Jaarstukken 2025

Financiële kengetallen

Paginanummer in website: 189

Financiële kengetallen

 

Beleid

De basis voor houdbare gemeentefinanciën is gelegen in een meerjarenbegroting die structureel en reëel in evenwicht is. Houdbare gemeentefinanciën vergen echter meer dan dat. Zo wil de gemeente in geval van financiële tegenslag voldoende mogelijkheden hebben om de eerste klappen op te vangen.

De houdbaarheid van de gemeentefinanciën kent twee aspecten:

  • Voldoende weerbaarheid. Het betreft de mogelijkheden om op korte termijn financiële klappen te kunnen incasseren zonder direct in de begroting en daarmee in de beleidsambities te hoeven ingrijpen.
  • Voldoende wendbaarheid van de begroting. Het betreft de snelheid waarmee de lasten kunnen worden verlaagd en de baten kunnen worden verhoogd. De wendbaarheid van de begroting wordt beperkt door verplichtingen die voor meerdere jaren zijn of worden aangegaan. Het gaat dan om bijvoorbeeld verplichtingen als gevolg van schulden (rente en aflossing van opgenomen geldleningen), kapitaallasten van investeringen, apparaatslasten, beheer- en onderhoudslasten.

Voor de houdbaarheid van de gemeentefinanciën zijn weerbaarheid en wendbaarheid dus belangrijke termen. Wenselijk is dat de gemeenteraad een integraal beeld krijgt van de consequenties van beslissingen voor de houdbaarheid van de begroting. Kengetallen kunnen de gemeenteraad ondersteunen bij het maken van afwegingen. Onderstaande tabel geeft weer welke kengetallen hiervoor worden gebruikt. Met uitzondering van de kapitaallastenratio zijn alle kengetallen wettelijk voorgeschreven. Behoudens de kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn de wettelijk voorgeschreven kengetallen niet van een wettelijke norm voorzien. Wel heeft de provincie Zuid-Holland, in zijn rol van financieel toezichthouder, zogeheten 'signaalwaarden' geïntroduceerd.

Kengetallen houdbare Rotterdamse gemeentefinanciën 
Weerbaarheid
  • Weerstandsvermogen*
  • Netto schuldquote*
  • Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen*
  • Kengetal grondexploitaties*
  • Solvabiliteitsratio*
Wendbaarheid
  • Reguliere exploitatiesaldo* 
  • Structurele exploitatiesaldo* 
  • Belastingcapaciteit*
  • Kasgeldlimiet*
  • Renterisiconorm*
  • EMU-saldo*
  • Kapitaallastenratio
* Deze kengetallen zijn wettelijk voorgeschreven

Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting en de balans. Ze helpen bij de beoordeling van de financiële positie.

Het is niet wenselijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie. Centraal in de beoordeling staan naar het oordeel van het college het exploitatiesaldo (regulier en structureel) en het weerstandsvermogen. De andere kengetallen zijn zinvolle zijlichten.

Regulier exploitatiesaldo

Het reguliere exploitatiesaldo is het verschil tussen de baten en de lasten. In 2025 is een positief exploitatiesaldo van € 101 mln gerealiseerd. In de begroting werd - zoals te doen gebruikelijk - uitgegaan van een exploitatiesaldo van € 0.

Regulier exploitatiesaldo (bedragen x € 1 mln)

Rekening 2023 Rekening 2024  Begroting 2025 Rekening 2025
Baten  4.410 4.711 4.898 4.944
Lasten  4.573 4.745 4.994 4.843
Onttrekkingen en vrijval reserves 477 473 443 390
Toevoegingen aan reserves 356 375 347 390
Regulier exploitatiesaldo -41 64 0 101
Norm BBV: 0

 

Structureel exploitatiesaldo

Het structurele exploitatiesaldo geeft inzicht in de mate waarin de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, gedekt zijn door structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. Het saldo wordt nominaal weergegeven en als percentage van de totale baten (excl. de onttrekkingen reserves). Er is een positief structureel exploitatiesaldo in 2025. 

Een uiteenzetting van de structurele en incidentele baten en lasten is te vinden bij het Overzicht Incidentele Baten en Lasten.

