Begroting 2027

Financiële kengetallen

Paginanummer in website: 208

Financiële kengetallen

 

Beleid

De basis voor houdbare gemeentefinanciën is gelegen in een meerjarenbegroting die structureel en reëel in evenwicht is. Houdbare gemeentefinanciën vergen echter meer dan dat. Zo wil de gemeente in geval van financiële tegenslag voldoende mogelijkheden hebben om de eerste klappen op te vangen.

De houdbaarheid van de gemeentefinanciën kent twee aspecten:

  • Voldoende weerbaarheid. Het betreft de mogelijkheden om op korte termijn financiële klappen te kunnen incasseren zonder direct in de begroting en daarmee in de beleidsambities te hoeven ingrijpen.
  • Voldoende wendbaarheid van de begroting. Het betreft de snelheid waarmee de lasten kunnen worden verlaagd en de baten kunnen worden verhoogd. De wendbaarheid van de begroting wordt beperkt door verplichtingen die voor meerdere jaren zijn of worden aangegaan. Het gaat dan om bijvoorbeeld verplichtingen als gevolg van schulden (rente en aflossing van opgenomen geldleningen), kapitaallasten van investeringen, apparaatslasten, beheer- en onderhoudslasten.

Voor de houdbaarheid van de gemeentefinanciën zijn weerbaarheid en wendbaarheid dus belangrijke termen. Wenselijk is dat de gemeenteraad een integraal beeld krijgt van de consequenties van beslissingen voor de houdbaarheid van de begroting. Kengetallen kunnen de gemeenteraad ondersteunen bij het maken van afwegingen. Onderstaande tabel geeft weer welke kengetallen hiervoor worden gebruikt. Met uitzondering van de kapitaallastenratio zijn alle kengetallen wettelijk voorgeschreven. Behoudens de kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn de wettelijk voorgeschreven kengetallen niet van een wettelijke norm voorzien. Wel heeft de provincie Zuid-Holland, in zijn rol van financieel toezichthouder, zogeheten 'signaalwaarden' geïntroduceerd.

Kengetallen houdbare Rotterdamse gemeentefinanciën 
Weerbaarheid
  • Weerstandsvermogen*
  • Netto schuldquote*
  • Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen*
  • Kengetal grondexploitaties*
  • Solvabiliteitsratio*
Wendbaarheid
  • Reguliere exploitatiesaldo* 
  • Structurele exploitatiesaldo* 
  • Belastingcapaciteit*
  • Kasgeldlimiet*
  • Renterisiconorm*
  • EMU-saldo*
  • Kapitaallastenratio
* Deze kengetallen zijn wettelijk voorgeschreven

Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting en de balans. Ze helpen bij de beoordeling van de financiële positie.

Het is niet wenselijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie. Centraal in de beoordeling staan naar het oordeel van het college het exploitatiesaldo (regulier en structureel) en het weerstandsvermogen. De andere kengetallen zijn zinvolle zijlichten.

 

Regulier exploitatiesaldo

Het reguliere exploitatiesaldo is het verschil tussen de baten en de lasten. In de begroting wordt uitgegaan van een regulier exploitatiesaldo van € 0.

Regulier exploitatiesaldo (bedragen x € 1 mln)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Baten  4.711 4.944 5.118 5.203 5.131 5.060 5.080
Lasten  4.745 4.843 5.143 5.172 5.027 4.972 5.029
Onttrekkingen en vrijval reserves 473 390 654 225 168 185 206
Toevoegingen aan reserves 375 390 629 256 272 273 257
Regulier exploitatiesaldo 64 101 0 0 0 0 0
Norm BBV: 0

 

Structureel exploitatiesaldo

De Gemeentewet schrijft voor dat de begroting structureel in evenwicht is. Hiervan kan worden afgeweken indien aannemelijk kan worden gemaakt dat het structurele evenwicht in de komende jaren tot stand zal worden gebracht. Om te kunnen vaststellen of aan dit wettelijke voorschrift wordt voldaan, wordt het structureel exploitatiesaldo gepresenteerd. Het structureel exploitatiesaldo betreft het verschil tussen de structurele lasten en de structurele baten. Indien de begroting niet structureel in evenwicht is, kan de Provincie Zuid-Holland de gemeente onder verscherpt toezicht plaatsen. Een positief bedrag en percentage bekent dat de structurele baten toereikend zijn om alle structurele lasten te dekken.

