Begroting 2027
Lokale heffingen
Paginanummer in website: 213Lokale heffingen
Beleid
Inwoners en ondernemers in Rotterdam betalen lokale heffingen. Hiermee dragen zij bij aan het welzijn, de leefbaarheid en voorzieningen in onze stad. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente.
Belastingheffing is een ingrijpende bevoegdheid van overheden in relatie tot de belastingbetalers. Dat vraagt om helderheid over de besteding van het belastinggeld, maar evenzeer om een correcte benadering van de belastingbetaler. Voor de relatie overheid - belastingbetaler gelden de volgende uitgangspunten:
• Rechtmatigheid
• Rechtszekerheid
• Rechtsgelijkheid
• Doelmatigheid
• Doeltreffendheid
De Kadernota Lokale Lasten 2027-2030 bevat het Rotterdamse beleid op het gebied van lokale heffingen. Dit beleidskader geeft antwoord op vragen als: welke lokale lasten worden in Rotterdam geheven, op grond waarvan, wie betalen deze lasten, wat zijn de opbrengsten, en welke beleidsuitgangspunten gelden hierbij? Daarmee stelt de gemeenteraad de kaders voor het door het college te voeren lokale lastenbeleid voor de komende jaren vast. En daarover legt het college periodiek verantwoording af richting raad. Het kan zijn dat, vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving en beleid, de kadernota jaarlijks wordt herzien.
In de Kadernota Lokale Lasten 2027-2030 vertalen we de volgende uitgangspunten uit het coalitieakkoord ‘Vaart maken’ naar concreet beleid:
- De kosten voor afval nemen de komende jaren flink toe. We ontkomen er niet aan om deze kosten door te berekenen. De afvalstoffenheffing maken wij kostendekkend vanaf 2027. Daarvoor rekenen wij de stijgende kosten door en verhogen we de dekkingsgraad van 94 naar 98%. Dit betekent dat de afvalstoffenheffing stijgt. Voor Rotterdammers die dat niet kunnen betalen, blijft de kwijtscheldingsregeling in stand.
- Daarnaast breiden we betaald parkeren uit naar de hele stad en verhogen we de tarieven, omdat we met deze inkomsten kunnen investeren in een groenere en veiligere stad met voldoende woningen. Met uitzondering van Hoek van Holland, Rozenburg, Pernis en Heijplaat, wordt in de komende jaren in de gehele stad betaald parkeren ingevoerd. Om sportverenigingen en winkelcentra te ontlasten zullen ook hier Stop & Sport en Stop & Shop tarieven gaan gelden. Ook wordt er een tariefsverhoging van het betaald parkeren doorgevoerd. Hiernaast wordt op de huidige vier dagen waarop geen betaald parkeren geldt, het zondagstarief ingevoerd. Ook worden de huidige feestdagen met zondagsregeling en de pilot feestdagen voortaan beschouwd als een reguliere dag.
- Van onze bezoekers die in Rotterdam komen overnachten vragen we een extra bijdrage van €1,50 per overnachting om de stad aantrekkelijk te houden. Na verdere uitwerking zal dit in de praktijk vertaald worden naar een tariefverhoging van 6,5% naar 8%. Met deze tariefaanpassing wordt dezelfde opbrengst gerealiseerd als met de eerder voorgenomen extra bijdrage.
- Andere belastingen, zoals de OZB, verhogen we, behalve voor indexatie, niet.
Inkomsten
Voor 2027 ramen wij in totaal € 982 mln aan inkomsten uit heffingen van lokale lasten. Hiervan komt € 670 mln uit de heffing van algemene belastingsoorten, zoals de onroerend zaakbelasting, logiesbelasting, reclame- en precariobelasting en parkeerbelasting (zie het overzicht lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is). Daarnaast ramen we € 312 mln uit de heffing van retributies, waaronder de afvalstoffen- en rioolheffing, bedrijfsreinigingsrechten leges Omgevingsvergunningen (zie onderstaand hoofdstuk Kostendekkendheid tarieven).
