Begroting 2027
Doel: Iedere Rotterdammer kan meedoen naar vermogen en kan zo lang mogelijk zelfstandig leven
Paginanummer in website: 194Doel: Iedere Rotterdammer kan meedoen naar vermogen en zo lang mogelijk zelfstandig leven
Wat wil de gemeente bereiken?
Het uitgangspunt is dat niet elke hulpvraag een zorgvraag is. Iedere Rotterdammer kan meedoen naar vermogen en kan zo lang mogelijk zelfstandig leven. Als dit niet (meer) mogelijk is, wordt zo kort mogelijk passende ondersteuning gegeven met maximale inzet van eigen kracht, het eigen netwerk of gebruik van preventief aanbod in de buurt. Dit leidt tot minder Rotterdammers die gebruik maken van ondersteuning en (jeugd)hulp.
1. Beschermen en bevorderen van de mentale en fysieke gezondheid voor alle Rotterdammers.
2. Een stevige sociale basis in wijken en buurten.
3. Jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op.
4. Rotterdammers met een hulpvraag worden tijdig en passend geholpen met inzet van eigen kracht en het eigen netwerk.
5. Directe ondersteuning en duurzame veiligheid voor slachtoffers van huiselijk geweld.
6. Voorkomen van dak- en thuisloosheid en ondersteunen waar nodig.
Wat gaat de gemeente daarvoor doen?
Om het doel te bereiken, zetten we in op de volgende activiteiten per subdoel:
1. Beschermen en bevorderen van de mentale en fysieke gezondheid voor alle Rotterdammers (zie ook programma Volksgezondheid, programma Sport, bewegen en natuureducatie, programma Cultuur)
- Het bieden van de mogelijkheid om Rotterdammers die zich met sociale zorgvragen bij de huisarts of Vraagwijzer melden: (1) via ‘Welzijn op Recept’ te koppelen aan een voorziening in de wijk, of (2) de vraag direct door te zetten naar een contactpersoon sociaal domein in de gemeente, in plaats van aan zorg;
- We werken aan het voorkomen en terugdringen van middelengebruik, zoals drugs en alcohol, en verslaving met extra aandacht voor risicogroepen.
2. Een stevige sociale basis in wijken en buurten (zie ook programma Sport, bewegen en natuureducatie, programma Cultuur, programma Armoede en schulden, programma Inburgering en samenleven)
-
Het programma Sociale Basis Rotterdam wil de samenhang en leefbaarheid in de stad verbeteren. Het doel is dat Rotterdammers mee kunnen doen, elkaar ontmoeten en steun vinden in hun eigen wijk.
De sociale basis bestaat uit bewonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en ontmoetingsplekken, aangevuld door de inzet van sociaal werk en gerichte preventie voor zowel gezinnen, kinderen als volwassenen. De sociale basis is het geheel van maatschappelijke initiatieven en maatschappelijke organisaties die onder aansturing van de gemeente (en andere overheden) werken. De gemeente stimuleert ontmoeting, versterkt de eigen kracht van bewoners en zorgt ervoor dat initiatiefnemers en professionele organisaties samen zoveel mogelijk mensen kunnen ondersteunen. Ook steunt de gemeente vrijwilligers en mantelzorgers. Door te investeren in preventie neemt de druk op zwaardere zorg af. Zo worden Rotterdammers zelfredzamer.In 2027 werkt de gemeente aan één duidelijke subsidieregeling voor de Sociale Basis. Hierdoor komen verschillende subsidies samen in één kader. Zo kunnen organisaties en bewonersinitiatieven makkelijker bijdragen aan zorg, gezondheid, welzijn en meedoen in de stad.
Daarnaast investeert de gemeente in preventie in de wijken. Denk aan activiteiten voor gezondheid, talentontwikkeling en weerbaarheid van kinderen, en voor mentale veerkracht. In 2027 verbindt de gemeente deze activiteiten beter met elkaar. Inwoners krijgen zo makkelijker de juiste hulp en ondersteuning in hun eigen wijk. De gemeente werkt hiervoor samen met zorg- en welzijnsorganisaties, bewoners en andere partners.Ondersteunen, aanmoedigen en waarderen van burenhulp, vrijwilligers en mantelzorgers;
De gemeente Rotterdam steunt mantelzorgers en vrijwilligers. Zij zijn onmisbaar voor de stad. Dankzij hun hulp kunnen inwoners langer zelfstandig leven en blijft zwaardere zorg waar mogelijk uit. Bovendien versterken zij de samenhang in de wijk.
Mantelzorgers krijgen ondersteuning zoals waardering, informatie, advies, trainingen en respijtzorg. Voor vrijwilligers zijn er vrijwilligerssteunpunten, trainingen, hulp bij het vinden van vrijwilligerswerk en activiteiten om ze te bedanken.