Tijdens de coalitieonderhandelingen en het opstellen van de Begroting 2027 lag de focus sterk op het bereiken van een structureel evenwicht. Dit heeft ertoe geleid dat Rotterdam in alle jaren van deze begroting een structureel evenwicht heeft.

Structureel exploitatiesaldo

(bedragen x € 1 mln)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Structurele baten  4.397 4.762 4.886 4.980 4.927 4.858 4.878
Structurele lasten  4.504 4.633 4.895 4.949 4.839 4.789 4.848
Structurele onttrekkingen aan reserves 24 17 50 71 88 109 134
Structurele toevoegingen aan reserves 0 0 0 0 0 0 0
Structureel exploitatiesaldo -83 146 40 102 175 178 163
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 4.711 4.944 5.118 5.203 5.131 5.060 5.080
Structureel exploitatiesaldo (%) -1,8% 3,0% 0,8% 2,0% 3,4% 3,5% 3,2%
Signaleringswaarde: > 0% is minst risicovol, 0% is neutraal, < 0% is meest risicovol

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie en analyse van de risico’s die de gemeente loopt. In het Coalitieakkoord 'Vaart maken' 2026-2030 is opgenomen dat wordt gestreefd naar een weerstandsvermogen van minimaal 1,00.

In het begrotingsjaar wordt ruimschoots voldaan aan het streven. Enkel in het laatste jaar van de meerjarenraming is het weerstandsvermogen net onder de streefwaarde. 

Voor een nadere toelichting verwijzen we naar paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Weerstandsvermogen

(bedragen x € 1 mln)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Beschikbare weerstandscapaciteit 145 82 178 194 210 181 146
Benodigde weerstandscapaciteit 88 77 95 110 143 145 148
Weerstandsvermogen 1,65 1,07 1,87 1,76 1,46 1,25 0,99
Norm gemeente Rotterdam Coalitieakkoord: minimaal 1,00

 

Solvabiliteitsrisico

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen af  te zetten tegen het totale vermogen (i.c. het balanstotaal). Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het (reguliere) exploitatiesaldo. Ondanks de zichtbare daling, valt de solvabiliteitratio nog in de categorie 'neutraal'. De daling van de solvabiliteit komt onder andere voort uit het inzetten van Enecomiddelen ter dekking van investeringen. Hiermee daalt het eigen vermogen en stijgt het vreemd vermogen doordat er meer gelden moeten worden aangetrokken. 

Solvabiliteitsratio

(in % bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Eigen vermogen 2.618 2.719 2.694 2.725 2.829 2.917 2.968
Balanstotaal 4.885 5.296 5.737 6.420 6.853 7.086 7.163
Solvabiliteitsratio 53,6% 51,3% 47,0% 42,4% 41,3% 41,2% 41,4%
Signaleringswaarde opgesteld door Provincie Zuid-Holland: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol

 

Belastingcapaciteit

Onderstaande tabel laat zien hoe de belastingcapaciteit zich ontwikkelt. De belastingcapaciteit geeft aan hoe de lokale lastendruk in de gemeente Rotterdam zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Hiermee wordt inzichtelijk hoeveel ruimte de gemeente heeft om extra inkomsten uit lokale belastingen te genereren. 

De uitkomst van deze vergelijking wordt uitgedrukt in een percentage. Het COELO is verantwoordelijk voor  de berekening van de landelijke gemiddelde woonlasten.

Bij het opstellen van de Begroting 2027 is het landelijk gemiddelde van de woonlasten voor 2027 nog niet bekend. Daarom wordt, conform de BBV-systematiek, uitgegaan van het meest recente beschikbare landelijke gemiddelde, namelijk dat van 2026. De woonlasten van Rotterdam voor 2027 worden daarmee afgezet tegen het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar.