In onderstaande tabel staat een specificatie van de opbrengsten van de belangrijkste belasting- en heffingssoorten:
| Inkomsten lokale heffingen | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Raming 2028 | Raming 2029 | Raming 2030 |
| Onroerende zaakbelasting | 410.637 | 399.141 | 403.016 | 406.711 | 410.211 |
| Logiesbelasting | 16.666 | 20.783 | 20.783 | 20.783 | 20.783 |
| Reclame- en precariobelasting | 17.101 | 17.317 | 17.317 | 17.317 | 17.317 |
| Algemene parkeerbelasting | 182.864 | 232.642 | 245.683 | 258.417 | 258.417 |
| Leges omgevingsvergunningen | 22.745 | 25.974 | 25.974 | 25.974 | 25.974 |
| Rioolheffing | 122.085 | 128.252 | 129.074 | 129.896 | 130.718 |
| Bedrijfsreinigingsrecht | 6.134 | 6.382 | 6.382 | 6.382 | 6.382 |
| Afvalstoffenheffing | 136.195 | 151.026 | 164.443 | 169.244 | 179.550 |
| Totaal | 914.427 | 981.517 | 1.012.672 | 1.034.724 | 1.049.352 |
Kostendekkendheid tarieven
Op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV) stelt de raad de programma’s vast exclusief de overhead.
Daarnaast stelt de raad de overheadkosten vast en bepaalt de raad hoe deze worden toegerekend aan taken en diensten waarvoor maximaal kostendekkende tarieven gelden. Het niet maximaal toerekenen van deze overheadkosten zou – ongewenst – een begrotingstekort veroorzaken. Het BBV schrijft geen methode van kostentoerekening voor; wel wordt bepaald dat de gekozen methode wordt toegelicht en consistent wordt toegepast. Met het vaststellen van de Kadernota Lokale Lasten door de raad wordt deze methode vastgesteld.
In het BBV wordt bepaald dat uit de begroting moet blijken hoe de gemeente de tarieven berekent en welke (beleids-)keuzes daarbij worden gemaakt (artikel I, onderdeel G). Daarom wordt in de paragraaf Lokale Heffingen opgenomen hoe bij de berekening van tarieven voor leges en heffingen bewerkstelligd wordt dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten (inclusief overheadkosten) niet overschrijden en welke uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. Deze BBV-bepaling geldt overigens alleen voor tarieven waarvoor uitsluitend maximaal kostendekkende tarieven mogen worden geheven, zoals riool- en afvalstoffenheffing, leges publiekszaken, lijkbezorgings-rechten en omgevingsvergunningen. Deze bepaling geldt niet voor algemene belastingen, zoals OZB, precario- en reclamebelasting, precario standplaatsen, liggeld woonschepen en parkeerregulering en -belastingen.
In onderstaande wordt invulling gegeven aan deze bepaling uit de BBV.
De transparantie omtrent de berekeningswijze voor de kostendekkende tarieven omvat in de eerste plaats een ‘macroniveau’ (verordening in zijn geheel) en in de tweede plaats een ‘microniveau’ (onderdeel van de verordening). Op macroniveau moet blijken dat de totale geraamde baten uit tarieven niet hoger zijn dan de totale geraamde lasten, inclusief overheadkosten, van de betreffende verordening (artikel 229b GW). Op microniveau moet inzichtelijk zijn hoe de tarieven van de verschillende onderdelen van een verordening bijdragen aan de totale kostendekkendheid. Daarbij geldt dat de geraamde opbrengsten van alle tarieven binnen de verordening gezamenlijk niet hoger mogen zijn dan de geraamde kosten, inclusief overhead. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Algemene Legesverordening, die uit verschillende hoofdstukken voor uiteenlopende dienstverlening bestaat.
De aan de tarieven toegerekende kosten worden afgezet tegen de geraamde opbrengsten uit deze tarieven. De kosten en de opbrengsten zijn gebaseerd op de raming van het aantal te leveren producten / diensten in 2027 vermenigvuldigd met het voorgestelde tarief voor 2027. De totaal geraamde opbrengsten, uitgedrukt in het totaal van toerekenbare kosten, bepalen het kostendekkendheidspercentage 2027.
