Begroting 2027

Doel: Stabiele en rechtvaardige financiering van de gemeente

Paginanummer in website: 16

Doel: Stabiele en rechtvaardige financiering van de gemeente

 

Algemeen

Het gemeentefonds van het Rijk is de grootste, jaarlijkse inkomstenbron van de gemeente. De ontwikkeling van het gemeentefonds bepaalt in belangrijke mate hoeveel financiële ruimte de gemeente heeft. Tot het gemeentefonds behoren de algemene uitkering, integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen. Met het geld uit het gemeentefonds kunnen gemeenten zelfstandig beleid voeren. Gemeenten moeten wel de hun wettelijk opgedragen taken uitvoeren met het geld dat zij uit het gemeentefonds ontvangen. Het gaat bijvoorbeeld om de jeugdzorg en het verstrekken van bijstandsuitkeringen.

Minimaal 3 keer per jaar informeert het Rijk de gemeenten over het gemeentefonds:
•    in mei/juni met de meicirculaire op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk;
•    in september met de septembercirculaire op basis van de Miljoenennota van het Rijk;
•    in december met de decembercirculaire op basis van de Najaarsnota van het Rijk.

In deze Begroting 2027/Tweede herziening 2026 zijn de financiële gevolgen van de meicirculaire 2026 verwerkt. Over de effecten van de septembercirculaire 2026 voor zowel 2026 als voor latere jaren wordt de gemeenteraad voorafgaand aan de raadsbehandeling van deze begroting geïnformeerd. 

De financiële gevolgen van de september- en decembercirculaire 2026 voor het jaar 2026 worden verwerkt in de jaarrekening 2026. De financiële gevolgen voor 2027 en volgende jaren worden verwerkt in het volgend meerjarig P&C-product in 2027. 

 

Herziening verdeling gemeentefonds

De onderlinge verdeling van het gemeentefonds tussen de gemeenten gebeurt op basis van verdeelmaatstaven. Deze maatstaven zijn kenmerken van gemeenten en hun inwoners, zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal bijstandsgerechtigden en de oppervlakte. Het Rijk stelt de maatstaven meerdere keren per jaar bij. Regelmatig vindt ook een herijking plaats om de verdeling tussen de gemeenten zo accuraat mogelijk te maken. 

Per 1 januari 2027 was er een aanpassing van het verdeelmodel voorzien. Echter heeft de minister van Binnenlandse Zaken na advies van de Raad van Openbaar bestuur besloten meer tijd te nemen voor onderzoeken naar het verdeelmodel en een volgende aanpassing pas per 1 januari 2029 door te voeren. Een volgende stap in het ingroeipad is ook uitgesteld tot 2029. In een kamerbrief is opgenomen dat er  verschillende onderzoeken uit de onderzoeksagenda inmiddels zijn afgerond. Rotterdam heeft naar aanleiding van de vorige herijking (na verrekening van het ingroeipad 2023-2025) nog een structureel nadeel te verwerken van circa € 22 mln. In de Begroting 2026 is al rekening gehouden met een volgende stap in het ingroeipad vanaf 2027 van € 10,2 mln. Dit is nu aangepast naar 2029. Met het structureel nadeel, dat hierna mogelijk resteert (€ 11,8 mln), wordt rekening gehouden als risico in het weerstandsvermogen. 

Meer duidelijkheid over nieuwe aanpassingen in het verdeelmodel wordt verwacht in de meicirculaire 2028. Net als bij de herijking die in 2023 is ingegaan kan een aanpassing in de verdeling een voor- of nadeel inhouden voor individuele gemeenten.

 

Systematiek gemeentefonds

Het gemeentefonds wordt bijgesteld op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp):

  1. De indexatie voor volumeontwikkelingen wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In dit volumedeel zit ook de stijging van lonen door volumegroei van de economie.
  2. De bijstelling van het gemeentefonds voor inflatie vindt plaats op basis van het prijs bruto binnenlands product (pbbp) van het lopende jaar.

Daarnaast werken het Rijk en de VNG sinds 2024 ook aan nieuwe afspraken over (de gelden van) de Jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het doel is om tot afspraken te komen die beter aansluiten bij de (financieel-)bestuurlijke verhoudingen en meer duidelijkheid en voorspelbaarheid bieden voor beide partijen. 

 

Ontwikkeling Coalitieakkoord kabinet-Jetten, Rijksvoorjaarsnota 2026 en meicirculaire 2026

Op 27 maart heeft het kabinet-Jetten zijn Rijksvoorjaarsnota 2026 gepubliceerd. Hierin is het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten uit januari 2026 verwerkt. Het effect van de uitkomsten van de Rijksvoorjaarsnota 2026 op de gemeentefondsuitkering van individuele gemeenten is verwerkt in de meicirculaire 2026. Deze circulaire is verwerkt in de Begroting 2027/Tweede herziening 2026.

In de Rijksvoorjaarsnota 2026 zijn geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor gemeenten. Over de compensatie van de kosten van jeugdhulp vanaf 2028 is niks opgenomen. De bezuiniging op de huishoudelijke hulp per 1 januari 2029 uit het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten is door middel van een korting op het gemeentefonds verwerkt.