Bij de interpretatie van het kengetal is het belangrijk om te weten dat de woonlasten van Rotterdam voor 2027 worden vergeleken met het landelijke gemiddelde over 2026. Een stijging van het kengetal voor 2027 ten opzichte van 2026 betekent daarom niet automatisch dat de positie van Rotterdam ten opzichte van andere gemeenten is verslechterd. De landelijke woonlasten over 2027 zijn op het moment van de begroting immers nog niet bekend. Alle gemeenten zijn namelijk nog bezig met de begroting opstellen en vaststellen. Bij de jaarstukken kan naar verwachting de vergelijking worden gemaakt met het landelijke gemiddelde over 2027.

Bij het vergelijken van Rotterdam met andere gemeenten is het belangrijk om rekening te houden met verschillen tussen de gemeenten. Hoewel gemeenten binnen dezelfde wet- en regelgeving werken, kunnen zij verschillende keuzes en afwegingen maken. Dit geldt bijvoorbeeld voor het niveau van voorzieningen voor inwoners en de opgaven die voortvloeien uit de eigen fysieke en sociaaleconomische situatie. Daarnaast kunnen gemeenten verschillen in de wijze waarop zij kosten aan een tarief toerekenen, de keuze voor een alternatieve dekking van kosten en de mate waarin tarieven kostendekkend zijn.

Belastingcapaciteit

(bedragen x € 1 mln)

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

OZB-lasten voor gezin bj gemiddelde WOZ-waarde 301 302 314 319
Afvalstoffenheffing voor een gezin 437 474 495 524
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 287 302 319 331
Eventuele heffingskorting 0 0 0 0
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 1.025 1.078 1.128 1.174
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in t 994 1053 1095 1095*
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde t 103% 102% 103% 107%

* Voor de berekening van het percentage in het begrotingsjaar worden de Rotterdamse woonlasten afgezet tegen het landelijke gemiddelde van het huidige jaar. De indexatie voor het begrotingsjaar is al verwerkt in de Rotterdamse woonlasten, terwijl een vergelijkbare ontwikkeling nog niet in het landelijke gemiddelde is meegenomen. Hierdoor kan het kengetal bij de begroting hoger uitvallen dan de werkelijkheid. Bij de jaarstukken kan de vergelijking worden gemaakt met het landelijke gemiddelde over het begrotingsjaar.

 

Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rente en de aflossingen op de exploitatie drukken.

Onderstaande tabel geeft een beeld van de recente ontwikkeling van de netto schuldquote. De netto schuldquote is de gehele periode ruim onder de 90% en valt daarmee in de categorie minst risicovol. De stijging van de netto schuldquote komt onder andere voort uit het inzetten van Enecomiddelen ter dekking van investeringen. Het vreemd vermogen neemt toe doordat er meer gelden moeten worden aangetrokken. 

Netto schuldquote (bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Vaste schulden 942 1.051 1.620 2.270 2.596 2.737 2.760
Netto vlottende schuld 292 379 401 401 401 401 401
Overlopende passiva 902 1.003 877 877 877 877 877
Financiële activa excl. verstrekte leningen  0 0 0 0 0 0 0
Uitzettingen < 1 jaar -405 -437 -437 -437 -437 -437 -437
Liquide middelen  -17 -17 0 0 0 0 0
Overlopende activa -346 -419 -419 -419 -419 -419 -419
Saldo 1.369 1.560 2.042 2.692 3.018 3.159 3.182
Baten 4.711 4.944 5.118 5.203 5.131 5.060 5.080
Netto schuldquote  (saldo / baten) 29,1% 31,6% 39,9% 51,7% 58,8% 62,4% 62,6%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

De netto schuldquote wordt zowel in- als exclusief doorgeleende gelden gepresenteerd. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de door de gemeente verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldpositie.

Het kengetal wordt op dezelfde wijze berekend als de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden betrokken. Een aanzienlijk deel van de opgenomen gelden is doorgeleend aan woningcorporaties en deelnemingen. Dit bedrag neemt de komende jaren wel gestaag af.