In onderstaande tabel staan per concept-belastingverordening 2027 de toegerekende lasten, de geraamde baten uit tariefheffing en het kostendekkendheidspercentage. Bij de algemene belastingverordeningen en de verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen hoeft de kostendekkendheid niet inzichtelijk gemaakt te worden. Bij deze verordeningen is n.v.t. vermeld.
| Naam verordening 2027 | Totale kosten | Totale baten | % kosten-dekkendheid | ||
| Verordening onroerendezaakbelasting 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Verordening precariobelasting 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Algemene legesverordening 2027 | 14.193 | 9.849 | 70% | ||
Berekening kostendekkendheid Algemene legesverordening | |||||
Personeelskosten | 7.985 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 51 | ||||
Materiële kosten | 3.098 | ||||
Overhead (concern) | 3.057 | ||||
Totale kosten | 14.193 | ||||
Opbrengst heffingen | 9.881 | ||||
Dekkingspercentage | 70% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet. De Algemene legesverordening bestaat uit twee delen: de verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving van de belastbare feiten, de heffingsmaatstaven en de tarieven. | |||||
Artikel 229, eerste lid, onderdeel b van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten onder andere rechten kunnen heffen voor het genot van de diensten die door of vanwege het gemeentebestuur worden verstrekt. Leges kunnen dus uitsluitend geheven worden voor diensten die door of vanwege het gemeentebestuur worden verstrekt. | |||||
Is het algemene belang groter dan het individuele belang van de aanvrager of dat van degene voor wie de dienst wordt verleend, dan rechtvaardigt die dienst geen legesheffing. | |||||
Ten slotte gaat het bij het ‘verlenen’ van een dienst, zoals geformuleerd in de verordening, uitsluitend om het in gang zetten van de dienstverlening. Er is dus een inspanningsverplichting. | |||||
| Logiesbelasting 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Afvalstoffenheffing 2027 | 153.582 | 151.026 | 98% | ||
Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing | |||||
Personeelskosten | 34.146 | ||||
Materiële kosten | 112.234 | ||||
Overhead (concern) | 7.202 | ||||
Totale kosten | 153.582 | ||||
Opbrengst heffingen | 151.026 | ||||
Dekkingspercentage | 98% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
De gemeenteraad en het college van burgemeesters en wethouders zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kunnen gemeenten de inzameling van het huishoudelijk afval bekostigen. | |||||
De basis voor de heffing ligt in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De heffing is een bestemmingsheffing en mag niet meer dan kostendekkend zijn. | |||||
De afvalstoffenheffing wordt door de gemeente gebruikt voor het inzamelen van afval en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. De gemeente hoeft niet zelf het afval op te halen, maar kan ook een particulier bedrijf inschakelen of samen met andere gemeenten een gemeenschappelijk afvalbedrijf het afval laten ophalen. In Rotterdam is de inzameling van afval belegd bij de gemeente. | |||||
Aan de tarieven afvalstoffenheffing worden, naast de kosten voor afvalinzameling en –verwerking, nationale CO₂-heffing en kosten voor het inzamelen van lachgascilinders ook 25% van de totale kosten van straatreiniging, de kosten van toezicht en handhaving (milieupolitie), afvalstoffenbelasting en de toerekenbare omzetbelasting aan het BTW-Compensatiefonds toegerekend. | |||||
De kwijtscheldingslasten afvalstoffenheffing worden vanaf 2025 niet langer meegenomen als toerekenbare kosten, deze lasten worden gedekt vanuit het programma Armoede. De toerekenbare kosten die wel nog worden meegenomen en tegelijkertijd niet worden toegerekend aan de tarieven, betreffen een deel van de stortbelasting en daarnaast enkele lasten die bij de Voorjaarsnota 2019 uitgezonderd zijn van toerekening aan de tarieven. | |||||
De totaal toegerekende kosten voor afvalinzameling en –verwerking worden toegerekend aan de tarieven afvalstoffenheffing en aan de tarieven bedrijfsreinigingsrecht. De toegerekende kosten aan de tarieven worden nagenoeg gedekt uit de opbrengsten van de heffing. | |||||
| Bedrijfsreinigingsrecht 2027 | 7.598 | 6.382 | 84% | ||
Berekening kostendekkendheid Bedrijfsreinigingsrecht | |||||
Personeelskosten | 1.719 | ||||
Materiële kosten | 5.447 | ||||
Overhead (concern) | 431 | ||||
Totale kosten | 7.598 | ||||
Opbrengst heffingen | 6.382 | ||||