Zo versterkt Rotterdam de sociale basis en zet zij inwoners aan tot betrokkenheid bij hun wijk en stad.Buren en vrijwilligers in Rotterdam
In 2027 stimuleert de gemeente via welzijnsorganisaties en Opzoomer Mee dat buren elkaar beter leren kennen en helpen. Bijvoorbeeld met straatactiviteiten en Lief en Leedstraten. In 2026 waren er 889 actieve Lief en Leedstraten, waarvan 44 nieuw gestart. Het doel is 975 straten.
Voor vrijwilligerswerk gebruikt de gemeente het platform Zorgzaam010. Zij helpen vrijwilligers en organisaties bij elkaar te vinden, promoten vrijwilligerswerk en waarderen vrijwilligers. Elke december organiseert de gemeente activiteiten rond de Dag van de Vrijwilliger om vrijwilligers te bedanken. Initiatiefnemers in de wijken kunnen sinds 2025 coaching en advies krijgen via het project Gemeenschapskracht van Onderop van Opzoomer Mee. Samen met Zorgzaam010 delen zij ook cursussen voor vrijwilligers.
Begin 2026 deden ongeveer 210.000 Rotterdammers vrijwilligerswerk, blijkt uit de Omnibusenquête. Bij Zorgzaam010 zijn 119.366 actieve gebruikers ingeschreven.Ondersteuning voor mantelzorgers
Wij ondersteunen mantelzorgers met het doel overbelasting te verminderen en liefst voorkomen. Wij willen dat mantelzorgers weten dat zij er niet alleen voor staan. Mantelzorgers kunnen 24/7 bellen naar Mantelfoon voor informatie, advies en een luisterend oor. Mantelfoon beantwoordde afgelopen jaren jaarlijks bijna 1000 gesprekken. De gemeente streeft ernaar dit aantal minimaal te behouden. Mantelfoon werkt samen met mantelzorgcoaches in de wijken. Mantelzorgers kunnen vervangende zorg krijgen, bijvoorbeeld via maatjesprojecten aan huis, (niet-geindiceerderde) dagbesteding of het Logeerhuis de Buren. Jonge mantelzorgers krijgen steun op school via het programma 'You never care alone'. De gemeente geeft elk jaar een blijk van waardering aan mantelzorgers. We onderzoeken in 2027 de mogelijkheden voor het introduceren van een keuzeoptie voor mantelzorgers: een OV-tegoed of een tegemoetkoming in de parkeerkosten. Daarnaast zal de Mantelfoon in samenwerking met Welzijn activiteiten in Rotterdam organiseren rond de Dag van de Mantelzorg.
b. Het verlenen van subsidies voor wijkgebonden initiatieven.
Met Couleur locale ondersteunt de gemeente Rotterdam kleine lokale initiatieven die sterk verbonden zijn met hun wijk. Deze organisaties kennen de bewoners, werken veel met vrijwilligers uit de wijk en bieden laagdrempelige welzijnsactiviteiten die aansluiten bij de maatschappelijke opgaven in het gebied. Zo dragen we bij aan sterke wijken waarin bewoners elkaar ondersteunen, mee kunnen doen en problemen zo veel mogelijk worden voorkomen.
Momenteel wordt er gewekt aan ontwikkeling van een nieuwe brede subsidieregeling voor het sociaal domein waar onder andere de Couleur locale regeling in opgaat.c. Vereenvoudigen van subsidieregelingen voor wijkgebonden initiatieven;
De gemeente ontwikkelt één nieuwe subsidieregeling, in samenwerking met andere begrotingsprogramma's voor sport, onderwijs, cultuur, armoede en samenleven. Hierdoor kan de gemeente initiatieven op dezelfde manier ondersteunen, met duidelijke regels en waar mogelijk voor langere tijd.
De regeling zelf wordt breder, maar ook de manier van aanvragen, controleren en evalueren verandert. De gemeente maakt dit makkelijker, zodat waardevolle initiatieven minder obstakels tegenkomen. Tegelijk houdt de gemeente beter zicht op wat de initiatieven opleveren en op wie er in de wijken het verschil maakt.d. We investeren in de sociale cohesie van wooncomplexen voor oudere Rotterdammers.
Binnen de welzijnsopdracht worden er door de gecontracteerde welzijnspartijen elk jaar 1 à 2 wooncomplexen gevitaliseerd. Dat wil zeggen dat de welzijnspartij daar aan de slag gaat om de sociale samenhang te vergroten. Daarnaast zijn er in complexen sociale huismeesters ingezet en waren er begin 2026 20 thuisplusflats.
e. We faciliteren in de welzijnsopdracht het beheer van de huizen van de wijk.