Structureel exploitatiesaldo (bedragen x € 1 mln)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Structurele baten  4.007 4.397 4.702 4.762
Structurele lasten  4.040 4.504 4.760 4.633
Structurele onttrekkingen aan reserves 14 24 22 17
Structurele toevoegingen aan reserves 0 0 0 0
Structureel exploitatiesaldo -19 -83 -36 146
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 4.410 4.711 4.898 4.944
Structureel exploitatiesaldo (%) -0,4% -1,8% -0,7% 3,0%
Signaleringswaarde: > 0% is minst risicovol, 0% is neutraal, < 0% is meest risicovol

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie en analyse van de risico’s die de gemeente loopt. In het Coalitieakkoord Eén Stad 2022-2026 is opgenomen dat wordt gestreefd naar een weerstandsvermogen van minimaal 1,0.

De beschikbare weerstandscapaciteit is iets lager uitgevallen dan begroot. De beschikbare weerstandscapaciteit was hoger dan de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen lag ultimo 2025 dus boven de 1,0. 

Voor een nadere toelichting verwijzen we naar paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Weerstandsvermogen

(bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Beschikbare weerstandscapaciteit 114 145 94 82
Benodigde weerstandscapaciteit 182 88 77 77
Weerstandsvermogen 0,63 1,65 1,23 1,07
Norm gemeente Rotterdam Coalitieakkoord 2022-2026: minimaal 1,0

 

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen af  te zetten tegen het totale vermogen (i.c. het balanstotaal). Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het (reguliere) exploitatiesaldo. De solvabiliteitsratio ligt boven de signaalwaarde die door Provincie Zuid-Holland als minst risicovol wordt beschouwd. 

Solvabiliteitsratio

(in % bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Eigen vermogen 2.652 2.618 2.522 2.719
Balanstotaal 4.588 4.885 5.358 5.296
Solvabiliteitsratio 57,8% 53,6% 47,1% 51,3%
Signaleringswaarde opgesteld door Provincie Zuid-Holland: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol

 

Belastingcapaciteit

Onderstaande tabel geeft een beeld van de ontwikkeling van de belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit laat zien hoe de lokale lastendruk in de gemeente Rotterdam zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Dit geeft een indicatie van de ruimte om extra inkomsten uit belastingen te genereren.

De onderlinge vergelijking van de hoogte van gemeentelijke tarieven verdient een aantal nuanceringen. Gemeenten kunnen namelijk binnen dezelfde kaders van wet- en regelgeving verschillende keuzes en afwegingen maken, bijvoorbeeld rond het voorzieningenniveau voor de inwoners en rond de opgaven voor gemeenten vanwege de eigen fysieke en sociaaleconomische situatie en de kosten die zij daarvoor willen maken. Het gaat bij dat laatste bijvoorbeeld om welke kosten gemeenten toerekenen aan een tarief, een keuze voor een alternatieve dekking van kosten en om de bepaling welk percentage van kostendekkendheid de tarieven moeten hebben.

In voorgaande jaren is de belastingcapaciteit berekend door de huidige woonlasten van de gemeente te vergelijken met de gemiddelde woonlasten van alle gemeenten van het voorgaande jaar (t-1). Sinds 2025 wordt de vergelijking ook gemaakt met het huidige jaar (t), waardoor de berekening een actueler beeld geeft van hoe de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.

In de onderstaande tabel zijn de uitkomsten van beide methodieken weergegeven. Voor 2025 komt de eerdere methodiek op basis van realisatie uit op 108 en heeft deze betrekking op de ontwikkeling van de woonlasten ten opzichte van het voorgaande jaar (t-1). De herziene methodiek komt uit op 102 en geeft de verhouding tot het landelijk gemiddelde in hetzelfde jaar (t) weer.