Dekkingspercentage | 84% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Iedere onderneming produceert in meer of mindere mate afval. Om het ophalen en verwerken van dit bedrijfsafval te bekostigen krijgt ieder bedrijf of instelling jaarlijks een aanslag bedrijfsreinigingsrecht. Als het bedrijf of de instelling een contract met een erkende afvalinzamelaar voor het ophalen en verwerken van het bedrijfsafval heeft afgesloten, behoeft niet ook nog bedrijfsreinigingsrecht te worden voldaan. Het tarief van het bedrijfsreinigingsrecht is afhankelijk van de branche en de grootte van de onderneming. | |||||
| Rioolheffing 2027 | 139.351 | 128.252 | 92% | ||
Berekening kostendekkendheid Rioolheffing | |||||
Personeelskosten | 23.829 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 775 | ||||
Materiële kosten | 106.230 | ||||
Overhead (concern) | 8.517 | ||||
Totale kosten | 139.351 | ||||
Opbrengst heffingen | 128.252 | ||||
Dekkingspercentage | 92% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
De basis van de rioolheffing is artikel 228a van de gemeentewet. De rioolheffing is een bestemmingsbelasting waaruit de gemeentelijke watertaken gefinancierd worden. | |||||
De gemeente heeft bij wet een zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water: | |||||
- zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater; | |||||
- zorgplicht voor de inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; | |||||
- zorgplicht voor het grondwater. | |||||
De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de hierboven zorgplichten. | |||||
Voor het uitvoeren van deze zorgplichten zijn middelen nodig, personele en financiële. De benodigde financiën worden gegenereerd door o.m. de inkomsten vanuit de rioolheffing. | |||||
Op grond van artikel 4.22 Wet milieubeheer stelt de gemeenteraad, telkens voor een daarbij vast te stellen periode, een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vast. In het GRP wordt aangegeven waar welke voorzieningen (gescheiden rioolstelsel, gemengd rioolstelsel, rioolgemalen of anderszins) zijn gerealiseerd of in de planperiode en daarna worden gerealiseerd en hoe deze worden beheerd om aan de wettelijke zorgplichten te kunnen voldoen. De uitgangspunten voor de berekening van de hoogte van de rioolheffing voor de periode 2022 – 2025 zijn beschreven in het voorjaar 2021 door de raad vastgestelde GRP-5. Conform raadsvoorstel 25bb000855 is het GRP verlengd met één jaar tot en met 2027. | |||||
De tarieven rioolheffing mogen- evenals de tarieven afvalstoffenheffing- maximaal kostendekkend zijn. Indien het tarief niet maximaal kostendekkend is dienen de inkomsten uit de rioolheffing aangevuld te worden met inkomsten uit de algemene middelen. | |||||
In de verordening is een gedifferentieerd tarief opgenomen voor objecten met een WOZ-waarde onder de € 50.000,00 zoals bijvoorbeeld garageboxen of bergingen. | |||||
Op grond van wet- en regelgeving kan de rioolheffing worden voldaan door zakelijk gerechtigden (doorgaans eigenaren) of feitelijk gebruikers van de riolering. Dit is afhankelijk van wat de gemeente in haar verordening op de rioolheffing vastlegt. Gemeenten kunnen ervoor kiezen beide partijen te laten betalen in een gecombineerde heffing of alleen gebruikers of eigenaren aan te slaan voor de rioolheffing. Daarnaast kan onderscheid gemaakt worden tussen woningen en niet-woningen. | |||||
In de gemeente Rotterdam geldt alleen een eigenarenheffing. | |||||
De woningeigenaren worden vanaf 2009 belast met een basistarief. Dit basistarief is het laagste bedrag dat jaarlijks voor het hebben van een rioolaansluiting en het uitvoeren van de zorgplichten in rekening wordt gebracht. Voor de niet-woningen is een tariefdifferentiatie op basis van de WOZ-waarde ingevoerd, tenzij de WOZ-waarde lager is dan € 200.000,00. In dat geval geldt eveneens het basistarief voor woningen. | |||||
Dat deze groep niet-woningen met het basistarief worden belast heeft als achtergrond dat met name de kleinere ondernemers niet onevenredig in de kostentoedeling mogen worden betrokken. | |||||
De benodigde investeringsmiddelen voor rioolvervanging zijn bepaald bij het opstellen van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025. Door forse prijsstijgingen van arbeid, energie en materiaal is het aannemelijk dat deze investeringsmiddelen niet afdoende zullen zijn om de beoogde 40 km riool per jaar te vervangen. In dat geval zijn er aanvullende investeringsmiddelen noodzakelijk. Om hogere investeringen te kunnen dekken dienen de dotaties aan de voorziening vervangingsinvesteringen riolering te stijgen. Daarnaast wordt een deel van de beheer- en onderhoudskosten van het Rotterdamse rioolstelsel gedekt uit de algemene middelen. In 2025 is deze bijdrage uit de algemene middelen gedeeltelijk afgebouwd. | |||||
