Begroting 2027
Doel: Schone en Circulaire stad
Paginanummer in website: 36Doel: Schone en Circulaire Stad
Wat wil de gemeente bereiken?
In 2050 wil Rotterdam een stad zijn zonder afval. Een stad die volledig circulair is: materialen en grondstoffen worden dan steeds opnieuw gebruikt. De gemeente maakt het voorkomen van afval en het scheiden van grondstoffen makkelijker voor bewoners. Zo schakelt de gemeente stap voor stap om van een lineaire naar een circulaire economie: een systeem waarin we steeds minder weggooien en meer grondstoffen en materialen recyclen en opnieuw gebruiken.
Grondstoffen vormen de basis van alles wat in Rotterdam wordt gebouwd, geproduceerd en geconsumeerd. Denk hierbij aan olie, gas, zand, hout en metalen en voedingsstoffen. Productie, transport en verwerking van materialen veroorzaken CO₂-uitstoot en milieuschade. Daarom is een circulaire economie van belang. De gemeente werkt aan een volledig circulaire stad in 2050. Daarmee draagt de gemeente bij aan een duurzamer, economisch veerkrachtiger, gezonder en schoner Rotterdam.
De gemeente wil een zichtbaar schone stad voor haar inwoners. Een schone buurt, zonder afval naast wijkcontainers en zwerfvuil op straat, is een fijne buurt. Het draagt bij aan een positieve beleving van de stad. De overlast door plaagdieren houdt de gemeente onder controle. Specifiek voor ratten is er een wijkgerichte aanpak.
1. Minder restafval en meer afvalscheiding
Minder (rest)afval laten ontstaan. Het afval dat ontstaat gescheiden inzamelen om her te gebruiken of recyclen.
2. Een schone stad
Een schone buurt met minder naastplaatsingen en zwerfafval op straat.
3. Een circulaire stad
Een stad waar inwoners en ondernemers minder en betere materialen, langer en opnieuw gebruiken. Rotterdam als grondstoffenbank, waar gemeente, Rotterdammers en bedrijven materialen oogsten die in de stad aanwezig zijn.
4. Dierenwelzijn en plaagdierbeheersing
Bewoners en ondernemers weten meer over en hebben meer inzicht in dierenwelzijn. De gemeente deelt kennis en werkt samen met lokale partners. Overlast door plaagdieren blijft beheersbaar. Gebiedsgerichte inzet van plaagdierbeheersing gebeurt zoveel mogelijk samen met andere partijen, zoals woningbouwcorporaties, handhavers en groenbeheerders. Deze partners zijn onmisbaar in de aanpak van (ratten)overlast.
5. Emissieloos wagenpark
Voor de uitvoering van haar werkzaamheden gebruikt de gemeente veel voertuigen. Steeds meer van deze voertuigen hebben geen uitstoot meer. Het doel is om helemaal geen uitstoot meer te hebben met het eigen wagenpark.
6. Gladheidbestrijding
Bij gladheid en sneeuwval strooit de gemeente en ruimt zij de sneeuw uit de weg. Hierdoor houdt de gemeente de stad bereikbaar en verkleint ze het risico op ongevallen en verkeershinder.
Wat gaat de gemeente daarvoor doen?
1. Minder restafval en meer afvalscheiding
- In 2050 moet Rotterdam een stad zijn met zo min mogelijk restafval. De gemeente maakt het voor bewoners makkelijker afval te voorkomen en grondstoffen te scheiden. In de Grondstoffennota 2027-2030 staan de maatregelen om dit te stimuleren. Denk hierbij aan onder andere:
- gebiedsgerichte communicatiecampagnes
- meer glas- en papiercontainers
- uitbreiding van gfe-wijkcontainers in hoogbouw
- het voorkomen van voedselverspilling
2. Een schone stad
- Voorkomen van vuil naast de container of op straat is belangrijker dan opruimen. Daarom zet de gemeente met wijkinitiatieven, campagnes, handhaving en interventies in op gedragsbeïnvloeding. Afval in de container en niet op straat. Positief gedrag zoals zwerfafval prikken en het adopteren van een container wordt gestimuleerd. Acties en maatregelen die hierbij horen staan in de opvolger van de Nota Samen Schoon’R.