Belastingcapaciteit

(bedragen x € 1 mln) oude methodiek

Rekening 2023

Rekening 2024

 

Begroting 2025

Rekening 2025

 

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 274 301 304 302
Afvalstoffenheffing voor een gezin 384 437 474 474
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 259 287 302 302
Eventuele heffingskorting 0 0 0 0
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 917 1.025 1.080 1.078
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in t-1 904 944 994 994
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde t-1 101% 109% 109% 108%

 

Belastingcapaciteit

(bedragen x € 1 mln) nieuwe methodiek

Rekening 2023

Rekening 2024

 

Begroting 2025

Rekening 2025

 

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 274 301 304 302
Afvalstoffenheffing voor een gezin 384 437 474 474
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 259 287 302 302
Eventuele heffingskorting 0 0 0 0
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 917 1.025 1.080 1.078
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in t 944 994 1053 1053
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde t 97% 103% 103% 102%

 

Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rente en de aflossingen op de exploitatie drukken.

De netto schuldquote is in 2025 gestegen ten opzichte van 2024. In 2025 is de gemeente voor de financiering meer afhankelijk geworden van externe financieringsbronnen. De netto schuldquote past in de categorie minst risicovol.

Netto schuldquote (bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Vaste schulden 668 942 1.570 1.051
Netto vlottende schuld 288 292 413 379
Overlopende passiva 835 902 721 1.003
Financiële activa excl. verstrekte leningen  0 0 0 0
Uitzettingen < 1 jaar -422 -405 -405 -437
Liquide middelen  -52 -17 0 -17
Overlopende activa -329 -346 -346 -419
Saldo 986 1.369 1.953 1.560
Baten 4.410 4.711 4.898 4.944
Netto schuldquote  (saldo / baten) 22,4% 29,1% 39,9% 31,6%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

De netto schuldquote wordt zowel in- als exclusief doorgeleende gelden gepresenteerd. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de door de gemeente verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldpositie.

Het kengetal wordt op dezelfde wijze berekend als de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden betrokken. Een aanzienlijk deel van de opgenomen gelden is doorgeleend aan woningcorporaties en deelnemingen. Dit bedrag neemt de komende jaren wel gestaag af.

De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is, net als de netto schuldquote, lager dan in de begroting voorzien. Ook deze past in de categorie minst risicovol. 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen (bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Vaste schulden 668 942 1.570 1.051
Netto vlottende schuld 288 292 413 379
Overlopende passiva 835 902 721 1.003
Financiële activa incl. verstrekte leningen en excl. kapitaalverstrekking  -98 -89 -76 -84
Uitzettingen < 1 jaar -422 -405 -405 -437
Liquide middelen  -52 -17 0 -17
Overlopende activa -329 -346 -346 -419
Saldo 888 1.280 1.877 1.476
Baten 4.410 4.711 4.898 4.944
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen (saldo / baten) 20,1% 27,2% 38,3% 29,9%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol

 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet betreft een plafond voor de kortlopende schuld van de gemeente, met als doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. De kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,5% van het begrotingstotaal.

Indien de kortlopende schuld van een gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, dient de gemeente haar toezichthouder hiervan op de hoogte te stellen en een plan voor te leggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de kasgeldlimiet te voldoen.

In 2025 werd in alle kwartalen voldaan aan de limiet. 

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1 mln)

2024 Q1 2024 Q2 2024 Q3 2024 Q4 2025 Q1 2025 Q2 2025 Q3 2025 Q4
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 4.562 4.562 4.562 4.562 4.963 4.963 4.963 4.963
Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,5% van grondslag 388 388 388 388 422 422 422 422
Gemiddelde korte schuld 192 188 83 126 178 152 160 171
Gemiddelde korte middelen -61 -42 -104 -42 -67 -44 -80 -62
Gemiddelde netto korte schuld 131 146 -21 84 111 108 81 109
In % begroting 2,9% 3,2% -0,5% 1,8% 2,2% 2,2% 1,6% 2,2%
Ruimte (+) / overschrijding (-) 257 242 408 304 311 314 341 313

 

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op de kortlopende schuld te beperken. De renterisico’s worden berekend als de som van de aflossingen en de renteherzieningen op de bestaande langlopende schuld.

Er geldt een wettelijke norm. Het totale jaarlijkse renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm dwingt daarmee tot spreiding van de aflossingen en renteherzieningen. In 2025 is aan het renterisiconorm voldaan. 