| Parkeerregulering en parkeerbelastingen 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Rechten markten 2027 | 4.465 | 2.430 | 54% | ||
Berekening kostendekkendheid Rechten Markten | |||||
Personeelskosten | 2.213 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 0 | ||||
Materiële kosten | 1.680 | ||||
Overhead (concern) | 572 | ||||
Totale kosten | 4.465 | ||||
Opbrengst heffingen | 2.430 | ||||
Dekkingspercentage | 54% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Marktgelden kunnen worden geheven voor het innemen van standplaatsen of het plaatsen van kramen op gemeentegrond die voor de openbare dienst bestemd is. De rechten markten zijn gebaseerd op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet. Deze rechten heten ook wel respectievelijk 'gebruiksretributies' en 'genotsretributies'. Bij de rechten is sprake van een individueel aanwijsbare prestatie van de gemeente. Als standplaatsen geen onderdeel van een markt zijn, vallen zij niet onder het marktgeld, maar wordt standplaats precariobelasting geheven. | |||||
| Precario standplaatsen 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Retributieverordening Openbare Werken 2027 | 693 | 373 | 54% | ||
Berekening kostendekkendheid Retributieverordening openbare werken | |||||
Personeelskosten | 332 | ||||
Materiële kosten | 242 | ||||
Overhead (concern) | 119 | ||||
Totale kosten | 693 | ||||
Opbrengst heffingen | 373 | ||||
Dekkingspercentage | 54% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
De rechten openbare werken worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef, en onderdelen a en b, van de Gemeentewet. Gebruiksretributies worden geheven voor het aanleggen van o.m. een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats, het plaatsen van (nieuw) kenteken bij deze parkeerplaats, of voor het aanleggen van een gereserveerde parkeerplaats voor een hulpverleners. | |||||
| Lijkbezorgingsrechten 2027 | 11.619 | 8.269 | 71% | ||
Berekening kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten | |||||
Personeelskosten | 4.384 | ||||
Materiële kosten | 5.395 | ||||
Omslagrente | 280 | ||||
Overhead (concern) | 1560 | ||||
Totale kosten | 11.619 | ||||
Opbrengst heffingen | 8.269 | ||||
Dekkingspercentage | 71% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
De Wet op de lijkbezorging verplicht gemeenten zorg te dragen voor de aanwezigheid van algemene begraafplaatsen. Ter zake van door de gemeente verrichtte diensten, zoals begraven en onderhoud van graven kan de gemeente rechten heffen. De lijkbezorgingsrechten worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet. Op basis van de Verordening lijkbezorgingrechten wordt een recht geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. | |||||
| Leges Burgerzaken 2027 | 23.882 | 21.470 | 90% | ||
Berekening kostendekkendheid Leges publiekszaken | |||||
Personeelskosten | 9.387 | ||||
Materiële kosten | 10.280 | ||||
Overhead (concern) | 4.215 | ||||
Totale kosten | 23.882 | ||||
Opbrengst heffingen | 21.470 | ||||
Dekkingspercentage | 90% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Leges Burgerzaken worden geheven voor o.m. het verstrekken van reisdocumenten (paspoorten en ID-kaarten) rijbewijzen, uittreksels uit de Basisregistratie Personen en voor het voltrekken van huwelijken en geregistreerde partnerschappen. | |||||
| Liggeld woonschepen 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Leges Omgevingswet 2027 | 26.564 | 25.975 | 98% | ||
Berekening kostendekkendheid Omgevingswet | |||||
Personeelskosten | 14.351 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 817 | ||||
Materiële kosten | 5.651 | ||||
Overhead (concern) | 5.745 | ||||
Totale kosten | 26.564 | ||||
Opbrengst heffingen | 25.975 | ||||
Dekkingspercentage | 98% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
De gemeente Rotterdam gaat uit van kostendekkendheid van de leges volgens de normen van de wet (artikel 229b, eerste lid van de Gemeentewet). Die kostendekkendheid wordt conform regelgeving en jurisprudentie bepaald per verordening. Vanaf 2024 kent Rotterdam een aparte legesverordening Omgevingswet. De kosten en opbrengsten worden over de gehele verordening beoordeeld. Opbrengsten uit de ene vergunning of activiteit kunnen worden gebruikt voor de dekking van kosten die voor andere vergunningen of activiteiten worden gemaakt (kruissubsidiëring). | |||||