De ontwikkeling van de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen laat een vergelijkbaar beeld zien als de ontwikkeling van de netto schuldquote. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen valt voor alle jaren in de categorie minst risicovol. 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen (bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Vaste schulden 942 1.051 1.620 2.270 2.596 2.737 2.760
Netto vlottende schuld 292 379 401 401 401 401 401
Overlopende passiva 902 1.003 877 877 877 877 877
Financiële activa incl. verstrekte leningen en excl. kapitaalverstrekking  -89 -84 -72 -70 -67 -65 -63
Uitzettingen < 1 jaar -405 -437 -437 -437 -437 -437 -437
Liquide middelen  -17 -17 0 0 0 0 0
Overlopende activa -346 -419 -419 -419 -419 -419 -419
Saldo 1.280 1.476 1.970 2.623 2.951 3.094 3.119
Baten 4.711 4.944 5.118 5.203 5.131 5.060 5.080
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen (saldo / baten) 27,2% 29,9% 38,5% 50,4% 57,5% 61,2% 61,4%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol

 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet betreft een plafond voor de kortlopende schuld van de gemeente, met als doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. De kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,5% van het begrotingstotaal.

Indien de kortlopende schuld van een gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, dient de gemeente haar toezichthouder hiervan op de hoogte te stellen en een plan voor te leggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de kasgeldlimiet te voldoen.

In de meerjarenraming is geen overschrijding van de kasgeldlimiet voorzien, de gemeente voldoet daarmee aan de wettelijke norm.

Kasgeldlimiet

(bedragen x € 1 mln)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 4.562 4.963 5.106 5.429 5.429 5.429 5.429
Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,5% van grondslag 388 422 434 461 461 461 461
Gemiddelde korte schuld 147 165 300 300 300 300 300
Gemiddelde korte middelen -62 -63 0 0 0 0 0
Gemiddelde netto korte schuld 85 102 300 300 300 300 300
In % begroting 1,9% 2,1% 5,9% 5,5% 5,5% 5,5% 5,5%
Ruimte (+) / overschrijding (-) 303 320 134 161 161 161 161

 

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op de langlopende schuld te beperken. De renterisico’s worden berekend als de som van de aflossingen en de renteherzieningen op de bestaande langlopende schuld.

Er geldt een wettelijke norm. Het totale jaarlijkse renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm dwingt daarmee tot spreiding van de aflossingen en renteherzieningen. Er wordt meerjarig ruim voldaan aan de wettelijke norm voor het renterisico. 

Renterisiconorm

(bedragen x € 1 mln)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 4.562 4.963 5.106 5.429 5.429 5.429 5.429
Renterisiconorm o.g.v. wet Fido: 20% van grondslag 912 993 1.021 1.086 1.086 1.086 1.086
Renteherzieningen 0 0 0 0 0 0 0
Aflossingen 185 100 201 102 1 86 1
Risicobedrag 185 100 201 102 1 86 1
In % begroting 4,1% 2,0% 3,9% 1,9% 0,0% 1,6% 0,0%
Ruimte (+) / overschrijding (-) 727 892 821 984 1.084 999 1.084

 

EMU-saldo

EU-lidstaten mogen een EMU-tekort realiseren van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). In dit maximale tekort mogen, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel hebben. De referentiewaarde voor Rotterdam bedraagt -254 mln. Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft.

De begroting van gemeenten wordt opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo wordt echter niet berekend op basis van baten en lasten, maar op basis van ontvangsten en uitgaven. Anders dan in het stelsel van baten en lasten drukken investeringsuitgaven en aan- en verkopen in het jaar waarin de transactie wordt gedaan volledig op het EMU-saldo. Er wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen, noch met toevoegingen aan reserves en voorzieningen. De afwijkende berekening van het EMU-saldo kan ertoe leiden dat een gemeente bij een sluitende begroting een EMU-tekort realiseert.