- Voortzetting van de aanpak van zwerfafval. De inzet moet een stadsbreed gemiddelde van 90% B-schoonniveau of hoger opleveren. Een externe partij voert de metingen uit volgens de CROW-methodiek:
- De gemeente zet daartoe de reinigingsteams stadsbreed in. Ook in het weekend.
- De gemeente plaatst op piekmomenten bij de in- en uitgangen van parken en stranden grote containers.
- De gemeente plaatst persende afvalbakken om vervuiling rondom afvalbakken tegen te gaan.
- De gemeente wil minder naastplaatsingen:
- Dat doet de gemeente door snel naastplaatsingen op te ruimen, omdat vervuiling ook andere vervuiling aantrekt. De NietRNaast-teams gaan elke dag de wijk in om naastplaatsingen weg te halen. De teams gaan de stad door los van meldingen via MeldR.
- Dat doet de gemeente door vaker en strenger te handhaven. Een deel van de reinigingsmedewerkers is opgeleid tot toezichthouder. Zij kunnen optreden bij een naastplaatsing.
- Een ander deel van de reinigingsmedewerkers is opgeleid om mee te helpen met opruimen van lachgascilinders.
3. Een circulaire stad
- De gemeente stelt een nieuwe meerjarenstrategie op, als de opvolger van het lopende Programma Rotterdam Circulair 2023-2026. Hierin werkt ze toe naar concrete beleidsdoelen met indicatoren.
- De gemeente pakt de rol van eerste afnemer (launching customer) binnen de circulaire markt. Zo kiest de gemeente als beheerder van de openbare ruimte en eigen vastgoed voor circulair als norm.
- De gemeente ondersteunt Rotterdammers en bedrijven om zelf en vooral samen actief aan de slag te gaan. Er wordt ingezet op:
- samenwerkingen in gebiedsontwikkeling
- samenwerkingen in de keten (bijvoorbeeld binnen de textiel, plastics of voedselketen)
- ondersteuning van bedrijven en bewonersinitiatieven (bijvoorbeeld via subsidieverlening).
-
Aanvullend werkt de gemeente aan het zichtbaar maken van de staat van de circulaire economie in Rotterdam (stad en haven).
4. Dierenwelzijn en plaagdierbeheersing
- De gemeente vergroot het inzicht in en de kennis over dierenwelzijn. Ze past in 2026 de Nota Dierenwelzijn aan. Daarin staan acties op gebied van biodiversiteit, groenbeheer en evenementen. De wettelijke taak voor opvang van dieren met een vermeende eigenaar wordt opnieuw aanbesteed.
- De gemeente werkt de visie op plaagdierbeheersing en het actieplan rattenoverlast uit 2017 bij.
- De gemeente professionaliseert de gebiedsgerichte aanpak van rattenoverlast en zet in op meer preventie. Datagericht werken is hiervan een belangrijk onderdeel.
- De komende periode experimenteert de gemeente met het aanbrengen van wering bij groenvakken en geveltuintjes.
- De gemeente blijft actief in het bestrijden en beheersen van het mediterraan draaigatje.
- De gemeente verwijdert nesten van de Aziatische hoornaar (reactief). Daarnaast onderzoekt de gemeente of er meer mogelijkheden zijn om de uitbreiding van nesten te remmen (proactief). Dat moet leiden tot een plan van aanpak.
5. Emissieloos wagenpark
- De gemeente zet voertuigen in voor haar eigen werkzaamheden. Ook het beheer en onderhoud van deze voertuigen voert de gemeente zelf uit. Het organisatieonderdeel Vervoer & Materieel van Stadsbeheer speelt hierbij een leidende rol. Dit onderdeel is ook verantwoordelijk voor het stimuleren en uitvoeren van de verduurzaming van de voertuigen.