Om de leges voor aanvraag van vergunningen voor plannen met en relatief lage bouwsom haalbaar en betaalbaar te houden, is in Rotterdam met name sprake van kruissubsidiëring tussen de grote en de kleine bouwplannen. Dit is een bestuurlijke keuze. Het loslaten van deze kruissubsidiëring zou tot onaanvaardbaar hoge tarieven voor de kleine bouwplannen leiden. Binnen het legesstelsel voor aanvragen wordt gewerkt met een systeem met schijven. | |||||
| Logiesbelasting cruiseschepen 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Leges Zero-emissiezone Rotterdam 2027 | 0 | 0 | 100% | ||
Berekening kostendekkendheid Leges Zero-emissiezone | |||||
Personeelskosten | 0 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 0 | ||||
Materiële kosten | 0 | ||||
Overhead (concern) | 0 | ||||
Totale kosten | 0 | ||||
Opbrengst heffingen | 0 | ||||
Dekkingspercentage | 100% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Vanaf 2026 is dit een aparte verordening. De bij het Centraal Loket aangesloten gemeenten hebben samen met de ketenpartners gezamenlijk de tarieven vastgesteld. De leges worden aangevraagd bij en geïnd door het landelijk Centraal Loket. | |||||
| Verordening reclamebelasting 2027 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
Kostendekkendheid per hoofdstuk
De Algemene legesverordening bestaat uit hoofdstukken die de tarieven van een veelheid van uiteenlopende dienstverlening regelt. Per hoofdstuk bedragen de geraamde kosten, baten en daarmee het kostendekkendheidspercentage als volgt:
| Hoofdstuk | Totale kosten | Totale baten | % kostendekkendheid | ||
| 2 Diverse gebruiksvergunningen | 743 | 743 | 98% | ||
Berekening kostendekkendheid Diverse gebruiksvergunningen | |||||
Personeelskosten | 493 | ||||
Materiële kosten | 9 | ||||
Overhead (concern) | 241 | ||||
Totale kosten | 743 | ||||
Opbrengst heffingen | 725 | ||||
Dekkingspercentage | 98% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting: | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van onder meer de aanvragen van splitsingsvergunningen (als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014). Dit betreft tevens de raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen tot kamerbewoning, woningonttrekking en -vorming en verhuurvergunningen. | |||||
| 3 Horeca en evenementenvergunning | 3.592 | 1.328 | 37% | ||
Berekening kostendekkendheid Horeca en evenementen | |||||
Personeelskosten | 2.335 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 19 | ||||
Materiële kosten | 272 | ||||
Overhead (concern) | 966 | ||||
Totale kosten | 3.592 | ||||
Opbrengst heffingen | 1.328 | ||||
Dekkingspercentage | 37% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van onder meer de aanvragen van exploitatievergunningen en vergunningen op grond van de Nota prostitutie en seksbranche Rotterdam. Door nauwe verwevenheid van de hoofdstukken 3, 4 en 5 van de Algemene legesverordening geldt tussen deze hoofdstukken kruissubsidiering. | |||||
| 4 Alcoholwet | 396 | 289 | 73% | ||
Berekening kostendekkendheid Alcoholwet | |||||
Personeelskosten | 269 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 3 | ||||
Materiële kosten | 15 | ||||
Overhead (concern) | 115 | ||||
Totale kosten | 396 | ||||
Opbrengst heffingen | 289 | ||||
Dekkingspercentage | 73% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van onder meer de aanvragen van vergunningen tot ontheffing verstrekken van alcoholhoudende dranken. Door nauwe verwevenheid van de hoofdstukken 3, 4 en 5 van de Algemene legesverordening geldt tussen deze hoofdstukken kruissubsidiering. | |||||
Door nauwe verwevenheid van de hoofdstukken 3, 4 en 5 van de Algemene legesverordening geldt tussen deze hoofdstukken kruissubsidiering. | |||||
| 5 Wet op de kansspelen | 84 | 59 | 70% | ||
Berekening kostendekkendheid Wet op de kansspelen | |||||
Personeelskosten | 57 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 1 | ||||
Materiële kosten | 0 | ||||
Overhead (concern) | 26 | ||||
Totale kosten | 84 | ||||
Opbrengst heffingen | 59 | ||||
Dekkingspercentage | 70% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen dan wel verlenging van een vergunning voor een of meerdere kansspelautomaten. De tarieven zijn rijkstarieven.Door nauwe verwevenheid van de hoofdstukken 3, 4 en 5 van de Algemene legesverordening geldt tussen deze hoofdstukken kruissubsidiering. | |||||