Renterisiconorm (bedragen x € 1 mln)

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 4.354 4.562 4.963 5.106 5.106 5.106 5.106
Renterisiconorm o.g.v. wet Fido: 20% van grondslag 871 912 993 1.021 1.021 1.021 1.021
Renteherzieningen 0 0 0 0 50 0 0
Aflossingen 105 185 100 101 87 86 171
Risicobedrag 105 185 100 101 137 86 171
In % begroting 2% 4% 2% 2% 3% 2% 3%
Ruimte (+) / overschrijding (-) 766 727 892 921 884 935 850

 

EMU-saldo

EU-lidstaten mogen een EMU-tekort realiseren van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). In dit maximale tekort mogen, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel hebben. Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft.

De begroting van gemeenten wordt opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo wordt echter niet berekend op basis van baten en lasten, maar op basis van ontvangsten en uitgaven. Anders dan in het stelsel van baten en lasten drukken investeringsuitgaven en aan- en verkopen in het jaar waarin de transactie wordt gedaan volledig op het EMU-saldo. Er wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen, noch met toevoegingen aan reserves en voorzieningen. De afwijkende berekening van het EMU-saldo kan ertoe leiden dat een gemeente bij een sluitende begroting een EMU-tekort realiseert.

In 2025 is een lager EMU-tekort gerealiseerd dan begroot als gevolg van onder andere planningsoptimisme bij investeringen. 

EMU-saldo (bedragen x € 1 mln)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting  2025 Rekening 2025
1. Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -162 -34 -96 101
2. Mutaties (im)materiele vaste activa -241 -260 -508 -286
3. Mutatie voorzieningen 26 -16 3 14
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -24 -59 18 -6
5. Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiele vaste activa 0 0 0 0
Berekend EMU-saldo -401 -368 -583 -178

 

Kapitaallastenratio

De kapitaallastenratio wordt berekend door het totaal van rente- en afschrijvingslasten (met betrekking tot schulden en investeringen) af te zetten tegen de totale baten (excl. onttrekkingen aan reserves). Niet alleen het aangaan van schuld leidt tot lasten die de flexibiliteit van de begroting negatief beïnvloeden, hetzelfde geldt voor investeringen. Investeringen leiden tot kapitaallasten, die gedurende de afschrijvingstermijn van de investering als last op de begroting drukken, waardoor de flexibiliteit van de begroting afneemt. Er geldt geen wettelijke of andere norm voor deze ratio. Er is op dit moment geen zinvolle signaleringswaarde voor dit kengetal te bepalen op basis van literatuur of de praktijk van andere gemeenten. Voor de beoordeling moet vooral naar de ontwikkeling in de tijd worden gekeken. De ratio is in 2025 gelijk als de ratio in 2023 en 2024. 

Kapitaallastenratio (bedragen x € 1 mln)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Rentelasten 15 23 43 28
Afschrijvingen 143 146 153 152
Saldo 158 169 196 180
Baten 4.410 4.711 4.898 4.944
Kapitaallastenratio 3,6% 3,6% 4,0% 3,6%

 

Kengetal grondexploitaties

Het kengetal grondexploitaties geeft een indicatie van het financiële risico dat de gemeente loopt in verband met zijn grondportefeuille. Het kengetal wordt berekend door de boekwaarde van de grondexploitaties af te zetten tegen de totale baten van de gemeente (excl. onttrekkingen aan reserves). De boekwaarde van de grondexploitaties is negatief, doordat de gemeente in het verleden verliezen heeft genomen op de grondexploitaties.

De ratio is bedoeld om het risicoprofiel te schetsen met betrekking tot het terugverdienen van de investeringen in de grondexploitaties in verhouding tot de totale baten van de gemeente (excl. onttrekkingen aan reserves). Deze is gericht op de grondexploitatieportefeuille als onderdeel van de totale financiële huishouding van de gemeente. Het kengetal grondexploitatie zegt niets over de risico’s in de grondexploitatieportefeuille zelf.

Grondexploitaties (bedragen x € 1 mln, balansstanden 31 december)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Bouwgronden in exploitatie -131 -79 -94 -73
Totale baten (exclusief mutatie reserves) 4.410 4.711 4.898 4.944
Ratio grondexploitaties -3,0% -1,7% -1,9% -1,5%
Signaleringswaarden Provincie Zuid-Holland: < 20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal, > 35% is meest risicovol