De gemeente Rotterdam faciliteert Huizen van de Wijk omdat ze belangrijk zijn voor de sociale basis van de stad. Ze zijn een makkelijk toegankelijke plek waar inwoners elkaar ontmoeten, activiteiten doen en steun vinden.
De gemeente stimuleert (zelf)beheer. Bewoners en lokale organisaties bepalen zelf wat er in hun Huis van de Wijk gebeurt. Zo sluit het aanbod beter aan op wat de wijk nodig heeft, raken bewoners meer betrokken en worden lokale netwerken sterker. Zo draagt de gemeente bij aan sterke wijken waar inwoners elkaar kennen en voor elkaar zorgen.
De gemeente financiert Huizen van de Wijk en andere ontmoetingsplekken zoals jongerenhubs. Dit gebeurt via drie routes: de welzijnsopdracht (48 Huizen van de Wijk en 33 jongerenhubs), de subsidie voor Huizen van de Wijk in zelfbeheer (4 Huizen van de Wijk) en subsidies voor stedelijk welzijn. Subdoel 3 — Jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op — valt ook onder andere programma's (zie programma Volksgezondheid en Onderwijs)
3. Jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op (zie ook programma Volksgezondheid en programma Onderwijs)
Activiteiten:
a. Ouders, kinderen en jongeren die een steuntje in de rug kunnen gebruiken worden in de wijk en op school laagdrempelig en zoveel mogelijk groepsgewijs ondersteund.
• De gemeente Rotterdam zet zich extra in voor jongeren, zodat zij veilig, kansrijk en gezond opgroeien. Dit past bij de doorbraak Jeugd uit het coalitieakkoord Vaart Maken: problemen voorkomen, kansen vergroten en snel helpen dichtbij huis.
• Een sterke sociale basis is daarbij belangrijk. Daarom investeert de gemeente in goede jeugdpreventie en makkelijk toegankelijke voorzieningen in de wijk. Jongeren kunnen zich zo ontwikkelen, talenten ontplooien en vrienden maken. Dit gebeurt onder meer via jongerenwerk, activiteiten, steun voor gezinnen, het vroeg oppakken van risico's en aandacht voor mentale gezondheid en weerbaarheid.
• De gemeente werkt hierbij samen met sport, cultuur en onderwijs. Door problemen snel te signaleren en hulp dicht bij de leefwereld van jongeren te bieden, kan zwaardere hulp worden voorkomen. Hebben jongeren toch zwaardere hulp nodig, dan zorgt de gemeente dat deze beschikbaar is.
• De gemeente stemt de inzet op gebied van jeugdhulp af met het onderwijsveld om uitschoolplaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen. Om invulling te geven aan het perspectief voor jeugdigen is onderwijs immers een belangrijke partner. Dat doen we ten behoeve van verschillende doelgroepen.
• Voor kinderen die aangewezen zijn op speciaal onderwijs bieden we het Onderwijs Zorg Arrangement aan (OZA) in samenwerking met het onderwijs is het zorgaanbod gericht op (groepen) leerlingen, die extra ondersteuning nodig hebben voor hun gedrag, zelfredzaamheid of beperking die zij op school ervaren.
b. We organiseren extra pedagogische ondersteuning voor de eerste 1000 dagen in kwetsbare gezinnen door inzet van het programma stevige start.
• Met het programma Stevige Start versterken we de vroegsignalering van kwetsbare omstandigheden en ondersteuningsvragen bij (aanstaande) ouders en ouders met kinderen van 0 tot 4 jaar.
• We versterken de samenwerking tussen geboortezorg, jeugdgezondheidszorg en het sociaal domein, zodat ouders tijdig worden toegeleid naar passende ondersteuning en problemen zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt.
• We ondersteunen professionals bij het goed begeleiden van ouders en versterken de verbinding en overdracht van ondersteuning tijdens de zwangerschap, rond de geboorte en in de eerste levensjaren van het kind.
c. Voor jeugdigen met een langdurige zeer intensieve zorgvraag stimuleren we ontwikkeling via kinderdagcentra.
Voor jonge kinderen waarvan wordt vermoedt dat ze ontwikkelingsachterstanden hebben, heeft de gemeente dagprogramma's beschikbaar. De inzet is, met diagnostiek, hulp en ondersteuning deze kinderen zoveel als mogelijk te laten doorstromen naar, bij voorkeur, regulier onderwijs, dan wel speciaal onderwijs.