| 6 Gebruik van de weg voor bouwwerkzaamheden en overige werkzaamheden | 1.439 | 1.144 | 79% | ||
Berekening kostendekkendheid Leges Gebruik van de Weg | |||||
Personeelskosten | 913 | ||||
Materiele kosten | 199 | ||||
Overhead (concern) | 327 | ||||
Totale kosten | 1.439 | ||||
Opbrengsten heffingen | 1.144 | ||||
Dekkingspercentage | 79% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en opbrengsten verbonden aan de aanvragen voor het plaatsen van objecten in het kader van (bouw-)werkzaamheden. Daarbij wordt een gedifferentieerd tarief bij de aanvrager in rekening gebracht: hoe langer objecten worden geplaatst, des te complexer en des te meer handelingen. Dit betekent dat een hoger tarief in rekening wordt gebracht naarmate het een langere plaatsingstermijn betreft. | |||||
| 7 Verkeer en vervoer | |||||
Berekening kostendekkendheid Verkeer en vervoer | |||||
Personeelskosten | 407 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 28 | ||||
Materiële kosten | 933 | ||||
Overhead (concern) | 218 | ||||
Totale kosten | 1586 | ||||
Opbrengst heffingen | 644 | ||||
Dekkingspercentage | 41% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen tot een (dag- dan wel langdurige-)ontheffing milieuzones, ontheffing busbanen, RVV-ontheffing, aanvragen tot het verstrekken van een ontheffing van een parkeerverbod en aanvragen van (een herbeoordeling voor) een Europese gehandicaptenparkeerkaart. | |||||
| 8 Dienstverlening stadsarchief | 541 | 530 | 98% | ||
Berekening kostendekkendheid Dienstverlening stadsarchief | |||||
Personeelskosten | 310 | ||||
Materiële kosten | 230 | ||||
Totale kosten | 541 | ||||
Opbrengst heffingen | 530 | ||||
Dekkingspercentage | 98% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie kunnen in bepaalde gevallen kosten in rekening worden gebracht voor de verstrekking van informatie. Voor de tarieven Stadsarchief is aangesloten bij het basisprincipe dat de marginale kosten van verstrekking in rekening mogen worden gebracht. Marginale kosten van verstrekking zijn volgens de memorie van toelichting kosten voor de vermenigvuldiging, de verspreiding en de kosten van informatiedragers. De kosten voor de bestaande infrastructuur mogen niet worden doorberekend evenmin als de kosten voor archivering, verkoop en marketing en een al bestaande helpdesk, tenzij extra kosten worden gemaakt om te voldoen aan het verzoek om hergebruik. | |||||
| 9 Leidingen | 5.585 | 4.941 | 88% | ||
Berekening kostendekkendheid Leidingen | |||||
Personeelskosten | 3.059 | ||||
Materiële kosten | 1433 | ||||
Overhead (concern) | 1.093 | ||||
Totale kosten | 5.585 | ||||
Opbrengst heffingen | 4.941 | ||||
Dekkingspercentage | 88% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen tot een vergunning, toestemming c.q. instemming voor onder meer het (ver-)leggen, rijzen, vervangen, verwijderen van kabels en leidingen. Tevens omvat bovenstaande een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het verbinden van een spuitriool op het gemeentenet. | |||||
| 10 Vergunningen overige activiteiten buitenruimte | 225 | 220 | 98% | ||
Berekening kostendekkendheid Overige activiteiten buitenruimte | |||||
Personeelskosten | 147 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 0 | ||||
Materiële kosten | 7 | ||||
Overhead (concern) | 71 | ||||
Totale kosten | 225 | ||||
Opbrengst heffingen | 220 | ||||
Dekkingspercentage | 98% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen tot onder meer het verlenen van een Toegelaten Taxiorganisatie (TTO-vergunning), vergunning deelmobiliteit, ontheffing geluidhinder, straatverkoop- of promotieplaats en voor een marktvergunning op Koningsdag. | |||||
| 11 Ligplaatsvergunning | 1 | 1 | 98% | ||
Berekening kostendekkendheid Ligplaatsvergunning | |||||
Personeelskosten | 1 | ||||
Specifieke automatiseringskosten | 0 | ||||
Materiële kosten | 0 | ||||
Overhead (concern) | 0 | ||||
Totale kosten | 1 | ||||
Opbrengst heffingen | 1 | ||||
Dekkingspercentage | 98% | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Toelichting | |||||
Dit betreft een raming van de kosten en de opbrengsten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen van nieuwe ligplaatsvergunningen voor bestaande locaties door nieuwe vergunninghouders als gevolg van eigendomsoverdracht van het onderhavige woonschip | |||||
Lokale lastendruk
Om een beeld van de lokale lastendruk 2027 te geven, volgt hierna een schets van de recente tarievenontwikkeling in de gemeente. Bedragen zijn in hele euro's tenzij anders vermeld.
