Jaarstukken 2025

Lokale heffingen

Paginanummer in website: 194

Lokale heffingen

 

Beleid

Inwoners en ondernemers in Rotterdam betalen lokale heffingen. Hiermee dragen zij bij aan het welzijn, de leefbaarheid en voorzieningen in onze stad. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. 

Belastingheffing is een ingrijpende bevoegdheid van overheden in relatie tot de belastingbetalers. Dat vraagt om helderheid over de besteding van het belastinggeld, maar evenzeer om een correcte benadering van de belastingbetaler. Voor de relatie overheid-belastingbetaler gelden de volgende uitgangspunten:

  • Rechtmatigheid
  • Rechtszekerheid
  • Rechtsgelijkheid
  • Doelmatigheid
  • Doeltreffendheid

De Kadernota Lokale Lasten 2022-2026 bevat het Rotterdamse beleid op het gebied van lokale heffingen. Dit beleidskader geeft antwoord op vragen als: welke lokale lasten worden in Rotterdam geheven, op grond waarvan, wie betalen deze lasten, wat zijn de opbrengsten en welke beleidsuitgangspunten gelden hierbij? Daarmee stelt de gemeenteraad de kaders voor het door het college te voeren lokale lastenbeleid voor de komende jaren vast. Daarover legt het college periodiek verantwoording af richting raad. Het kan zijn dat, vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving en beleid, de kadernota jaarlijks wordt herzien.

 

In de Kadernota Lokale Lasten 2022-2026 zijn de volgende uitgangspunten uit het coalitieakkoord ‘Eén Stad’ vertaald in beleid:

  • Wij sturen op een gemiddelde lokale lastendruk (binnen G4-verband). 
  • De komende vier jaar verhogen we de OZB niet, met uitzondering van de gebruikelijke indexatie. 
  • Wij introduceren (met ingang van 2025) een cruisebelasting waarbij passagiers die in Rotterdam overnachten op een cruiseschip, net als bij hotels, logiesbelasting betalen.
  • Wij behouden de kwijtschelding voor gemeentelijke afvalstoffenheffing op het huidige niveau.
  • Op dit moment is de afvalstoffenheffing in Rotterdam niet kostendekkend. Om de financiële tekorten op de afvalinzameling gedeeltelijk op te lossen verhogen wij de afvalstoffenheffing met 1% boven op de indexatie
  • Betaald parkeren gaat overal tot 23.00 uur gelden. Om bewoners tegemoet te komen verlagen wij de kosten voor een 1e bewonersvergunning met 20%. Het betaald parkeren geldt alleen voor wijkvreemde parkeerders die de parkeerdruk veroorzaken. Om een autoluwe binnenstad te stimuleren verhogen wij het tarief voor kort parkeren op straat in het centrumgebied. 

Inkomsten

In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de baten van de belangrijkste belasting- en heffingssoorten. De tabel geeft de laatst bijgestelde begroting 2025, de realisatie en de daaruit voortvloeiende afwijkingen weer. De nadere toelichting op deze afwijkingen is opgenomen bij de betreffende programma’s.

Inkomsten lokale heffingenBijgestelde Begroting 2025Realisatie 2025Afwijking
Onroerendezaakbelasting374.372380.6056.233
Logiesbelasting16.08716.083-3
Reclame- en precariobelasting17.13117.038-93
Algemene parkeerbelasting172.873173.350477
Leges omgevingsvergunningen24.51218.473-6.039
Rioolheffing114.762114.84482
Bedrijfsreinigingsrecht5.9216.699779
Afvalstoffenheffing129.576128.891-684
Totaal855.233855.983751

Kostendekkendheid tarieven

Op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV) stelt de raad de programma’s vast exclusief de overhead. Daarnaast stelt de raad het bedrag aan overhead vast en de wijze van doorbelasting van deze overhead in die gevallen waarin een integrale kostprijs een rol blijft spelen ten aanzien van taken/activiteiten en samenhangende diensten waarvoor de gemeente maximaal kostendekkende tarieven mag hanteren. Het niet maximaal toerekenen van deze overheadkosten zou – ongewenst – een begrotingstekort veroorzaken. Het BBV schrijft geen methode van kostentoerekening voor; wel dat deze methode toegelicht, consistent toegepast en door de raad vastgesteld moet worden. Met het vaststellen van de Kadernota Lokale Lasten door de raad wordt deze methode vastgesteld. Daarmee wordt voor deze collegeperiode vastgesteld welke kostencomponenten aan welke tarieven toegerekend worden en welke niet.