• Kinderen met ernstige ontwikkelingsachterstanden
Voor kinderen met ernstige ontwikkelingsachterstanden die geen speciaal onderwijs kunnen volgen, heeft de gemeente ontwikkelingsgerichte dagprogramma's. Het gaat om kinderen met een leerplichtontheffing, vaak met een verstandelijke beperking. Waar mogelijk krijgt het kind onderwijs, passend bij zijn niveau en mogelijkheden.
• Groeiend aantal, lange wachtlijsten
In de dagprogramma's werken kinderen aan praktische en cognitieve vaardigheden en aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Het aantal kinderen groeit: in 2025 zaten er ongeveer 520 in, en voor 2026 is dat aantal al bereikt. Het aantal locaties groeit mee, maar de wachtlijsten zijn nog lang. De gemeente wil deze kinderen een goede plek bieden: onderwijs waar kan, anders dagbesteding.
• Kinderen die (bijna) uitvallen op school
Voor leerplichtige kinderen van 5 tot 18 jaar die door psychosociale of gedragsproblemen thuiszitten, heeft de gemeente onderwijsgerichte dagprogramma's. Ook kinderen die dreigen uit te vallen kunnen meedoen. Zodra hun problemen zijn opgelost of ze beter met hun beperking kunnen omgaan, gaan ze weer naar school, passend bij hun mogelijkheden. Soms met lichte steun. Het is ook mogelijk dat ze doorstromen naar (begeleid) werk.
d. Voorkomen dat jongeren in de criminaliteit belanden of verstrikt raken in het web van ondermijnende criminaliteit.
Met Preventie met Gezag werkt de gemeente in de wijken Charlois, Delfshaven, Feijenoord en IJsselmonde aan het vroeg herkennen van problemen en risico’s. We helpen jongeren om sterker en weerbaarder te worden en bieden hen kansen voor de toekomst.
Ook ondersteunen we jongeren en hun ouders om risicofactoren te verminderen en beschermende factoren te versterken. Samen met scholen, jongerenwerkers, de politie, zorgorganisaties en justitie zorgen we ervoor dat jongeren zo veel mogelijk op het goede pad blijven en niet (verder) in de criminaliteit terechtkomen.
e. Voorkomen van instroom, verder afglijden en recidive door betere aansluiting van ketenzorg, inclusief nazorg na detentie en het verminderen van zorglacunes.
• De gemeente werkt via Jeugd(hulp) in Strafrechtelijk Kader (JiSK) samen met partners uit de jeugdhulp, veiligheid en het jeugdstrafrechtketen. Samen zorgen we voor een passende aanpak voor jongeren die met het jeugdstrafrecht in aanraking zijn gekomen of waarbij dit dreigt te gebeuren.
• We bieden jongeren en hun ouders of netwerk ondersteuning aan om problemen aan te pakken, gedrag duurzaam te veranderen en te werken aan een toekomst op het gebied van school, werk en wonen. Ook verbeteren we de aansluiting tussen jeugdstrafrecht, jeugdhulp en nazorg.
• Daarnaast werken we aan een passend en voldoende beschikbaar hulpaanbod voor jongeren met complexe problemen. Samen met zorgaanbieders ontwikkelen we passende alternatieven voor gesloten jeugdhulp, zodat jongeren tijdig de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben en zoveel mogelijk thuis en in hun eigen omgeving kunnen opgroeien.
4. Rotterdammers met een hulpvraag worden tijdig en passend geholpen met inzet van eigen kracht en het eigen netwerk
- De VraagWijzers en de Wmo-loketten helpen Rotterdammers snel de juiste ondersteuning te vinden, binnen de wettelijke termijnen.
- De wijkteams ondersteunen jeugdigen en volwassenen om weer mee te kunnen doen naar vermogen. Eind 2025 werden 10.401 Rotterdammers ondersteund door de wijkteams, verdeeld over 5.467 jeugdigen en 4.934 volwassenen. Dit is inclusief 1.584 Rotterdammers die werden ondersteund door het Hulpteam Toeslagen010. Medio 2026 is dit aantal licht gestegen tot 10.864 Rotterdammers, waarvan 5.694 jeugdigen en 5.170 volwassenen. Dit is inclusief 1.774 gedupeerden van het Toeslagenschandaal die worden ondersteund door het Hulpteam Toeslagen010. De verwachting is dat het totale aantal in 2027 gaat dalen, met name aan de kant van de volwassenen. Dit heeft te maken met het verschuiven van een taak van het Meldpunt Preventie Huisuitzettingen. Die wordt nu nog door het wijkteam opgepakt, maar per 2027 door Geldplein omdat het meestal primair een financiële ondersteuningsvraag betreft.