Ontwikkeling woonlasten 2026-2027
Het totaal aan woonlasten is de som van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en het gemiddelde aanslagbedrag voor onroerendezaakbelasting.
Op basis van de tariefvoorstellen 2027 stijgen de gemiddelde woonlasten in 2027 met ongeveer 5,7%, afhankelijk van de grootte van het huishouden.
Deze stijging is inclusief de CPI van 1,9%. De stijging van de woonlasten 2027 valt hoger uit dan in 2026, toen de gemiddelde woonlasten met 4,6% stegen. De ontwikkeling van de lokale lasten voor 2026-2027 is 3,8 procentpunt hoger dan de CPI-indexering. Dit komt doordat de kostendekkendheid van ASH is verhoogd van 94 naar 98% en de bijkomende jaarlijkse verhoging van de RIO met € 6,00 zoals vastgelegd in het rioleringsplan.
- Het OZB-tarief daalt met 3,0%. In combinatie met CPI-indexering en bijstelling inzichten waardeontwikkeling voor 2027, leidt dit tot een verhoging van de gemiddelde OZB-aanslag voor koopwoningen met 1,8%.
- Het basistarief rioolheffing (RIO) stijgt met 1,9 % CPI-indexering plus € 6,00. Dit is op grond van het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025. (raadsbesluit: verlengd tot 2027).
- In 2027 stijgt het tarief van de afvalstoffenheffing (ASH) meer dan de CPI-indexering. Dit komt doordat de kostendekkend stijgt van 94% naar 98%
| Eénpersoonshuishouden | Tarief 2026 | Tarief 2027 | Stijging 2027 t.o.v. 2026 (in %) |
|---|---|---|---|
| OZB aanslag | € 313,99 | € 319,49 | 1,8% |
| RIO (basistarief) | € 319,10 | € 331,20 | 3,8% |
| ASH 1 -persoons | € 381,90 | € 443,10 | 16,0% |
| Totale woonlasten | € 1.014,99 | € 1.093,79 | 7,8% |
| Tweepersoonshuishouden | Tarief 2026 | Tarief 2027 | Stijging 2027 t.o.v. 2026 (in %) |
|---|---|---|---|
| OZB aanslag | € 313,99 | € 319,49 | 1,8% |
| RIO (basistarief) | € 319,10 | € 331,20 | 3,8% |
| ASH - tweepersoons | € 457,50 | € 496,70 | 8,6% |
| Totale woonlasten | € 1.090,59 | € 1.147,39 | 5,2% |
| Meerpersoonshuishouden | Tarief 2026 | Tarief 2027 | Stijging 2027 t.o.v. 2026 (in %) |
|---|---|---|---|
| OZB aanslag | € 313,99 | € 319,49 | 1,8% |
| RIO (basistarief) | € 319,10 | € 331,20 | 3,8% |
| ASH - meerpersoons | € 495,30 | € 523,70 | 5,7% |
| Totale woonlasten | € 1.128,39 | € 1.174,39 | 4,1% |
Kwijtscheldingsbeleid
Voor het heffingsjaar 2027 bedraagt het maximale kwijtscheldingspercentage 76,5% van de aanslag afvalstoffenheffing. De verwachting is dat de gemeente in ongeveer 35.000 gevallen kwijtschelding zal verlenen.