- In het Klimaatactieplan Rotterdam is de ambitie vastgelegd dat het wagenpark in 2030 emissieloos is. Hiermee wil de gemeente haar voorbeeldrol vervullen in de transitie naar uitstootvrije mobiliteit in 2040. Daarnaast draagt het bij aan opgaven zoals de uitrol van Zero-emissiezones en het Schone Lucht Akkoord.
- Hoewel de elektrificatie van het wagenpark blijft doorgaan, staat de ambitie voor 2030 onder toenemende druk. De verduurzaming van busjes en pick-ups verloopt grotendeels volgens planning. Maar voor het zware segment, zoals vuilniswagens, vormt met name netcongestie een belangrijke belemmering. Dat speelt vooral bij het aanleggen van voldoende en passende laadpunten.
- Ondanks deze uitdagingen zoekt de gemeente actief naar concernbrede en clusteroverstijgende oplossingen. Zo probeert de gemeente ook voor zware voertuigen de overgang naar emissieloze alternatieven mogelijk te maken. En blijft de gemeente invulling geven aan haar voorbeeldfunctie. Dit draagt bij aan de landelijke en gemeentelijke doelstellingen voor een schonere en duurzamere stad.
6. Gladheidbestrijding
- De gemeente neemt bij gladheid maatregelen volgens het Beleidsplan Gladheidbeheer 2025-2030. Hierin zijn alle uitgangspunten opgenomen over de manier waarop:
- het risico op gladheid wordt gemeten
- wanneer er preventieve en curatieve strooiacties plaatsvinden
- binnen welke tijd dat moet gebeuren, etc.
Effect- en prestatie indicatoren
| Effect- en prestatie indicatoren |
Bron |
Realisatie 2025 |
Begroting 2026 | Realisatie 2026 | Raming 2027 | Raming 2028 | Raming 2029 | Raming 2030 |
| 1. Minder restafval en meer afvalscheiding | ||||||||
| Omvang huishoudelijk restafval | (Voortgangsrapportages) Grondstoffennota | 248 kg | 234 kg | nnb | PM* | PM* | PM* | PM* |
| Scheidingspercentage huishoudelijk afval | (Voortgangsrapportages) Grondstoffennota | 35% | - | nnb | PM* | PM* | PM* | PM* |
| 2. Een schone stad | ||||||||
| Beeldkwaliteit Schoon | Uitbestede metingen adhv CROW-methodiek | 89,47%B> | 90% B> | 86,50% | 90% B> | 90% B> | 90% B> | 90% B> |
| 3. Een circulaire stad | ||||||||
| Een circulair Rotterdam | PM | n.v.t. | n.v.t. | nnb | PM* | PM* | PM* | PM* |
| 4. Dierenwelzijn en plaagdierbeheersing | ||||||||
| Dierenwelzijn en plaagdierbeheersing | Aantal integrale wijkinterventies | n.v.t. | n.v.t. | nnb | 4 | 4 | 4 | 4 |
| 5. Emissieloos wagenpark | ||||||||
| Emissieloos wagenpark | Aandeel emissieloze voertuigen t.o.v. totaal | 61% | - | nnb | PM* | PM* | PM* | PM* |
| 6. Gladheidbestrijding | ||||||||
| Gladheidbestrijding | Percentage strooiacties binnen de normtijd | n.v.t. | n.v.t. | nnb | PM* | PM* | PM* | PM* |
* In de komende maanden worden de doelen op deze indicatoren verder vormgegeven.