- Waar nodig biedt de gemeente passende hulp en ondersteuning in de vorm van algemene en zo nodig maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wmo en de Jeugdwet, ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie van Rotterdammers. Ook in 2027 kunnen Rotterdammers met een ondersteuningsvraag gebruik maken van algemene voorzieningen (bijvoorbeeld welzijn) en zo nodig van een maatwerkvoorziening (bijvoorbeeld een Wmo-arrangement dat aansluit bij hun mogelijkheden, beperkingen en ondersteuningsbehoefte, persoonlijke begeleiding en hulpmiddelen).
- Via Knooppunt Jeugdhulp Rotterdam en de POH Jeugd & Gezin helpt de gemeente huisartsen bij het kiezen van de juiste hulp voor jongeren. Het doel is om eerst lichtere hulp in te zetten in plaats van direct specialistische jeugdhulp. Daarbij is aandacht voor preventie en groepsaanbod.
Samen met deskundigen van de JGGZ, wijkteams, preventie en welzijn wordt bepaald welke hulp het beste past. Hierdoor krijgen jongeren vaker lichtere ondersteuning en wordt onnodige doorverwijzing naar specialistische jeugdhulp voorkomen. De gemeente breidt het knooppunt verder uit, met als doel dat alle verwijzingen van (huis)artsen via het knooppunt gaan lopen. - De gemeente wil minder jeugdhulp met verblijf, waaronder Jeugdzorgplus. Het doel is dat jongeren zo dicht mogelijk bij huis opgroeien. De gemeente maakt hierbij afspraken met de zorgaanbieders en werkt samen met wijkteams en de gecertificeerde instellingen.
In 2026 maakt de gemeente afspraken met Schakenbosch over het afbouwen van gesloten jeugdhulp. Schakenbosch is de enige aanbieder van gesloten jeugdhulp. In 2027 komen er meer zorgvormen als alternatief. Zo hoeven jongeren niet buiten de regio geholpen te worden en is 1-op-1-begeleiding minder vaak nodig. Het gaat om 40 tot 50 trajecten per jaar voor de regio Rijnmond. In september 2026 opent Timon als eerste een kleine klinische voorziening voor forensische jeugd in Charlois. - Rotterdammers in een kwetsbare situatie die behoefte hebben aan beschermd wornen worden daarin ondersteund. Voor cliënten die moeten wachten op een plek, zet de gemeente tijdelijke ambulante ondersteuning in. De gemeente controleert ondertussen of deze ondersteuning nog goed genoeg past bij de situatie van de cliënt. Samen met zorgaanbieders bespreekt de gemeente de wachtlijsten. Zo houdt de gemeente zicht op de ontwikkelingen en kan zij cliënten zo snel mogelijk naar een passende plek begeleiden.
- Het realiseren van woonzorgconcepten voor ouderen, zodat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. De gemeente zet in op vitale woongemeenschappen, onder meer door sociale huismeesters en Thuisplusflats.
Begin 2026 had Rotterdam 20 Thuisplusflats. Dat zijn seniorencomplexen waar ouderen zelfstandig wonen. In een Thuisplusflat zijn meerdere dagen per week activiteiten voor ontmoeting, gezondheid en beweging. Ook is zorg dichtbij voor wie dit nodig heeft. In de complexen werkt een vast team van professionals samen. Het team herkent problemen vroeg en biedt passende hulp. Het team bestaat uit medewerkers van zorg, welzijn en wonen.
Per 1 juli 2026 mag één complex zich geen Thuisplusflat meer noemen, omdat het niet meer aan de voorwaarden voldeed. De gemeente verwacht dat deze plek in 2027 wordt ingevuld door een nieuwe Thuisplusflat.
5. Directe ondersteuning en duurzame veiligheid voor slachtoffers van huiselijk geweld
- Signaleren van en handelen bij alle vormen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld;
- Inzetten van maatregelen om het slachtoffer te beschermen (zoals tijdelijk huisverbod);
- Het bieden van passende ondersteuning aan betrokkenen (slachtoffers, kinderen en plegers) bij huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld via het stadsbrede netwerk van hulpaanbod.
Veiligheid is een basisvoorwaarde om goed op te groeien. In Rotterdam zijn er nog te veel kinderen die in onveiligheid opgroeien en lijden onder huiselijk geweld. Met het nieuwe coalitieakkoord ‘Vaart maken’ zet de gemeente in op het versterken van de aanpak van huiselijk geweld en femicide.
