkte schaal gebruik van renteswaps.

Renteswaps zijn financiële producten waarmee de gemeente de lange rente kan vastleggen. In 2009 en 2010 heeft de gemeente renteswaps afgesloten om toekomstige renterisico’s te beperken. Hiermee werden de renterisico’s van € 185 miljoen aan leningen afgedekt. Om het risico van verlies bij de renteswaps te verkleinen, zijn deze alleen afgesloten bij de BNG Bank, die de hoogst mogelijke kredietwaardigheid (AAA-rating) heeft. De gemeente hoeft geen onderpand te leveren voor deze swaps. Als de rente daalt, heeft de gemeente geen verplichting om geld te storten. Zie voor meer informatie over de renteswaps de balanspagina Niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Leningverstrekking

De bestaande portefeuille met verstrekte geldleningen heeft voor het grootste deel een aflopend karakter. Tot 1994 verstrekte de gemeente leningen aan woningbouwcorporaties. In dat jaar is de gemeente een overeenkomst aangegaan met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Hierdoor worden de leningen aan woningbouwcorporaties vanaf dat moment gewaarborgd door het WSW. Sindsdien trekken woningbouwcorporaties hun leningen zelf aan op de kapitaalmarkt en niet meer bij de gemeente. De komende jaren zal het aantal leningen aan woningcorporaties verder afnemen.

Daarnaast was de gemeente voorheen ook de financier van RET Infrastructuur BV en RET Railgebonden Voertuigen BV. In 2016 is besloten dat de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) deze rol overneemt van de gemeente. Een klein aantal leningen bleef echter achter bij de gemeente. Deze leningen lopen tot 2026 en zullen door de RET opnieuw gefinancierd worden bij de MRDH.

De overige financiële activa bestaan uit leningen aan sportverenigingen en leningen voor de economische ontwikkeling. Ook leningen via de Kredietbank Rotterdam, het Nationaal Restauratiefonds (NRF) en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN) vallen onder deze categorie.

Verstrekte leningen (standen ultimo jaar) Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Woningcorporaties 35.141 27.143 22.240 17.065  
Deelnemingen 34.000 25.500 17.000 8.500  
Totaal leningen 69.141 52.643 39.240 25.565  
Sportverenigingen 3.878 3.905 3.958 3.775  
Economische ontwikkeling 10.025 10.426 10.832 11.273  
Overig 17.545 23.164 27.494 27.302  
Totaal overige financiële activa 31.448 37.495 42.284 42.350  
Totaal verstrekte leningen 100.588 90.138 81.524 67.915  

 

Achtervang waarborgfondsen

De gemeente fungeert als achtervanger voor twee verschillende waarborgfondsen: de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Als achtervanger is de gemeente verplicht om renteloze leningen te verstrekken aan deze fondsen als zij in financiële problemen komen en hun vermogen te laag is.

  • Achtervang WEW:
    Het WEW biedt via de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zekerheid aan geldverstrekkers voor het geval een huiseigenaar zijn hypotheek niet kan betalen. Als een woning gedwongen verkocht moet worden, kan de geldverstrekker het WEW aanspreken voor de restschuld. De gemeente is alleen achtervanger voor hypotheken die vóór 1 januari 2011 zijn afgesloten. Voor latere hypotheken is het Rijk volledig verantwoordelijk. Hierdoor neemt de achtervangpositie van de gemeente bij WEW elk jaar verder af.
  • Achtervang WSW:
    Het WSW heeft als doel woningcorporaties te helpen toegang te krijgen tot de kapitaalmarkt door zekerheid te bieden aan geldverstrekkers over rente- en aflossingsverplichtingen van leningen. Als het WSW in financiële problemen komt, kan het beroep doen op de gemeente en het Rijk voor hulp. In 2018 is het WSW een programma gestart om de borgstellingen te versterken, wat heeft geleid tot verbeterde afspraken met gemeenten. Sinds 2021 zijn er nieuwe afspraken, waaronder de invoering van een obligolening die het WSW direct kan opvragen bij woningcorporaties.