Toelichting indicatoren
1. Minder restafval en meer afvalscheiding
Omvang huishoudelijk restafval
De omvang van het huishoudelijk restafval is opgebouwd uit het totaal aan ongescheiden fijn en grof huishoudelijk restafval per inwoner per jaar. De doelstelling wordt opgenomen in de Grondstoffennota 2027-2030. In de jaarlijkse voortgangsrapportage van de Grondstoffennota staat hoeveel afval het jaar ervoor per inwoner is ingezameld. In 2025 was dat 248 kg. In de voortgangsrapportage 2026 (1e kwartaal 2027) rapporteert de gemeente het resultaat over 2026.
Scheidingspercentage huishoudelijk afval
Het scheidingspercentage van het huishoudelijk restafval wordt bepaald door het deel van fijn en grof huishoudelijk afval dat gescheiden wordt ingezameld ten opzichte van het totaal. De doelstelling voor dit scheidingspercentage wordt opgenomen in de Grondstoffennota 2027-2030. In de jaarlijkse voortgangsrapportage van de Grondstoffennota staat het daadwerkelijke scheidingspercentage vermeld. In 2025 was dit 35%. In de voortgangsrapportage 2026 vindt u het resultaat over 2026.
2. Een schone stad
Beeldkwaliteit Schoon
De gemeente gebruikt de landelijke CROW Beeldsystematiek om de kwaliteit van de openbare ruimte te monitoren. Voor de beeldkwaliteit Schoon meet de gemeente volgens aan de hand van de landelijke CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte. De gemeente sluit zo veel mogelijk aan op deze standaard bij het bepalen van meetlocaties en indelen van gebieden. Het doel is om ieder jaar minimaal een gemiddelde score 90% niveau B of hoger te behalen.
3. Een circulaire stad
De indicator voor subdoel 3 wordt de komende maanden nog nader uitgewerkt.
4. Dierenwelzijn en plaagdierbeheersing
Plaagdierbeheersing
De beheersing van rattenoverlast vereist een integrale benadering en goede samenwerking tussen diverse betrokkenen. De bestrijdingsacties bestaan uit klemmen, monitoring en het afleggen van huisbezoeken bij meldingen over ratten. Daarnaast is het doel om jaarlijks minimaal 4 integrale acties op wijkniveau te organiseren. Hierbij ligt de focus op de hotspots in die wijk. Een actie kan bestaan uit een combinatie van verschillende maatregelen, zoals:
- het ‘ratproof’ maken van afvalcontainers
- groenbeheer
- wering
- voorlichting
- handhaving
De hotspots worden bepaald op basis van meldingen, eigen waarnemingen, de aanwezigheid van risicofactoren of een schouw. Het is de bedoeling dat jaarlijks gekozen wordt voor wisselende wijken.
5. Emissieloos wagenpark
De indicator emissieloos wagenpark bestaat uit het percentage emissieloze voertuigen in het gemeentelijk wagenpark. Alle soorten voertuigen van de gemeente tellen hierbij mee. Het percentage geeft het aandeel emissieloze voertuigen ten opzichte van het totaal aan.
6. Gladheidbestrijding
De gemeente hanteert een normtijd waarbinnen een strooiactie, inclusief voorbereiding, wordt uitgevoerd. Zoals beschreven in het Beleidsplan Gladheidbeheer 2025-2030 geldt er een normtijd van 3,5 uur. Binnen die termijn moet de laatste meter van een strooiroute gestrooid zijn, gerekend vanaf het besluit tot strooiactie. Dit wordt bijgehouden in de logboeken van strooiacties.
Risico's
- Er staat een grote druk op de arbeidsmarkt en het is moeilijk om chauffeurs en andere medewerkers te vinden. Hetzelfde geldt voor het inhuren, met name voor chauffeurs. Hierdoor kan het moeilijk zijn om altijd voldoende arbeidskrachten te hebben.
- De opvolging van de huidige beleidsplannen zijn nog niet vastgesteld. Het kan voorkomen dat (een van) deze nota's minder geld toegekend krijgen. Daardoor kan het gebeuren dat de inspanningen om de doelen behalen niet (volledig) uitgevoerd kunnen worden. Dit zal dan ook effect hebben op het eindresultaat.