In het BBV wordt bepaald dat uit de begroting moet blijken hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids-)keuzes bij de berekening ervan worden gemaakt (artikel I, onderdeel G). Daarom wordt in de paragraaf Lokale Heffingen opgenomen hoe bij de berekening van tarieven voor leges en heffingen bewerkstelligd wordt dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten (inclusief overheadkosten) niet overschrijden en welke uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. Deze BBV-bepaling geldt overigens alleen voor tarieven waarvoor uitsluitend maximaal kostendekkende tarieven mogen worden geheven (zoals riool- en afvalstoffenheffing, leges publiekszaken en lijkbezorgingsrechten) en niet voor algemene belastingen (waaronder OZB, precario- en reclamebelastingen en liggeld woonschepen).

De kostendekkendheid wordt berekend op basis van de methode die vastgesteld is in de Kadernota Lokale Lasten 2022-2026. De realisatiecijfers over heffingsjaar 2025 worden daarbij afgezet tegen de begrote cijfers uit de primaire begroting 2025 die de gemeenteraad in november 2024 heeft vastgesteld. Deze begrotingscijfers gelden namelijk als onderbouwing van de geraamde kostendekkendheid van de, bij primaire begroting, vastgestelde verordeningen 2025. Per verordening wordt de gerealiseerde kostendekkendheid toegelicht aan de hand van de totaal begrote en totaal gerealiseerde kosten en baten toegeschreven aan de tarieven 2025.

Kostendekkendheid per hoofdstuk

De Algemene legesverordening bestaat uit hoofdstukken die de tarieven van een veelheid van uiteenlopende dienstverlening regelt. Per hoofdstuk bedragen de geraamde kosten, baten en daarmee het kostendekkendheidspercentage als volgt:

Lokale lastendruk

De onroerendezaakbelasting, afvalstofheffing en rioolheffing die de gemeente aan Rotterdammers oplegt, vormen samen de gemeentelijke woonlasten. Voor een beeld van de lokale lastendruk volgt hierna een schets van de recente tarievenontwikkeling in de gemeente. Bedragen zijn in hele euro’s tenzij anders vermeld.

Ontwikkeling woonlasten 2024-2026

In de tabel hieronder is een verdeling van de gemeentelijke woonlasten in Rotterdam voor een meerpersoonshuishouden naar jaar weergeven, uitgesplitst per belastingsoort. Het bedrag dat bij OZB is vermeld, betreft het gemiddelde aanslagbedrag voor koopwoningen. 

Meerpersoonshuishouden 2024 2025 2026
OZB-aanslag € 301 € 302 € 315
RIO (basistarief) € 287 € 302 € 319
ASH - meerpersoons € 437 € 474 € 495
Totale woonlasten € 1025 € 1078 € 1129

 

Vergelijking G4-niveau

In de tabel hieronder zie je de vergelijking voor een meerpersoonshuishouden voor 2025. De bedragen die bij OZB zijn vermeld, betreffen de aanslagbedragen per gemeente bij een WOZ-waarde van € 451.000 (gemiddelde WOZ-waarde koopwoningen in Rotterdam voor 2025). Merk op: deze vergelijking met G4-gemeenten staat los van het gemiddelde aanslagbedrag in andere gemeenten aangezien de gemiddelde WOZ-waarde per koopwoning per gemeente verschilt. 

 Gemeenten Onroerendezaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing  Totaal
Amsterdam € 260 € 185 € 469 € 914
Den Haag € 236 € 191 € 496 € 923
Rotterdam € 302 € 302 € 474 € 1080
Utrecht € 404 € 254 € 477 € 1135

 

Kwijtscheldingsbeleid

Voor het heffingsjaar 2025 bedroeg het maximale kwijtscheldingspercentage 76,5% van de aanslag afvalstoffenheffing. In 2025 is in ongeveer 33.300 gevallen kwijtschelding verleend, waarvan in circa 24.500 gevallen sprake is van automatische kwijtschelding. Met de automatische kwijtschelding verleent de gemeente Rotterdammers die er recht op hebben direct kwijtschelding.