Er wordt geïnvesteerd in meer opvang voor slachtoffers die vanwege hun veiligheid niet thuis kunnen blijven. Rotterdammers en organisaties worden gestimuleerd om bij huiselijk geweld sneller te melden bij Veilig Thuis.Vanuit het beleidskader Samen naar een toekomst zonder geweld (2024-2027) werken we samen met de partners in het veld aan het voorkomen en stoppen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Sinds 2025 werken we vanuit een subsidieregeling aan de preventieve aanpak van huiselijke geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Doel van de regeling is om beter te sturen op de preventieve aanpak, door kritisch te kijken welke inzet daadwerkelijk een bijdrage levert aan het oplossen van het probleem. In 2026 is de subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld geëvalueerd, zijn de subsidies toegekend en is een nieuwe subsidieregeling vastgesteld voor 2027 en 2028.
De gemeente werkt met de opvangaanbieders aan een plan om problemen in de opvang op te lossen. In 2026 kreeg de gemeente extra geld van het Rijk om het aantal opvangplekken uit te breiden. Hiermee heeft de gemeente het aantal noodbedden en crisisopvangplekken uitgebreid. Ook heeft de gemeente samen met de partners het aanmeldproces voor de crisisopvang verbeterd.
In 2027 bekijkt de gemeente of deze verbetering werkt. Daarna neemt de gemeente nieuwe maatregelen om ook de doorstroom en uitstroom uit de crisisopvang te verbeteren. -
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) voert de wettelijke en andere taken van Veilig Thuis uit. In opdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft VTRR een plan om de wachttijden te verkorten, onder meer met meer personeel en betere organisatie. In 2027 werkt VTRR dit plan verder uit, zodat slachtoffers, plegers en andere betrokkenen sneller passende hulp krijgen.
Om te komen tot reële tarieven voor VTRR is in 2025 een kostprijsonderzoek gedaan in opdracht van de GRJR (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond). De nieuwe tarieven gelden vanaf de subsidie voor 2026. Deze regionale subsidie is ongeveer € 11 miljoen hoger dan in 2025, door de hogere tarieven en meer aanmeldingen bij VTRR. Dit leidt tot hogere kosten voor Rotterdam. In het coalitieakkoord is hiervoor geld beschikbaar gesteld. In 2026 wordt verder onderzoek gedaan naar onderdelen van het kostprijsonderzoek. De uitkomsten worden meegenomen bij de beslissing over de subsidie voor 2027 aan VTRR door de GRJR.
Tijdelijk huisverbod en aangifte doen
Rotterdam ziet kansen om het tijdelijk huisverbod beter te laten werken. De gemeente werkt daarom samen met de G4, het ministerie en partners aan verbeteringen in de wet Tijdelijk huisverbod. Samen met veiligheids- en zorgpartners werkt de gemeente aan betere steun voor slachtoffers, zodat zij sneller aangifte doen. In Via225 werken het Centrum Seksueel Geweld (CSG), Filomena (centrum huiselijk geweld en kindermishandeling) en het Erasmus MC samen aan ernstig huiselijk geweld en seksueel geweld.
Geweld tegen vrouwen
De gemeente versterkt samen met partners de aanpak van geweld tegen vrouwen en femicide. De gemeente zet in op het eerder herkennen van risico's, betere inschatting van gevaar en snellere bescherming en steun. De plannen staan in de Samenwerkingsagenda Aanpak Femicide Rotterdam en sluiten aan bij wat er al is. Extra keuzes en geld worden meegenomen in de gewone begrotingscyclus.
6. Voorkomen van dak- en thuisloosheid en ondersteunen waar nodig
- Voorkomen van dak- en thuisloosheid bij bankslapers door inzet van preventieve maatregelen (o.a. flexwonen);
- Bieden van opvang en Wonen Eerst aan dakloze mensen;
- Inzet van bemoeizorg voor (overlastgevende) zorgmijdende mensen op straat.
a. Voorkomen van dak- en thuisloosheid bij bankslapers door inzet van preventieve maatregelen (o.a. flexwonen)
De druk op de woningmarkt blijft groot. Daardoor blijven veel Rotterdammers aangewezen op een plek bij familie of vrienden. De gemeente verwacht dat het aantal bankslapers de komende tijd niet afneemt. De gemeente zet zich in om hun situatie stabiel te houden, dakloosheid te voorkomen en zekerheid te bieden. Dit doet de gemeente met duidelijke informatie, makkelijk toegankelijke hulp en tijdelijke woonoplossingen, als overbrugging naar een vaste woning. Gezinnen met kinderen die bij anderen slapen, krijgen extra aandacht. Zij zijn kwetsbaar. Voor hen organiseert de gemeente passende steun.
b. Bieden van opvang en Wonen Eerst aan dakloze mensen
De gemeente rolt Wonen Eerst verder uit, zodat opvang snel plaatsmaakt voor wonen. Dit geldt voor dakloze volwassenen (18+) en gezinnen die via Centraal Onthaal zijn toegelaten en aan de voorwaarden van Wonen Eerst 010 voldoen.