Onderstaande tabel toont de bedragen van de borgstellingen die de waarborgfondsen hebben afgegeven voor leningen op Rotterdams grondgebied. Dit is niet het daadwerkelijke risicobedrag voor de gemeente, maar het bedrag dat wordt gebruikt om te berekenen hoe het risico verdeeld wordt bij een mogelijke aanspraak op de achtervangers. 

Borgstellingen door waarborgfondsen (standen ultimo jaar in mln) Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
WEW 2.435.000 2.273.000 2.049.000 1.730.000 1.765.000
WSW 7.068.944 7.576.507 6.961.380 7.121.463 7.288.940
Totaal borgstellingen door waarborgfondsen 9.503.944 9.849.507 9.010.380 8.851.463 9.053.940

 

Garantieverlening

Bij de gemeentelijke garantieverlening wordt onderscheid gemaakt tussen de garanties voor particulieren en garanties voor rechtspersonen.

Garanties voor particulieren

De garanties in de volkshuisvesting voor particulieren hadden vooral te maken met een regeling die tot 1995 van kracht was. Volgens deze regeling gaf de gemeente garanties voor hypothecaire leningen van particulieren. Als er verliezen waren door deze regeling, betaalde het Rijk 50% van het verlies. Deze regeling werd stopgezet toen de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) in 1995 werd ingevoerd. Daarnaast heeft de gemeente ook garanties verleend voor leningen die zijn verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds (NRF).

Garanties t.b.v. volkshuisvesting (standen ultimo jaar) Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Hypotheekgaranties 24.510 21.787 19.063 16.340 16.340
Garantie NRF-leningen 2.329 2.079 1.344 1.144 1.215
Totaal garanties t.b.v. volkshuisvesting particulieren 26.839 23.866 20.407 17.484 17.555

 

Garanties voor rechtspersonen

In het verleden heeft de gemeente op verschillende beleidsgebieden garanties gegeven aan rechtspersonen. Bij het beoordelen van de risico's van deze garanties wordt er een onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën, waarbij elke categorie zijn eigen kenmerken heeft.

Garanties t.b.v. rechtspersonen (standen ultimo jaar) Rekening 2022 Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Zorg 5.272 3.157 2.109 1.660 1.660
Sport en recreatie 827 365 0 0 0
Kunst en cultuur 556 269 264 259 259
Overig 601 575 550 525 525
Totaal garanties t.b.v. rechtspersonen 7.257 4.366 2.923 2.443 2.443

 

Kredietrisicobeheer

Bij het verstrekken van leningen en het verlenen van garanties loopt de gemeente het risico dat de partijen waaraan leningen zijn verstrekt of garanties zijn gegeven, niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Om dit risico te beperken, neemt de gemeente verschillende maatregelen en voert zij een actief kredietrisicobeheer. De gemeente berekent het risico op wanbetaling van de geldnemers. Dit wordt het kredietrisico genoemd.

In 2012 is de kredietrisicoreserve ingesteld om deze risico’s te dekken. Bij het verstrekken van een lening of het geven van een garantie moet er een eenmalige bijdrage worden gestort om dit risico af te dekken. Daarnaast betaalt de geldnemer een renteopslag of een garantiepremie, die wordt gebruikt om de kredietrisicoreserve verder aan te vullen. In de onderstaande tabel staan de bedragen per eind 2025 die betrekking hebben op de uitstaande bedragen en de omvang van het kredietrisico.

Voor de garanties in de volkshuisvesting voor particulieren baseert de gemeente zich bij het berekenen van het kredietrisico op de richtlijnen van banken. Met behulp van een kredietrisicomodel zijn de bedragen berekend die minimaal nodig zijn om de risico’s van leningverstrekking en garantieverlening voor rechtspersonen op te vangen. De kredietrisicoreserve is voorlopig voldoende om het berekende kredietrisico te dekken.

Kredietrisicoberekening Uitstaand bedrag Kredietrisico
Verstrekte leningen 81.524 3.454
Garanties t.b.v. volkshuisvesting particulieren 17.555 492
Garanties t.b.v. rechtspersonen 2.443 704
Totaal 101.522 4.650