Het lijkt dat onze gemeente een fors EMU-tekort gaat realiseren. De ervaring leert echter dat het EMU-saldo, als gevolg van planningsoptimisme bij investeringen, bij jaarrekening altijd positiever uitvalt dan in de begroting werd aangenomen. Mocht het EMU-tekort toch hoger uitvallen dan de referentiewaarde, dan zal dit slechts consequenties kunnen hebben, indien de Europese Unie Nederland een sanctie oplegt wegens overschrijding van de EMU-normen én indien het collectieve aandeel van de gemeenten in het EMU-tekort hoger is dan 0,27% van het bbp. Dit risico wordt klein geacht. Het is niettemin zaak om de vinger aan de pols te houden.

EMU-saldo

(bedragen x € 1 mln)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
1. Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -34 101 -25 31 104 88 51
2. Mutaties (im)materiele vaste activa -260 -286 -445 -685 -494 -293 -139
3. Mutatie voorzieningen -16 14 1 2 3 3 3
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -59 -6 -19 -2 58 57 59
5. Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiele vaste activa 0 0 0 0 0 0 0
Berekend EMU-saldo -368 -178 -488 -653 -329 -144 -26

 

Kapitaallastenratio

De kapitaallastenratio wordt berekend door het totaal van rente- en afschrijvingslasten (met betrekking tot schulden en investeringen) af te zetten tegen de totale baten (excl. onttrekkingen aan reserves). Niet alleen het aangaan van schuld leidt tot lasten die de flexibiliteit van de begroting negatief beïnvloeden, hetzelfde geldt voor investeringen. Investeringen leiden tot kapitaallasten, die gedurende de afschrijvingstermijn van de investering als last op de begroting drukken, waardoor de flexibiliteit van de begroting afneemt. Er geldt geen wettelijke of andere norm voor deze ratio. Er is op dit moment geen zinvolle signaleringswaarde voor dit kengetal te bepalen op basis van literatuur of de praktijk van andere gemeenten.

Kapitaallastenratio

(bedragen x € 1 mln)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Rentelasten 23 28 43 69 93 106 106
Afschrijvingen 146 152 160 179 199 209 201
Saldo 169 180 203 248 292 315 308
Baten 4.711 4.944 5.118 5.203 5.131 5.060 5.080
Kapitaallastenratio 3,6% 3,6% 4,0% 4,8% 5,7% 6,2% 6,1%

 

Kengetal grondexploitaties

Het kengetal grondexploitaties geeft een indicatie van het financiële risico dat de gemeente loopt in verband met zijn grondportefeuille. Het kengetal wordt berekend door de boekwaarde van de grondexploitaties af te zetten tegen de totale baten van de gemeente (excl. onttrekkingen aan reserves). De boekwaarde van de grondexploitaties is negatief, doordat de gemeente in het verleden verliezen heeft genomen op de grondexploitaties. Een negatief kengetal betekent dat er geen boekwaarde is die moet worden terugverdiend door verkoop van grond. De gemeente loopt dus beperkt risico op zijn voorraden grond.

Grondexploitaties

(bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Bouwgronden in exploitatie -79 -73 -49 -42 -100 -157 -217
Totale baten (eclusief mutatie reserves) 4.711 4.944 5.118 5.203 5.131 5.060 5.080
Ratio grondexploitaties -1,7% -1,5% -1,0% -0,8% -1,9% -3,1% -4,3%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal, > 35% is meest risicovol

 

Ontwikkeling financiële kengetallen

In onderstaande tabel is aangegeven hoe de financiële kengetallen zich ontwikkelen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.

Ontwikkeling financiële kengetallen Oorspronkelijke begroting 2026 Tweede herziening 2026
Regulier exploitatiesaldo (x € 1 mln) 0 0
Structureel exploitatiesaldo (%) -1,0% 0,8%
Weerstandsvermogen 1,01 1,87
Solvabiliteitsratio (%) 41,8% 47,0%
Belastingcapaciteit (%) 106% 103%
Netto schuldquote (%) 53,4% 39,9%
Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen (%) 52,1% 38,5%
Ruimte t.o.v. kasgeldlimiet (x € 1 mln) 134 134
Ruimte t.o.v. renterisiconorm (x € 1 mln) 871 821
EMU-saldo (x € 1 mln) -669 -488
Kapitaallastenratio (%) 4,8% 4,0%
Ratio grondexploitaties (%) -1,4% -1,0%