Met Wonen Eerst 010 krijgt de Rotterdammer vrijwel direct een woning, met passende steun. De gemeente werkt samen met partners om de basis op orde te krijgen, zoals inkomen en aanpak van schulden. Een gemeentelijke procesregisseur houdt de voortgang in de gaten, is het vaste aanspreekpunt voor de cliënt en partners en lost problemen op waar nodig.
Onderzoek laat zien dat dit werkt: mensen stromen sneller uit de opvang, zorgtrajecten zijn korter en professionals hebben meer plezier in hun werk. Bovendien bespaart dit veel geld. De gemeente bouwt ook Room First uit als tijdelijk verblijf. Hierdoor duurt de opvang vaak maar een paar weken.
In Room First krijgt iedereen een eigen kamer. Room First helpt mensen met het regelen van een inkomen en andere voorbereidingen voor een eigen woning. Voor mensen die niet voor Wonen Eerst in aanmerking komen, zoekt de gemeente zo snel mogelijk een passende plek.
c. Inzet van bemoeizorg voor (overlastgevende) zorgmijdende mensen op straat.
In Rotterdam neemt de overlast door mensen op straat al jaren toe. Vaak hebben zij een combinatie van verslaving, psychische problemen en dakloosheid. Zij veroorzaken onveiligheid bij inwoners, ondernemers en bezoekers, bijvoorbeeld door te dealen, te bedelen, agressie te tonen, geluidsoverlast te maken of te slapen in de openbare ruimte. Vertrouwen winnen kost veel tijd en het lukt niet altijd om iemand van de straat naar passende zorg of een woning te begeleiden.
De gemeente pakt dit aan met een combinatie van zorg en repressie. De gemeente probeert mensen op straat zoveel mogelijk te verleiden tot passende zorg die past bij hun complexe problemen. Het winnen van vertrouwen vergt echter soms een lange adem en leidt niet altijd tot het gewenste resultaat. Tegelijk pakt de gemeente dealers en agressie aan, om zo in sommige gevallen de weg naar zorg vrij te maken. In tijdelijke plekken zoals BTO-bedden en de EU-opvang geven rust en stabiliteit. Van daaruit werkt de gemeente samen met de persoon toe naar een vaste plek in het woonzorglandschap.
Effect- en prestatie indicatoren
| Effect- en prestatie indicatoren |
Bron |
Realisatie 2025 |
Begroting 2026 | Raming 2027 | Raming 2028 | Raming 2029 | Raming 2030 |
| 2. Een stevige sociale basis in wijken en buurten | |||||||
| Aantal jongerenhubs in zelfbeheer | Gemeente | 2 | 2 | 4 | 7 | 10 | |
| Uitnutting integrale subsidieregeling sociale basis t.b.v. gemeenschapskracht | Gemeente | 0% | 0% | 90% | 90% | 90% | |
| 3. Jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op |
|||||||
| Aantal jeugdigen of ouders dat een bewezen effectieve preventieve jeugdinterventie heeft afgerond | Gemeente | n.n.b. | 8.000 | 8.000 | 8.000 | 8.000 | |
|
4. Rotterdammers met een hulpvraag worden tijdig en passend geholpen met inzet van eigen kracht en het eigen netwerk |
|||||||
|
Aantal cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo (BBV indicator) Rotterdam Nederland |
Gemeente |
81 72 |
|||||
|
% Van alle jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp (BBV indicator) Rotterdam Nederland |
GMSD |
11,1% 13,7% |
|||||
|
% Van alle jongeren die verwezen worden naar jeugdhulp met verblijf (BBV-indicator) Rotterdam Nederland |
GMSD |
1,4% 1,2% |
|||||
| Gemiddelde doorlooptijd Wmo-meldingen (in dagen) | Gemeente | 54 | |||||
| Aantal cliënten wijkteams langer dan 6 weken op de wachtlijst | Gemeente | 620 | |||||
| 5. Directe ondersteuning en duurzame veiligheid voor slachtoffers van huiselijk geweld |
|||||||
| Toename aantal meldingen VTRR waarbij duur van huiselijk geweld bij melding korter is dan 1 jaar (CBS-indicator) | CBS | 82,1% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
| Daling van aantal hermeldingen bij VTRR (CBS-indicator) | CBS | 36% | 37,5% | 36% | 36% | 36% | 36% |
Voor verdere indicatoren wordt verwezen naar de Monitor ZWW die elke vier maanden wordt gepubliceerd.
Toelichting indicatoren
Aantal jongerenhubs in zelfbeheer
Met jongerenhubs in zelfbeheer bedoelen we hubs die worden beheerd en geëxploiteerd door een stichting of organisatie die door jongeren is opgericht. Jongerenhubs in zelfbeheer dragen bij aan het vergroten van participatie en eigenaarschap onder jongeren. Dit leidt vervolgens tot het verstreken van de individuele veerkracht, gemeenschapskracht en sociale cohesie in een wijk. Voor de target wordt alleen gekeken naar de 18 jongerenhubs (van in totaal 34 jongerenhubs) die geen onderdeel zijn van de Huizen van de Wijk. Hiervan zijn er momenteel 2 in zelfbeheer. Doel is dat in 2030 in totaal 10 jongerenhubs in zelfbeheer zijn.
De vermelde aantallen zijn cumulatief.
Uitnutting integrale subsidieregeling sociale basis t.b.v. gemeenschapskracht
De regeling moet nog uitgewerkt worden en bekrachtigd worden door bestuurlijke besluitvorming. Beoogde start is 1 januari 2028. De eerste keer dat er gerapporteerd kan worden is medio 2029, na de eerste verleningsronde. Doel is tenminste 90% uitnutting van het subsidiebudget. Het jaar 2027 is een overgangsjaar.
Aantal jeugdigen of ouders dat een bewezen effectieve preventieve jeugdinterventie heeft afgerond
Vanaf 2027 ronden jaarlijks gemiddeld 8.000 kinderen en jongeren en/of hun ouders/verzorgers een goed onderbouwde of bewezen effectieve preventieve jeugdinterventie af.
Aantal cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo - Rotterdam vs. Nederland (BBV indicator)
Deze indicator geeft een inschatting van het aantal Rotterdammers dat gebruik maakt van een Wmo-maatwerkvoorziening. Dit kan gaan om een Wmo-arrangement, een woningaanpassing of vervoer op maat. Het gaat om alle vormen van ondersteuning die de gemeente geeft op grond van de Wmo en waarvoor in Rotterdam een beschikking vereist is. De indicator toont het aantal cliënten met een Wmo-maatwerkvoorziening per 1.000 inwoners.
De indicator heeft geen streefwaarden, maar laat de ontwikkeling zien. Daarom is er voor de jaren 2026 t/m 2030 geen waarde ingevuld.
% Van alle jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp - Rotterdam vs. Nederland (BBV indicator)
Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals bedoeld en beschreven in de Jeugdwet (2014). Het gaat om hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere of opvoedingsproblemen van de ouders.
De indicator heeft geen streefwaarden, maar laat de ontwikkeling zien. Daarom is er voor de jaren 2026 t/m 2030 geen waarde ingevuld.
% Van alle jongeren die verwezen worden naar jeugdhulp met verblijf - Rotterdam vs. Nederland (BBV-indicator)
Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals bedoeld en beschreven in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De jongere verblijft elders. Of anders gezegd, de jongere slaapt formeel niet thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf.
De cijfers over de realisatie 2025 zijn nog niet beschikbaar.
De indicator heeft geen streefwaarden, maar laat de ontwikkeling zien. Daarom is er voor de jaren 2026 t/m 2030 geen waarde ingevuld.
Gemiddelde doorlooptijd Wmo-meldingen (in dagen)
De wettelijke termijn voor de doorlooptijd van een Wmo-melding is 42 dagen (6 kalenderweken).
De indicator is overgenomen uit de Monitor ZWW.
Aantal cliënten wijkteams langer dan 6 weken op de wachtlijst
Voor deze indicator wordt het aantal cliënten Toeslagen010 niet meegerekend. Er moet sprake zijn van een dalende trend.
De indicator is overgenomen uit de Monitor ZWW.
Toename van aantal meldingen VTRR waarbij duur van huiselijk geweld bij melding korter is dan 1 jaar (CBS-indicator)
De cijfers worden sinds 2017 geregistreerd in het systeem van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR). De registratie wordt steeds nauwkeuriger en vollediger. Voor de indicator ‘duur geweld’ registreert VTRR de duur van het geweld vóór de eerste melding. Cliënten kunnen dit echter niet altijd aangeven. Het percentage is berekend over het aantal casussen waarvan de duur wél bekend is.
De cijfers zijn één keer per jaar beschikbaar, na afloop van het jaar.
Daling van het aantal hermeldingen bij VTRR (CBS-indicator)
Het CBS verzamelt sinds 2023 cijfers over het aantal hermeldingen bij Veilig Thuis. Dit cijfer is een indicatie voor het bereiken van duurzame veiligheid. Bij duurzame veiligheid keert het geweld niet terug.
Risico's
Nadere uitwerking vindt plaats in het volgende P&C-product.